Pastor Betty biedt een luisterend oor: “Ik ben gelovig, maar het ambt van predikant is mij te benauwend”

Door: Lutske Bonsma 2 feb 2024, 13:15 Algemeen
Foto Lutske Bonsma
Afbeelding

LEMMER - Betty Posthumus uit Lemmer studeerde rond haar vijftigste af als theoloog. Hoewel ze als driejarig meisje al boven óp de kansel wilde staan, begeeft ze zich nu juist liever tussen de mensen. “Ik ben gelovig, maar het ambt van predikant is mij te benauwend”, zegt ze. “Daarom heb ik tijdens mijn studie voor het pastorschap gekozen. Zo kan ik er zowel in de kerk als daarbuiten voor mensen zijn.” 

En daar is de inmiddels 65-jarige Posthumus behoorlijk druk mee. Namens de Protestantse Kerk Nederland is ze pastor in zorgcomplex Talma Hiem in Balk. Als geestelijk verzorger bij Sichtpunt biedt ze een luisterend oor en geeft ze hulp en advies aan mensen met levensvragen. En als straatpastor begeeft ze zich niet alleen op straat, maar zelfs op campings. “Ik heb meerdere zomervakanties als campingpastor gewerkt”, vertelt ze.

“Met mijn hond Banjo verbleef ik een aantal weken op een camping. Bij de receptie hing een foto van ons en als we over de camping liepen, werd ik meestal aangesproken over Banjo. ‘Is dat de hond van de foto? Mag ik hem aaien?’ En vervolgens kwam er een heel levensverhaal. Mensen zijn op vakantie en denken hun zorgen even kwijt te zijn, maar juist in de rust komen die soms in alle hevigheid boven. En dan ben ik daar; een voorbijganger in hun leven. Ze vertellen mij heel veel, maar dat mag ik als hun vertrouwenspersoon niet benoemen.”

Kennis opeten
De weg naar het pastoraat was geen rechte lijn voor Betty. Na de havo ging ze naar de pedagogische academie en werd basisschooljuf. “Op een gegeven moment stond ik twintig jaar voor de klas, mijn zonen werden groter, alles ging zijn gangetje, maar ik had het gevoel dat ik iets miste. Mijn kinderen vroegen: ‘Wat had jij vroeger graag willen doen?’‘Theologie studeren’, antwoordde ik.‘Mens, waarom doe je dat dan niet?’, was hun reactie. Vervolgens heb ik me aangemeld bij Windesheim in Zwolle, en ik vond het schitterend; al die kennis opeten.”

Hart luchten
Na een onderbreking van twee jaar, waarin ze onder andere van haar man scheidde, rondde Betty haar studie af. Ondertussen werkte ze bij de Thuiszorg en was ze fondsenwerver voor goede doelen. “Daar is het straatpastoraat begonnen”, zegt ze enthousiast. “Ik moest overal aanbellen en een praatje maken. Vaak werd ik binnengevraagd voor een kopje koffie en dan volgden er hele gesprekken. Ook in het ouderenpastoraat hoor ik veel verhalen. Rond 4 mei komt bij veel mensen het oorlogsverleden boven en dan is het fijn dat ze hun hart kunnen luchten. Kinderen vertelden mij eens dat hun vader had gezegd: ‘Ik heb mijn hele oorlogsverhaal aan iemand verteld, nu hoeven jullie het niet te weten.’ Daarna kon hij met een gerust hart sterven.”

Pastor gezocht
Vlak voor de coronapandemie was Betty met een vriendin in Monte Gordo in Portugal. Op de laatste dag raakte ze in gesprek met een Gronings echtpaar. “Ze vertelden dat zij tijdens hun vakantie naar de kerk om de hoek gingen en dat die kerk een pastor zocht. Ik zei: ‘Ik ben pastor’. Daarop pakten ze me ieder bij een arm en zeiden: ‘Wij gaan jou voorstellen.’ Voor ik het wist stond ik voor het bestuur dat toevallig bijeen was, en werd ik onderworpen aan een vragenvuur: ‘Ben je gediplomeerd? Kun je een dienst leiden? Heb je weleens campingpastoraat gedaan.’ Ik kon alle vragen met ‘ja’ beantwoordden, en werd gevraagd als pastor naar Monte Gordo te komen. Door corona en omdat ik bij het ouderenpastoraat en op de openbare basisscholen waar ik lessen godsdienstige vorming geef, vrij moest vragen, duurde het even, maar afgelopen jaar ben ik daar drie maanden geweest.”

Roze vest
“Om herkenbaar te zijn, droeg ik altijd een roze vest en mijn naamkaartje. Als ik op de boulevard liep of op een bankje zat, kwam er binnen de kortste keren iemand me toe. ‘U bent pastor? U hebt een vertrouwensfunctie?’ En dan kwam het verhaal over hun jeugd, de kinderen, geld- of gezondheidsproblemen, echtscheiding. Wat ik mooi vind aan dit werk? Je ontmoet mensen van alle leeftijden, achtergronden en geloven; de samenleving in al haar facetten. Ik vind het mooi om mensen te helpen, om aandacht te geven; er te zijn voor een ander. Daar hoef je geen pastor voor te zijn. Iedereen kan dat! Als mensen meer naar elkaar omkeken, zou de wereld heel anders zijn.”

Tekst en foto Lutske Bonsma

Foto Lutske Bonsma
Tekst: Lutske Bonsma