Algemeen

Fulco Stallmann, een avontuurlijke St. Nykster: “Eigenlijk ben ik een moderne nomade”

Door: Douwe Bijlsma

SINT NICOLAASGA - Fulco Stallmann (officieel drs. F.H. Stallmann) kan net even thuis zijn, tenminste als de verslaggever in het weekeinde langs kan komen in zijn woonplaats Sint Nicolaasga. En voor de fotograaf heeft hij dinsdags dan nog wel net een uurtje. Dat is het dan ook, meer tijd heeft hij niet. Hij leeft twee levens. Eentje als een zeg maar organisatiedeskundige voor het bedrijfs- en publieke leven. Hij is tegelijk bezig in de functie Plaatsvervangend Inspecteur Reservepersoneel van de Koninklijke Landmacht. En dan rijdt hij voor beide drukke banen de hele dag het hele land door.

Fulco Stallmann: een avontuurlijke St Nykster
Fulco Stallmann: een avontuurlijke St Nykster Johan Brouwer

“Ach jong, ik heb eigenlijk ADHD, mijn vrouw ook. En onze vier kinderen hebben dat dus ook.” Een gezin van wie de leden zeggen dat ze allemaal een té hyperactief en impulsief karakter hebben. En dan woon je toch in dat rustige St. Nicolaasga? En dan verhaalt Stallmann uitgebreid hoe ze uiteindelijk zijn gaan wonen in dat traditionele grote huis, schuin tegenover de rooms-katholieke parochiekerk in Sint Nicolaasga. Daar is de impulsiviteit verantwoordelijk voor. Want Stallmann ging kijken zonder zijn echtgenote, liep voor het huis langs en mompelde: “dit is hét.” Zijn echtgenote Rosette had eigenlijk helemaal geen zin in het platteland van Fryslân en liet het wat op zijn beloop. Dus bleek die oude dokterswoning van begin 1900 al verkocht. Die koop ging evenwel niet door en Stallmann liet zijn echtgenote toch even kijken. Die mompelde ook dat dit het was en zo kochten ze het huis. Zonder ook maar een stap binnen of in de achtertuin te hebben gezet. En al moest er heel veel aan gebeuren, dít was het.

Twaalf auto’s
Het is hét nog altijd. Ook al moeten ze allemaal een auto gebruiken om werk of studie te kunnen doen. Dat kan, want op het erf en straat staan twaalf auto’s. Twaalf? “Ja, als ik dan wat zie, wat ik wel mooi vindt, dan wil ik het ook hebben.” Het koste hem nog meer tijd in zijn zo drukke leven. Op zijn oprit staan namelijk een stuk of vijf Land Rovers. En binnen een half jaar na de (impulsieve) aankoop van zijn eerste werd hij voorzitter van Land Rover Club Holland.

Bussum
Fulco Stallmann (59) is geboren in Bussum. Hij brak zijn studie af, wilde eerst zijn dienstplicht maar achter de rug hebben. Ook al omdat hij het eigenlijk best leuk vond. Hij kwam op in Hollandse Rading. Werkte zich moeiteloos op tot pelotonscommandant in het Duitse Seedorf. Toen was nog maar 19 jaar. Hij had dus alle kans om beroepsmilitair te worden, maar koos toch voor de studie: hbo en universiteit. Slaagde daar en ging aan het werk bij EPI Brussel. Een bedrijf dat zich specialiseerde in het efficiënter maken van bedrijven. “Ik werkte bijvoorbeeld bij Philip en Grundig om de productie beter, sneller en goedkoper te kunnen leveren. Produceren!”.

Daarna kwam hij terecht bij Getronics, dat tegenwording KPN heet. Stallmann had zijn eerste ervaring met Fryslân toen hij het noordelijke rayonhoofd van Getronics werd in Assen. Dan ben je intussen directeur en dus lid van VNO/NCW. Kwam daardoor in het ondernemersplatform terecht, dat werkte aan de samenwerking van bedrijfsleven en defensie. En daar was dan de basis voor zijn tweede leven in de landmacht.

Bosnië
De wederopbouw van Bosnië was na 1992 noodzakelijk, na de grote burgeroorlog. En het blijkt dat juist oud-militairen die terugkeren in het gewone bedrijfsleven het goed doen in die wederopbouw. Ze begrijpen beide culturen. Stallmann werd gevraagd om daaraan ook eens aan mee te werken. “Dat was soms heel kleinschalig. Ik kwam in een garage, daar werkte alleen de eigenaar. Daar stond een ‘machine’ die kon je aan een auto aansluiten en dan vertelde die wat er mis was. Maar die man gebruikte dat ding niet, want er was alleen een Nederlandstalige beschrijving bij. Ik heb gezorgd dat die man een Duitse handleiding kreeg en toen kon hij goed werken.” Hij vertelt enthousiast, want ‘activeren is hartstikke gaaf’.

De tweede keer dat hij werd gevraagd om zijn werk in de steek te laten voor werk bij defensie was in 2009. Ook Afghanistan had wederopbouw nodig. De Afghaanse Kamer van Koophandel moest weer worden opgezet. Daar bleken de culturele verschillen; één dag in de week werkten daar alleen vrouwen, die mogen niet met mannen werken. Wat de Nederlanders daar ook deden was zorgen voor ondergrondse opslag van tomaten: een soort koelkast. Anders moesten alle tomaten in twee dagen worden verkocht en genuttigd. “Zulk soort dingen. Maar toen gingen de Amerikanen weg en moesten wij ook gaan. Ja natuurlijk, doodzonde. En ik weet ook niet of die tomaten nog wel onder de grond liggen. Het is duidelijk dat een democratie daar heel anders werkt dan die bij ons.”

Reservisten
Een reservesoldaat is iemand die in dienst is geweest, en later kan worden opgeroepen voor een taak. “Soms één dag per jaar, soms een periode, het kan variëren. Maar net wat we nodig hebben.” ‘We’ is de landmacht, en Stallmann mag ‘we’ zeggen, want hij is de baas van vijfduizend reservisten. Hij doet dat nu zeven jaar. Hij is kolonel. “En ik zit dus met m’n dikke neus tussen allemaal generaals in.” In totaal heeft defensie achtduizend reservisten. Dat moeten er in 2035 twintigduizend zijn. Ze blijken steeds meer nodig. “Ook omdat je het professioneel wilt doen in een leger, dat ook steeds professioneler is geworden. Mensen kiezen bewust voor defensie. Een lagere rang wordt niet meer op neergekeken, die doet mee in de besluitvorming. Er wordt tegenwoordig ook heel anders tegen het leger aangekeken. En dat is vanzelfsprekend de laatste jaren met de situaties in Oekraïne en ook de rest van de wereld alleen maar versterkt.”

Lintje
Een paar jaar terug is Fulco Stallmann Koninklijk gedecoreerd voor zijn verdiensten als inspecteur voor Reservepersoneel. Zo’n onderscheiding met zwaarden, zoals de militairen die gegund is. Daar zonder had hij het overigens ook best gedaan. “Ik vond en vind het leuk om dit werk te kunnen doen. Mijn militaire leven is bijna een jongensboek.” En voor iemand met twaalf auto’s: als hij aan het werk is voor de landmacht laat hij zich rond rijden in een dienstwagen met chauffeur. Die gaat door het hele land. Het is wel mooi dat de leider van de reservisten ook een reservist is. Dan weet je precies hoe alles gaat. Hij doet het dus naast zijn gewone werk. Het is niet verrassend dat hij beide beroepen niet wil opgeven. Als het woord pensioen wordt uitgesproken trekt hij bijna een vies gezicht. Niets doen lijkt hem verschrikkelijk.

Hij werkt tegenwoordig bij het bedrijf Accenture. Dat is een wereldwijd bedrijf dat diensten aanbiedt in management consulting, technologie, outsourcing, strategie en wat al niet. Er werken 700.000 mensen, die allemaal voor klanten aan de gang zijn. Fulco Stallmann werkt voor de GGD Ghor, de hoofdorganisatie van de 25 belangenorganisaties voor publieke gezondheid en veiligheid. “Ik heb je van de week nog een brief geschreven dat je een COVID prik kunt krijgen. Als je dat wilt…” Dat soort werk.

Hij is een avonturier. Zijn vrouw ook. En de kinderen zijn ook zo opgevoed. Het gezin ging, toen de eerste Land Rover op de oprit kwam te staan, met die auto de kale, hete, ondoorgrondelijke en niet ongevaarlijke woestijn in. Je leren te redden. Ze reisden de wereld af, waren overal, van Tanzania tot een China. Hun dochter speelt nu rugby in Spanje. De anderen studeren in Amsterdam. “Ze mogen straks best in Fryslân terugkeren, maar ze moeten leren, weten en zien wat er mogelijk is.”

Nomade
“Eigenlijk ben ik een moderne nomade.” Hij heeft reserve(burger)kleding en een toilettas in de auto waarmee hij op pad gaat. Hij weet niet of hij wel of niet thuis komt. En als hij thuiskomt, weet hij niet of zijn vrouw daar ook is. Het gezin is avontuurlijk. Toch heeft de woning in St Nicolaasga een soort ommekeer gebracht in het leven van de Gooise Stallmann. Hij heeft zijn vader, nadat zijn moeder was overleden ondergebracht in Wilhelminaoord, het verzorgingshuis in het dorp. Hij looft hoe dat er uitziet. En vertelt dan het verhaal, dat toen ze in hun achtertuin kwamen zagen dat daar een hekje stond naar het huis van de achterbuurlieden. Het bleek dat die buurlieden het recht hadden via dat hekje en buurmans achtertuin naar de kerk te gaan. De oude misdienaar Fulco Stallmann liet dat natuurlijk altijd in stand. Zoals hij ook later voorzitter werd van het parochiehuis van de kerk, aan de overkant. Dat doet dienst als dorpshuis van St Nyk.

Als het begin september de Merke is in St Nyk, blijft de dienstauto weg. En rijden die andere twaalf auto’s ook niet. Dan beleeft Stallmann de Merke. Hij verstaat ook best de Friese taal. Er is overigens één Hollands woordje dat in het Fries precies gelijk is. En dat woordje spreekt Stallmann nooit uit. “Nee. Ik weet niet hoe je ergens nee tegen moet zeggen.”

Tekst: Eelke Lok
Foto’s: Johan Brouwer

Fulco Stallmann: een avontuurlijke St Nykster
Fulco Stallmann: een avontuurlijke St Nykster