Zeven carbidkanon verdachten alsnog vrijgesproken, drie krijgen een taakstraf

JOURE - Het gerechtshof in Leeuwarden heeft in hoger beroep zeven van de tien verdachten in de carbidkanon zaak vrijgesproken. De andere drie hebben een taakstraf opgelegd gekregen. Het gaat dan om werkstraffen van 180 uur.
De uitspraak is opvallend, aangezien bij de behandeling van het hoger beroep twee weken geleden justitie voor alle verdachten 180 uur taakstraf eiste. Het afgaan van het carbidkanon in Joure in oudejaarsnacht 2020, met veel schade als gevolg, betitelde de officier als een bewuste actie, “die de grenzen van een grap volstrekt voorbijgaat.”
De mannen van tussen de 23 en 30 jaar oud zijn in 2022 al veroordeeld tot 180 uren werkstraf. Maar zij gingen in beroep, omdat volgens hen nooit sprake was van opzet. Volgens de rechter is van zeven mannen “het aandeel niet zo groot dat er van medeplegen tot het laten ontploffen sprake is”. Het zevental hing wel in de buurt om, bij de haven en bij de brug, maar dat is niet genoeg om te veroordelen en daarom zijn ze vrijgesproken.
“Bewust tot ontploffing gebracht”
De drie andere worden wel verantwoordelijk gehouden voor de explosie. Het gaat om een 26-jarige man uit Luinjeberd, een 24-jarige inwoner van Scharsterbrug en een 23-jarige Jouster. “Zij reden in de auto, met daarachter het carbidkanon, door het centrum van Joure en hebben bewust op de brug het kanon tot ontploffing gebracht”, zei de rechter. Eén van hen heeft met een ontstekingsmechanisme de giertank laten exploderen.
“Zeven cliënten zijn dolblij en drie niet”, vat advocaat Tjalling van der Goot van de tien verdachten samen. “Het gerechtshof gaat uit van een moedwillige ontploffing en daarvan zeggen mijn cliënten dat dat niet zo is.”
Vriendengroep uit elkaar gevallen
Pijnlijkste aspect van de zaak is volgens de advocaat dat de vriendenploeg achter het incident uit elkaar is gevallen. “Er waren veel meer personen bij betrokken dan de tien die in de rechtbank zaten. Sommigen hebben hun verantwoordelijkheid genomen, maar anderen hebben dat niet aangedurfd”, zegt Van der Goot.”Dat is jammer, want het blijft een kleine gemeenschap. Deze rechtszaak ‘bonjourt’ daar dwars doorheen. Het belangrijkste is dat zij weer door één deur kunnen, maar dat zal tijd nodig hebben.”
Bron: www.omropfryslân.nl











