Face to Face / Watze Bilstra: “De liefde voor het keepersvak heeft mij veel gebracht”
LANGWEER - Hoe laat je zien dat jouw passie voor het keepersvak nooit verdwijnt? Door op 60-jarige leeftijd weer in het eerste elftal van v.v. Langweer (5e klasse) onder de lat te gaan staan. Watze Bilstra aarzelde geen moment toen hij werd gevraagd om de geblesseerde eerste doelman te vervangen. “Dat ik dit op mijn leeftijd nog deed, maakte wel wat los bij veel mensen,” vertelt de oud-kroegbaas. “Ik kon het doen, want dankzij mijn liefde voor het keepen, ben ik nog steeds actief op het voetbalveld.”

Watze Bilstra is afkomstig uit Sint Nicolaasga en begon zijn keeperscarrière bij Renado. Daar speelde hij in de jeugdelftallen zijn eerste wedstrijden. Sindsdien, tot op de dag van vandaag als keeper van het tweede elftal van Langweer, is ballen tegenhouden zijn grote passie. “Ik snap niet dat mensen, die nog gewoon fit zijn, op een bepaald moment ophouden met voetballen”, stelt Watze. “Ik ben gewoon doorgegaan. Voor mij is ook het sociale aspect belangrijk. Ik was best een heetgebakerd mannetje maar wilde absoluut geen wedstrijd missen. ‘Of je gedraagt je, of je ligt eruit’ werd me vaak onder de neus gewreven, vooral wijlen trainer Harm Postma had hier een groot aandeel in.”
Stappen en vrouwelijk schoon
Piet Schrijvers en Peter Schmeichel waren grote namen, waar de jonge keeper Watze Bilstra een voorbeeld aan nam. Maar ook zijn eigen talent werd opgemerkt. Hij werd zelfs gevraagd om uit te komen voor sc Heerenveen. “Het was in de tijd dat Henk van Brussel trainer was van het eerste elftal”, blikt hij terug. “Ik heb daar maar een jaar gespeeld. Het was een fantastisch jaar. Ik speelde onder andere met Taco Swan, Siep Smit, Johan Akkerman en Cor en Hans Potijk. Het was een bijzonder gezellig team en we gingen veel te vaak op stap. Met veel jongens uit die tijd heb ik nog steeds contact. Ik mocht langer blijven bij Heerenveen maar ging toch weg. Ik was meer bezig met stappen en het vrouwelijk schoon dan met sc Heerenveen. Dat zorgde ervoor dat ik ook meestal op de bank zat. Als ik op dat moment op het gebied van mijn sport zo fanatiek was geweest als op latere leeftijd, dan was het misschien anders gelopen. Ik heb wel mooie wedstrijden meegemaakt, zoals bijvoorbeeld tegen mijn favoriete club Ajax, toen nog in ‘De Meer’. Stanley Menzo stond op het doel. We kregen daar een rondleiding en Johan Cruijff was ook aanwezig. Dat is voor mij een mooie herinnering.”
Trainer en keeper bij veel clubs
Tot vorig jaar was hij nog keeperstrainer bij VVI in Idskenhuizen en Renado uit zijn geboortedorp. “Daar heb ik altijd erg van genoten”, kijkt hij terug. “Jonge keepers met talent beter maken, dat is heel leuk om te doen. Als je de vooruitgang ziet, is dat mooi. Ik ben een trainingsbeest, ben erg fanatiek. Mijn manier van trainen kun je gerust onorthodox noemen. De jongens moeten er wel voor gaan bij mij.” Tijdens zijn eigen carrière in het Friese amateurvoetbal verdedigde hij bij diverse amateurverenigingen het doel. Renado, SC Joure, VV Gorredijk, v.v. Akkrum en v.v. Langweer maakten graag gebruik van zijn keeper skills.
Bijgeloof
Keepers, met hun eigen taak binnen het elftal, zijn over het algemeen wel ‘aparte gasten’ vindt Watze. Mentaal moeten ze sterk zijn. Vaak hebben ze daarbij hun vaste rituelen. Dat geldt ook voor hemzelf: “Ik ben zeker bijgelovig”, lacht hij. “Ik heb daar een mooi verhaal over. Toen mijn oudste zoon werd geboren, keepte ik bij SC Joure. *Voor die wedstrijd op zondagmiddag dronken we eerst in de ochtend een ‘poppeslokje’, een glaasje beerenburg, bij mij thuis. ’s Middags wonnen we de wedstrijd. Daarom besloten we vanaf dat moment iedere zondagmorgen een glaasje beerenburg bij een van de jongens thuis te drinken. Dit bleven we volhouden tot we na een aantal wedstrijden weer verloren, toen was de magie voorbij.”
Keepende kroegbaas
“Mijn liefde voor het keepersvak heeft mij veel gebracht. Ik heb daardoor veel contacten in de voetbalwereld, die me bijzonder dierbaar zijn. Daarbij heb ik vijftien jaar een café gehad. Eerst vijf jaar in Langweer, Café De Buorren en toen in Gorredijk. In Langweer was het vooral in de zomer druk met de toeristen. In Gorredijk was het altijd druk. Voor de eigenaar is de verleiding groot om mee te drinken met de gasten. Dankzij het voetbal kon ik hier goed mee omgaan. Ik bleef trainen en in het weekend mijn wedstrijd spelen, waardoor ik fit moest blijven. Van mijn collega’s in de horeca zijn er toch een paar al op vrij jonge leeftijd overleden.”
Heftige periode
Naast alle gezelligheid, de sfeervolle muziek van de bands en de dj’s en de prachtige anekdotes, kende het leven van kroegbaas Watze ook een keerzijde. Zelf omschrijft hij de vijftien jaren dat hij eigenaar was van een café, als de meest heftige periode in zijn leven. In Gorredijk maakte hij kennis met de rivaliteit tussen deze plaats en het nabij gelegen Jubbega. “De rivaliteit tussen deze beide dorpen was in die tijd enorm. Ik zou een boek kunnen schrijven over wat er allemaal is gebeurd”, vertelt Watze. “Ik heb het café soms moeten bewaken als een fort. Mensen die mij kennen, weten dat ik het hart op de tong draag en een sterk gevoel voor rechtvaardigheid heb. Veel zaken heb ik zelf opgelost. Handelen in of het gebruiken van drugs, dat vanuit Drachten ook steeds vaker in Gorredijk gebeurde, stond ik niet toe. Zag ik het gebeuren dan werden deze personen voor het leven geweigerd in mijn café. Dit zorgde ervoor dat ik meerdere keren werd bedreigd en dat ik in vervelende situaties terechtkwam. Het café-leven is ook niet goed voor je gezinssituatie. Ik ben vader van twee zoons, die toen ik dat café in Gorredijk had nog op school zaten. Toen ook zij last kregen van mensen die ik had geweigerd, was dat voor mij de druppel en ben ik gestopt. Bang ben ik nooit geweest. Ik heb alle dreigende situaties eigenhandig opgelost en heb daar volgens mij toch wel respect mee afgedwongen.”
Alles geven
Ondertussen bleef Watze altijd trainen en in het weekend zijn wedstrijden keepen. De rode draad in dit verhaal blijft zijn liefde voor het keepersvak. “In Gorredijk ben ik op mijn 43e zelfs op de derde plaats van de verkiezing van de speler van het jaar geëindigd. Dat is mooi toch?” vertelt hij trots. “Ten koste van alles willen winnen, dat heb ik nog steeds. Ook nog toen ik dit seizoen bij v.v. Langweer onder de lat stond van het eerste team. Die jonge jongens willen graag op stap. Ik denk dan: kom op jongens, stappen is prima maar dan wel aanwezig zijn en alles geven tijdens de wedstrijd. Met mijn zestig jaar wil ik toch wel graag een volledig en fit team om me heen hebben om de klus te klaren.”
Lachen om de hachelijke situaties van toen
Na het runnen van de cafés kwam er een nieuwe uitdaging op zijn weg: “Inmiddels heb ik al weer 17 jaar een bedrijf in het verhuren van party-artikelen voor feesten op locatie. We staan bekend om onze bogen vol ballonnen. We leveren ze aan particulieren, denk hierbij bijvoorbeeld aan bruiloften, en aan bedrijven die iets te vieren hebben. In Friesland hebben we een aantal grote bedrijven als klant. Ik kom ook geregeld in Jubbega, waar ik mensen uit de tijd van het café in Gorredijk weer tref. Daar kan ik prima mee opschieten. Nu lachen we samen om de hachelijke situaties van toen. Dat is mooi om te ervaren.”
Goed bestaan en bewust leven
De wildebras van vroeger, waarvan de mensen dachten: ‘Wat moet er van die jongen terechtkomen?’ is blij met en trots op zijn huidige leven. “Ik woon inmiddels weer samen en heb gelukkig een prima band met mijn beide zoons en met mijn ex-vrouw”, besluit Watze. “Ik ben een flapuit, dat valt niet meer af te leren. Ik ben eerlijk en kan niet tegen onrecht. Ik kan, ja ook op deze leeftijd, nog ontzettend fanatiek zijn. Na twee keer kroegbaas te zijn geweest, gaat mijn derde bedrijf ook voorspoedig. Ik beleef er plezier aan en ik kan het ook nog wel even volhouden. Ik leef bewust, op veel gebieden. Ik wil altijd weten waarom iets zo is. Ik neem iets niet zomaar voor waar aan als mijn gevoel daarbij niet klopt. Ik hou me meer bezig met voeding dan voorheen en maak daarin ook bewust mijn keuzes. En ik blijf keepen. Ik speel nu in het tweede elftal van Langweer. Op naar het 65e keepersjaar.”












