Kunstenares Kitty Warnawa domweg gelukkig in Sloten
SLOTEN - Anderhalf jaar wonen kunstenares Kitty Warnawa ( ‘met de nadruk op de tweede a in mijn Oost-Europese achternaam’ ) en haar man ex-KLM piloot Dick Algra, nu in Sloten. Het stel voelt zich helemaal thuis in het pittoreske stadje, door Kitty bestempeld als ‘een Anton Pieck-achtig plaatsje’. Ondertussen is de integratie in volle gang, sterker nog Kitty komt superlatieven te kort voor haar nieuwe woonplaats.

“Op 1 januari zijn we meteen naar de Nieuwjaarsbijeenkomst in één van de horecagelegenheden geweest. En daar met veel mensen kennis gemaakt. Ik heb mij aangemeld bij het Nij Talent Orkest van Annewiep Bloem en Guus Pieksma. Vroeger speelde ik als kind op de accordeon, ik was zo’n lange bonenstaak meisje met een brilletje dat de toetsen beroerde. Nu heb ik een klarinet dat is een instrument dat veel beter bij mij past, maar wel moeilijk hoor”, zegt Kitty, waarna een schaterlach volgt.
Dick is inmiddels bemanningslid van het plaatselijke IFKS-skûtsje. Om haar integratie helemaal een stoot in de goede richting te geven zit Kitty een dag in de week achter de balie van Museum Sloten, dat gehuisvest is in het voormalige stadhuis aan de Herenwal.
“De mensen mogen ook gewoon Fries tegen mij praten, des te sneller leer ik de taal te verstaan. Ik weet inmiddels al dat één koe een ‘ko’ is, maar waarom dat ze twee van die beesten nu weer ‘kij’ noemen? Weet jij het?”
Christiane Antonia (‘Kitty’) , zoals haar doopnamen luiden is in haar leven wel 16 keer verhuisd. Wat bleef is haar Rotterdamse tongval.
Vertel eerst eens over jouw jeugd, hoe zag die eruit?
“Ik ben het derde kind uit het katholieke gezin van Joop en Gerda Warnawa, geboren in februari 1960. Ik heb nog een broer en zus. Mijn vader werkte bij de onderzeedienst van de Koninklijke Marine. Ik heb een fantastische jeugd gehad. Min vader was militair en dús streng, maar met een piepklein hartje. Onze ouders hebben ontzettend hun best gedaan om ons een duw naar boven te geven. We moesten op muziek, we moesten op sport en we moesten presteren op school. Daar ben ik ze wel heel dankbaar voor, want door die opvoeding ben ik wel gedisciplineerd geworden. Toen ik jong was heb ik wel eens gedacht ‘als ik later kinderen krijg dan hoeven ze helemaal niks. Daar ben ik overigens heel snel op teruggekomen.”
Je begint meteen over de muziek, waren ze muzikaal bij jullie thuis?
“Het was muziek, muziek en nog eens muziek. Altijd muziek maken, altijd vrolijk. Ik heb met mijn broer op ballroom dansen gezeten. Echt heel vrolijk allemaal.”
Je schoolcarrière, hoe zag die eruit?
“Na de lagere school ben ik naar de havo gegaan en daarna een laborantenopleiding, waar ik eerst journalist wilde worden. Maar mijn vader vond ‘een opleiding waar je later iets mee kunt’ een beter idee.”
Je eerste baan?
“Ik kwam na de laborantenopleiding bij de Rotterdamse GGD, op de afdeling infectieziekten. Dat heb ik zeven jaar gedaan. Toen was ik het ook helemaal ‘zat’. Wij zagen de tumoren altijd als eerst, iets wat je trouwens niet tegen de patiënt zegt, dat doet de dokter. Maar ik vond het allemaal zo treurig.”
Wat was de volgende stap?
“Ik ben gaan vliegen, op mijn 25ste werd ik stewardess. Ze vonden mensen met een paramedische opleiding wel interessant . Bij de KLM leerde ik Dick kennen, hij was toen nog copiloot. Ondertussen ging ik ook studeren aan de Kunstacademie van Leiden. Ik deed beiden parttime.”
Over jouw creatieve kant, het zat er dus blijkbaar in?
“Blijkbaar! Op de academie leer je wel alle disciplines. Eentje ervan was boetseren en daar was ik goed in. Toen kreeg ik in 2000 van Dick een reis naar New York aangeboden. Daar heb ik galeries en museums bezocht. Daar zag ik in een galerie op Madison Avenue een prachtige, ja zeg maar gerust ontroerende tentoonstelling van beeldhouwer Rembrandt Bugatti. Om een lang verhaal kort te maken, dat wilde ik dus ook. Sculpturen met bezieling creëren.”
Dat is je aardig gelukt!
“Dank je! Ik heb inderdaad honderden sculpturen gemaakt. In mijn boek ‘Tastbare Fantasie’, zijn er vele van afgebeeld. Ik zet bijvoorbeeld geen dieren neer, maar ga voor het karakter van het dier. Ik ben in de loop van de tijd steeds meer gaan abstraheren, dat is wel duidelijk.”
Je hebt wel spraakmakende beelden gemaakt, welke zoal?
“Bij de Koninklijke Luchtmacht staat een levensgrote valk en in Haarlem heb ik een borstbeeld van Anthony Fokker gemaakt. Ook een hele mooie klus en enorm veel werk had ik in Zandvoort. Daar mocht ik in opdracht voor een particulier een schelpenkar maken, omdat zijn vader vroeger schelpenvisser was geweest. Het moest een kar met een paard ervoor worden, compleet met een klein jongetje erop. Figuratief. Er moest ook een hondje bij. Al had hij gevraagd om het kereltje een vogeltje op z’n kop te plaatsen had ik het ook gedaan. Het maakte niet uit wat het moest kosten, als het maar mooi werd. Ik heb er anderhalf jaar aan gewerkt.”
Toekomstplannen?
“Ik wil nog heel graag een Trevi-fontein maken. Hahaha! Serieus hoor! En natuurlijk heel goed klarinet leren spelen. We zijn gelukkig in Sloten!”
Tekst en foto Henk van der Veer












