
BABS sinds 1987
“Het was op een zondagavond, begin 1987, toen Jelle in de ‘Zuid-Friesland’, zat te bladeren. ‘Hé must hjir ris sjen, dit is krekt wat foar dij’. Ik zei wat? Toen liet Jelle mij een advertentie lezen waarin een trouwambtenaar voor de gemeente gevraagd werd. In eerste instantie leek het mij niets, maar de volgende dag heb ik toch een sollicitatiebrief geschreven en ik kwam van de 20 gegadigden bij de laatste drie. Om een lang verhaal kort te maken, ik werd unaniem gekozen en op 17 maart 1987 benoemd om vervolgens in april beëdigd te worden. In mei mocht ik toen mijn eerste trouwerij doen”, vertelt Neri over hoe het allemaal begon.
“Nu, dertig jaar later vind ik het nog altijd leuk om met jonge mensen om te gaan, want de huwelijksdag is altijd feestelijk. Meestal. Een paar jaar geleden heb ik een stel getrouwd, waarvan we wisten dat de man spoedig zou overlijden. Ook dan moet je er als trouwambtenaar zijn. En een week na de voltrekking is hij ook overleden. Het is zeker niet alleen zo dat je goed moet kunnen praten, want vooral het luisteren is heel belangrijk. Uiteraard moet je je woordje kunnen doen. Ik ben weleens bij huwelijksvoltrekking geweest waarbij de ambtenaar de namen door elkaar haalde. Ik dacht toen ‘jeetje, hoe krijg je het voor elkaar’. Dat kan toch niet?!”
“Ik bel ook altijd de ouders van de bruid en de bruidegom even op en stel dan een aantal vragen. Zoiets wordt altijd op prijs gesteld. Ik vraag dan hoe hun dochter of zoon is, wat hun eigenschappen en karaktertrekken zijn, hun hebbelijkheden en ook onhebbelijkheden. Je krijgt dan de mooiste verhalen te horen. Tegenwoordig mail ik ook veel en dan mogen ze daar de anekdotes en verhalen achterlaten. Ik heb het bruidspaar wel toestemming gevraagd of ik ‘heit en mem’ mag bellen. Uiteraard, vraag je dat. Je weet nooit helemaal hoe de situatie is, meestal kan ik dat wel uit de gegevensstaat halen die ik voor de voltrekking krijg. Als er dan bij staat ‘ouders komen niet mee’, dan weet ik genoeg en bel ik niet.”
Contact met het bruidspaar
“Meestal ga ik vooraf aan de huwelijksvoltrekking naar het bruidspaar om met ze te praten en te overleggen. Als ze van ver komen, nodig ik ze ook weleens bij mij thuis uit. Soms gaan we in de stuurhut van ons schip dat naast ons huis ligt zitten. ‘Dat is ek wol grappich no?’ Maar meestal is het hier thuis op dinsdagavond als Jelle naar het mannenkoor is. Het is altijd een vertrouwensgesprek, dat zeg ik ook altijd. Als jullie mij niks over jezelf vertellen, dan kan ik op de dag zelf ook niets over jullie kwijt. Ze hoeven er nooit over in te zitten dat ik, wat ik in vertrouwen te horen krijg, hier thuis of aan anderen zal vertellen. Als het bruidspaar de deur uit gaat, ben ik die vertrouwelijke zaken al weer vergeten. Bij wijze van spreken hè, ik zet een knop om. Voor die geheimhouding ben ik ook naar de rechtbank geweest.”
Vragenlijst
“De eerste vraag die ik altijd als eerste aan het bruidspaar stel is een dubbele: ‘Hoe hebben jullie elkaar ontmoet en wanneer?’ Als het een bruidspaar van buiten Lemmer is, dan volgt meteen de vraag ‘waarom trouwen jullie in Lemmer, hebben jullie er affiniteit mee?’ In die gevallen komt het vaak voor dat ze elkaar hier op vakantie of iets dergelijks voor het eerst hebben ontmoet. Daarna ga ik verder met een hele vragenlijst, die ik al jaren gebruik. Die raffel ik dan niet af, maar die gebruik ik als basis voor het gesprek. ‘Hebben jullie nog grootouders’, ‘Wonen jullie al samen’, ‘Baan, hobby’s, sport, getuigen van allebei’, ‘komen er speciale gasten’, ‘karaktereigenschappen’, allemaal van die vragen staan er op mijn checklist. Er komen natuurlijk nog veel meer dingen ter sprake. Ik heb ze vaak de vragen al gemaild voordat ze hier bij mij komen, zodat ze niet in spanning hoeven te zitten ‘wat soe dat minske oan ús freegje’. Er zijn bruidsparen die dan meteen via de mail beginnen te antwoorden en nemen het dan mee naar ons gesprek, want ik zie ze altijd van tevoren.”
“Van al die vragen vind ik die van ‘waarom beloven jullie elkaar trouw’, toch wel heel belangrijk. Je krijgt nooit eenzelfde antwoord. Ik heb weleens een stel gehad dat mij vroeg of ze de trouwbelofte aan elkaar mochten doen. Natuurlijk! Ze hadden het zo mooi in elkaar gezet, dat ik er nog kippenvel van krijg als ik eraan terugdenk. Ik had toen eigenlijk niets meer hoeven te zeggen, de liefde van dat die twee spatte er gewoon van af.”
Bijzondere voltrekkingen
“Er was een stel dat al 25 jaar met elkaar getrouwd is, maar die zouden het zo fijn vinden om de trouwbelofte nog een keer af te leggen. Of ik dat zou willen doen! Natuurlijk! Prachtig toch?!”
“Als ‘vrouw van de skipper’ heb ik ook veel ‘skûtsje-minsken’ getrouwd. Toen ik iemand van de Meeter familie mocht trouwen, kwam ik met de ‘skipperspet’ van Lodewijk op de trouwzaal binnen. Had ik even geleend. Grote hilariteit!”
“Ik heb het ook een keer mee gemaakt dat de bruid eerst kwam en daarna de bruidegom. Nadat de bruid even had zitten te wachten, kwam haar man binnen, ze wilden geen ‘toestanden’ en stonden dan ook binnen tien minuten weer op straat. Toen ik daarna naar buiten keek, gingen ze beiden een kant uit. Ik heb mij toen voorgenomen om zoiets nooit weer te doen. Het was puur een voltrekking om een verblijfsvergunning.”
“Ik heb ook al eens meegemaakt dat ik op woensdag een stel zou trouwen, maar op maandag kreeg ik de bruid aan de telefoon met ‘hij is bij mij weirûn’. Potverdorie, dat is toch sneu?! Hoe anders dan een niet getrouwd echtpaar, waarvan de man terminaal was, die toch nog met elkaar wilden trouwen, zodat zij de achternaam van haar partner kon dragen. De avond voor de afgesproken voltrekking overleed hij. We waren helaas te laat. Voorgoed. Nu ik het vertel kan ik wel weer huilen, zo vreeslijk. Ik ben gewoon heel emotioneel betrokken en ik moet ook regelmatig even slikken.”





















