Jan Sibbel: “Ik weet nog steeds niet wat ik wil worden als ik groot ben…”
Boeken, boeken en nog eens boeken. Van Annie M.G. Schmidt tot Louis Couperus. Van Reve tot Grisham. Van Kuifje tot Asterix en Obelix. De wanden ‘vol geplamuurd’ met boekenkasten in soorten en maten. Kasten waarvan elke plank zo afgeladen is dat je ze bij wijze van spreken hoort kreunen en steunen. Zeker tienduizend boeken in de winkel en nog eens een zelfde aantal in de achterkamertjes en op de verdieping van het pand. Op de grond stapels die nog ‘te plak’ moeten worden gezet en die de routing door de winkel tot een soort doolhof maken. De tweedehands boekenwinkel van Jan Sibbel is een van de laatste, zo niet de laatste tweedehands boekenwinkel in Zuidwest Friesland. En ook daar gaat een eind aan komen.

Jan Sibbel (64) is geboren en getogen in Utrecht, kwam uit een groot gezin, acht kinderen, Rooms Katholiek. Pas tijdens zijn studie realiseerde hij zich waar zijn voorliefde voor taal vandaan kwam. “Mijn vader beschikte over een grote woordenschat en zat altijd vol met woordgrapjes, zoals ‘Ik heb één kind en voor de rest jongens’, of ‘Een Oostenwind is altijd koud, ongeacht uit elke richting hij komt’.”
“Ik was geen studiehoofd, vond leren niet leuk. Wel was ik sportief, kon ik goed turnen en speelde verdienstelijk voetbal. Toen ik me dan ook door de mavo ‘heen had geakkerd’ wilde ik naar het CIOS. Ik werd in Sittard aangenomen en was welkom in de gelederen van Fortuna Sittard. Voorwaarde van het CIOS was wel dat ik mijn schouderlange haar zou laten kortwieken tot, naar mijn gevoel, ‘modelletje Kort Amerikaans’. Ik was zeventien jaar, puberaal recalcitrant en trots op mijn lange haar. Dat ging dus mooi niet door.”
Rechtsom
Als het linksom niet lukt, dan maar rechtsom. Jan dook de schoolbanken weer in en haalde zijn havo, waarna hij zich op negentienjarige leeftijd aanmeldde bij de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Den Haag, getooid in lange bontjas en met golvende lokken. Hij werd aangenomen, voltooide de opleiding zonder noemenswaardige problemen en werd voor drie dagen per week sportleraar op een mavo.
Al op de ALO werd zijn interesse voor filosofie door een docent gewekt. “Dat bleef me bezighouden, ook toen ik al les gaf. Dus heb ik me ingeschreven bij de Universiteit van Amsterdam voor een studie Filosofie. Maar die droom smoorde in de dikke stroop van de bureaucratie. Bovendien werden de werkgroepen dermate slecht geleid, dat ik er na een jaar een punt achter heb gezet. Mijn interesse echter voor filosofie, maar ook taal in de breedste zin van het woord, bleef onverminderd groot. Ook een studie Nederlands bracht me niet wat ik ervan verwachtte. Wel begon ik toen met mijn toenmalige partner, die de kunstacademie had gedaan, taalkunst te maken. Ik schreef, zij maakte de illustraties en daar lieten we vervolgens zeefdrukken van maken, die we aanboden in kleine galerieën. Dat liep best aardig en heeft uiteindelijk aan de basis gestaan van de vestiging van een eigen winkel in Langweer, waarover verder in het verhaal meer.
Supertanker
Met het vorderen van de jaren als docent lichamelijke opvoeding nam recht evenredig daarmee de onvrede over het onderwijs toe. “Ik ben van het type ‘doe er dan wat aan’, maar om een supertanker als het onderwijs van koers te laten veranderen, moet je van hele goeden huize komen. We liepen tegen een dikke muur van onbegrip en bureaucratie aan en tegen mijn veertigste hield ik het onderwijs voor gezien en met mij in die periode vele anderen.”
Er wordt wel eens gezegd ‘Als er één deur sluit gaat er ergens anders een raam open’. Maar Sibbel kreeg wel in de gaten dat hij dan wel het raam zelf open zou moeten maken. Via de hiërarchieke weg met het UWV, talloze sollicitatiebrieven en tenenkrommende cursussen, zag hij zichzelf tot in lengte der dagen werkloos blijven. Het re-integratie traject was dus geen onverdeeld succes.
Mijn tafel
“In overleg met het UWV heb ik vervolgens toch geprobeerd iets voor mezelf op poten te zetten. Ik las enorm veel boeken, een stuk of vijf per week, zodat in de loop der jaren de wanden van onze woning in Den Haag ‘behangen’ waren met volgepakte boekenkasten. Een grote opruiming was dus geen overbodige luxe. Bij toeval maakte iemand me attent op de mogelijkheid om in een winkelcentrum aan de rand van Den Haag een tafel te huren, waar je tweedehands artikelen kon aanbieden. Ik zag dat als een nieuw avontuur. Het winkelcentrum zat tegen een luxe appartementencomplex aan, waarvan de bewoners al snel met hun tweedehands boeken bij mij aan kwamen zetten. Ik verkocht daarnaast goed, maar had na een paar maanden al een veel grotere verzameling dan toen ik begon.”
Langweer in beeld
“Daarnaast schreef ik, maakte ik zeefdrukken, voorzag aquarellen van mijn inmiddels ex-partner van teksten, we maakten kleine boekjes, producten die veelal in kleine galerietjes terecht kwamen. We verkochten ook wel regelmatig en maakten persoonlijk werk op aanvraag. Het toeval wilde dat een van die klanten uit Den Haag een tweede huis had in Langweer en daar een galeriehouder kende aan wie hij ons werk liet zien. Deze was meteen enthousiast en nam ons werk in zijn assortiment op. Hij deed zo zijn best voor ons dat wij het als een morele plicht voelden om een tegenbezoek te brengen. Op een zonovergoten zomerse dag arriveerden wij in Langweer, pittoreske dorpsstraat met aan weerszijden eeuwenoude lindebomen, volle terrassen, overal afgemeerde bootjes, lachende gezichten.”
“Mijn oog viel daar op een mooi pandje. ‘Daar zou ik wel een tweedehands boekwinkel in willen beginnen’ zei ik tegen de galeriehouder in kwestie. Door een speling van het lot kwam het pandje in de zomer van 1997 vrij en kregen we een telefoontje vanuit Langweer; ‘Of we geïnteresseerd waren’. Dat was ik zeker, maar het heeft me heel wat overredingskracht gekost voordat ik mijn vrouw, een geboren en getogen Haagse die Friesland helemaal niet zag zitten, over de streep had. Het ‘schijntje’ dat we voor dat pandje inclusief een eengezins huurwoning moesten betalen, vooral gemeten naar Haagse begrippen, deed de balans uiteindelijk in mijn richting doorslaan. In de winter van de laatste Elfstedentocht, in 1997, werd ik ‘eigen baasje’ in Antiquariaat en tweedehands boekenwinkel De Boekensteun in Langweer.”
Netwerk
“Ik had toen nog geen flauw idee hoe ik aan tweedehands boeken moest komen, maar dat probleem loste zichzelf op. Langweer is altijd een dorp geweest waar het percentage welvarende ‘westerlingen’ van oudsher bovengemiddeld is. Velen daarvan hadden er een tweede huis. Die mensen kwamen regelmatig even ‘sneupen’ bij mij in de winkel en daar ontstond al snel een goede band mee. Met als gevolg dat er vanuit die hoek tweedehands boeken mijn kant opkwamen. Uit Sittard, uit Gorinchem, uit Gouda, noem maar op. Ten gevolge van verhuizing, scheiding, overlijden. Overal kwamen ze vandaan en er ontstond een luxeprobleem, namelijk dat wat er in kwam groter was dan wat er uit ging. Het aanvankelijke huurpandje, dat een houten vloer had, kon het gewicht van al die boeken niet meer aan. De vloer begon te verzakken, zodat we toen het huurpand hebben verruild voor het huidige pand met een betonnen vloer, en veel meer ruimte.”
Maar ook op het nieuwe adres bleef het assortiment groeien zodat je anno 2018 kruip-door-sluip-door van de ene naar de andere kant van de winkel moet laveren. En daar komt nu een einde aan want Jan Sibbel is ook de jongste niet meer en het zeulen met (dozen vol) boeken betekent een behoorlijke aanslag op het gestel. Dus einde verhaal?
“Neen, alleen de fysieke locatie aan de Buorren 41 staat te koop. Maar er moet nog wel brood op de plank komen, en daar biedt internet een nuttig alternatief voor. De bijzondere exemplaren zet ik op internet, zoals het antiquarische kinderbijbeltje waar ik het eerder over had, een zeldzame Kuifje, de eerste druk van sommige boeken, enzovoorts. En die gaan dan ook de hele wereld over.”
De mens Sibbel
Als je een karakterschets van jezelf zou moeten geven, wat zou dan het resultaat zijn?
“Ik vind het heerlijk om met mensen om te gaan, te filosoferen over van alles en nog wat, te spelen met taal, boeken te lezen en mooie dingen maken. Dat zijn de aspecten die vechten om mijn onverdeelde aandacht. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat ik nog steeds niet weet wat ik later wil worden als ik groot ben…”













