“Ook een predikant heeft wel eens een duwtje nodig.”
“Hij vond het prachtig om als conferencier op de ‘Bühne’ te staan en deed dat graag en vaak. Hij werd door sommigen ook wel ‘Het geweten van Bolsward’ genoemd. Daarnaast was hij een begenadigd imitator, die ons als jongens altijd enorm aan het lachen maakte door de dominee, die de neiging had om tijdens de dienst nogal theatraal te galmen, te imiteren als wij naar de Broerekerk gingen.”

Jeugd
Na de lagere school in Bolsward ging Gerrit de Haan naar de Christelijke Scholengemeenschap het Bogerman in Sneek, waar hij het gymnasium deed. Daarna koos hij voor een studie theologie in Groningen. “Voor mij stond dat al lang vast. Ik ben eigenlijk het evenbeeld van mijn vader met zijn optredens. Een preek is ook een vorm van optreden, want je wilt dat het onderwerp van je preek landt bij je toehoorders, maar dat is slechts één aspect van mijn keuze. Ook het pastorale werk en het managen van een gemeente vormden een belangrijk deel van mijn motivatie. Bovendien werd dat nog eens aangewakkerd door dominee van der Werf op het Bogerman. Van der Werf was jeugdpredikant en stond met beide benen in deze wereld en dat sloot helemaal aan bij mijn wens om jeugdige en laagdrempelige onderwerpen op de kansel te krijgen.”
Genève
Na zijn studie in Groningen kreeg De Haan de mogelijkheid om op uitnodiging van de Wereldraad van Kerken een jaar in Genève door te brengen. Samen met zestig andere studenten uit alle uithoeken van de wereld en van alle kerkgenootschappen. “Dat was een bijzonder vruchtbaar jaar” vertelt hij “Want Genève was een broedplaats van ideeën met al die studenten met een andere achtergrond. Ik liep al langer rond met het idee om ooit wat met televisie te doen, dus greep ik met beide handen de mogelijkheid aan om aan de slag te gaan bij de afdeling Communicatie van de Wereldraad. Daar leerde ik omgaan met journalisten en fotografen en bouwde ik een enorm media-netwerk op. Daarnaast kwam Amor op mijn pad. Ik trouwde met een Oostenrijkse. Het huwelijk vond plaats in Piaam en het daarop volgende feest in De Nynke Pleats.”
De Rudi Carrell van Zwitserland
Na vier jaar als predikant van de Nederlandse Protestantse Gemeenschap in Luxemburg solliciteerde Gerrit de Haan naar de baan van ‘Hoofd kerkelijke tv-programma’s’ bij de NCRV en had de toezegging al op zak, toen zijn benoeming op het laatste moment door een wisseling van de wacht in de NCRV-leiding niet doorging.
In plaats van in Hilversum, kwam hij in het Zwitserse Zurzach am Rhein terecht dat ‘Ein fröhliger Christ der uns gut betreuen kann’ zocht, aldus de advertentie. “Ik dacht, toch wel een beetje gefrustreerd over het ‘NCRV hoofdstuk’, laten we dat maar een tijdje proberen. En dat is uiteindelijk bijna mijn hele werkzame leven geworden, het grootste deel in de prachtige stad Luzern. Wel heb ik altijd heimwee gehad naar Nederland; naar de taal en de soepeler omgangsvormen van mijn ‘heitelân’ , maar mijn kinderen waren happy, mijn vrouw was happy en ik kreeg de kans om op televisie leuke dingen te doen en dat maakte een hoop goed. In die periode kreeg ik de kans om via een stage bij de BBC een opleiding regie te volgen en alles te leren over tv en tv-maken. En dat mocht ik als tv-predikant op de Zwitserse tv in de praktijk brengen in het programma ‘Wort zum Sonntag’. Ik ga trouwens, ook vanwege mijn (klein)kinderen, steeds vaker naar Zwitserland.
Arbeidershuisje werd monumentaal Koopmanshuis
“Toen ik een jaar of veertig was wilde ik een klein arbeidershuisje kopen in Gaasterland, zodat ik een eigen onderkomen had, ..wanneer ik een weekje in Nederland was om een gezonde dosis chauvinisme bij te tanken. Dat pakte anders uit. Het gewenste arbeidershuisje bleek niet te bestaan, maar wel maakte de makelaar mij attent op een prachtig pand in Oosterzee.” Daar stond in de kom van het dorp, aan de boorden van het Tjeukemeer, al acht jaar een weliswaar prachtig monumentaal, maar uitgekleed rijksmonument te koop, ‘het Koopmanshuis’. Gerrit de Haan ging de uitdaging aan en ‘pamperde’ zijn Friese huis dertig jaar lang, bracht het terug in zijn oude luister en woont er nu (zie ook kader).
De regenachtige herfstmaanden brengt hij bij voorkeur door in zijn flatje in Kaapstad, dat hij voor een zeer bescheiden prijs kocht toen in 1994 de apartheid werd opgeheven. “Zuid-Afrika heeft al in mijn jongensjaren mijn hart gestolen” vertelt hij . “Dat is overigens een mooi verhaal. Als jongens gingen mijn maat Hans Nooitgedagt en ondergetekende als ‘bordeleur eerste klasse’ (bordenwasser – red.) mee op een cruise naar Zuid-Afrika. Slavenwerk was dat, maar de moeite achteraf meer dan waard. Een cultuurshock van jewelste voor twee jonge knapen, we werden daar als onbevangen schooljongens erg snel volwassen. Ik werd verliefd op Zuid-Afrika en heb, nadat de apartheid in 1994 werd opgeheven met mijn oudste zoon een rondreis gemaakt. Op een gegeven moment kon ik er tegen een heel schappelijke prijs een flatje kopen en dat gebruik ik om de regenachtige herfstmaanden in Nederland te ontvluchten.”
“Op 16 september hoop ik in het kerkje van Goënga te vieren dat … ik daar als student vijftig jaar geleden met trillende knieën mijn eerste preek heb gegeven. Ik had een nogal krakkemikkige Deux Chevaux (lelijke eend – red.) en moest bij mijn vertrek door de kerkenraad worden aangeduwd. Zo zie je dat ook een predikant wel eens een duwtje nodig heeft.”
Het Koopmanshuis Oosterzee
Het monumentale Koopmanshuis in Oosterzee stamt uit 1782. Het herinnert aan oude tijden, waarin Oosterzee het belangrijkste dorp van dit zuidelijkste deel van Friesland was, waar vanaf het jaar 1500 de grietmannen van Lemsterland woonden.
Het pand is gebouwd in opdracht van Klaas Kerstzn. Koopmans. Deze liet naast het pand de Skipsleat uitgraven naar de Rien. Oosterzee kreeg daarmee tevens een feeëriek binnenhaventje. In de zestiger jaren vond men dat niet meer nodig, met als gevolg dat het werd gedempt. Echter door het dempen van het haventje en de Skipsleat veranderde het grondwaterpeil waardoor de palen, waarop het Koopmanshuis was gebouwd, begonnen te verrotten en het pand begon te verzakken.
Een reddingsoperatie, die om en nabij de miljoen gulden kostte bracht uitkomst. Het rijksmonument was gered van de ondergang, maar de stichting die de restauratie initieerde ging failliet. Het heeft vervolgens acht jaar te koop gestaan, totdat predikant Gerrit de Haan de handschoen oppakte en er dertig jaar aandacht, moeite en geld aan heeft besteed om het in zijn oude luister te herstellen. Ook qua inrichting heeft het de sfeervolle, historische uitstraling van weleer gekregen.













