Makelaar Robert Walinga van Lemmer: Wenningmerk soe wat degeliker kinne
“Ik woe wolris dat it wat stabieler waard”, zegt makelaar Robert Walinga. Hij kijkt in verwondering naar wat er momenteel gebeurt, wetende dat het vijf jaar geleden toch echt anders was.

Robert Walinga (48) is makelaar in Lemmer bij het kantoor Kingma en Walinga. Kingma was de Jouster makelaar Gerrit Kingma. En Roberts’ vader Jan Walinga was van makelaardij Friesland. Gerrit en Jan waren geen concurrenten. Vrienden. Die toen ook maar samen gingen werken. Het bureau Kingma en Walinga was geboren. Het stond in Joure.
In 1988 openden ze ook een kantoor in Lemmer. Jan Walinga was daar eigenlijk vaker dan op het hoofdkantoor. Daar kregen ze een nieuwe wat jongere compagnon, Koos Sinninge. Die uiteindelijk Kingma en Walinga in Joure overnam en doorging als A7-makelaars. Jan Walinga ging door in Lemmer en zag in 1992 zijn zoon binnen komen. Die de zaak later overnam. Robert had ook een vriend, Arend Fledderus, die ook compagnon werd. Samen hebben ze nu een makelaardij en een hypotheekshop in Lemmer. “We ha it moaiste wurk yn de wrâld”.
Crisis
September 2008 stagneerde dat werk. De crisis viel er in. Daarvoor werden huizen verkwanseld als zoete broodjes. De handel was zeer levendig. Alles kon. En ineens was het voorbij. Verkopers die nog niks nieuws hadden gekocht, stopten met de verkoop van hun oude huis. En op een lege markt kun je ook niet kopen. Een cirkel met een doodlopend einde. Het duurde ongeveer vijf jaar.
Dan zijn we in 2013. Floep. Het was alsof kopers en verkopers die vijf jaar wilden inhalen. Robert Walinga vertelt. “We moasten dêrfoar keapers mei fluwelen handskuontsjes oanpakke, hoedzje en noedzje”. Nu is dat weer helemaal omgedraaid. “Ach, earlik, at ien net keapje wol dan is der wol in oar”. Er is soms gelijk bij de presentatie zoveel belangstelling voor een woning dat de makelaar de kopers moet laten bieden op een huis. En de hoogste komt soms ook nog boven de vraagprijs uit. Een huis is vaak binnen drie, vier weken al weer verkocht. “Se keapje my dus”, zegt Walinga. Met wat verbazing kijkt hij naar die markt.
Walinga geeft overigens onmiddellijk toe dat zoiets wel heel plaatselijk is. De dorpen in Fryslân gaan niet op dezelfde manier mee. Lemmer wel, daar is het blijkbaar goed toeven (wonen). Maar de belangstelling kwam vroeger uit de regio en nu uit de rest van het land.
“Gekkeboel”
Een voorbeeld, een boerderijtje in Bantega. In 2009 te koop. Er kwam niemand kijken, laat staan kopen. En nu kwamen er vijftien verschillende kijkers. Allemaal uit het midden van het land. “Dêr is it een gekkeboel”, zegt Walinga die wijst op Amsterdam waar investeerders massaal huizen kopen en voor gigantische prijzen weer verkopen.
Maar Lemmer heeft profijt van z’n ligging. ”In piloat fan Schiphol moat yn in oere op syn wurk wêze kinne. Dat kin fia de A6”. Walinga fluistert dat als er (toch) van de A6 een goede afslag en (dubbele) weg naar Gaasterland en Bolsward zou zijn gekomen, de huizenhandel daar ook nog optimaler zou zijn geweest.
Voordeel van de huidige vraag/aanbod markt is natuurlijk het aanbod van de banken: de rente is laag. Dat blijft misschien niet zo? “Ik wit it net. It rint wis de earste jierren net hurd omheech. Mar ik ha dêr fansels net echt ferstân fan”. Dan nog zou dat de komende jaren de markt niet bederven volgens Walinga. Dat zou door twee dingen wel kunnen. Het eerste is een nieuwe bankencrisis. En het tweede de hypotheekaftrek. Niet zozeer wel of niet, maar de consument wil er zekerheid over. “Altyd dy driging, sûnder dat je witte hoe’t it komt”. Het ligt overigens momenteel onder in een politieke lade. Walinga is wel gelukkig met de aflossingsverplichting die nu gekomen is. “As je dat net betelje kinne bin je sa’n hûs net wurdich”.
Toekomst
Kantelt de woningverkoop over vijf jaar weer? Walinga: “Fiif jier lyn ha we de A4-kes yn de etalaazje ferfong troch A5-kes, safolle waard der oanbean. No ferkeapje we de hiele etalaazje. Beide is net hielendal goed”. Hij zoekt naar een stabielere markt. Hij had als makelaar vijf jaar terug meer tijd nodig voor de bezichtigingen. Nu is het direct raak. De omzet blijft ongeveer gelijk.
Hij had alleen in de crisistijd 200 woningen in te koop. Nu zo’n 60. Hij vraagt van de verkoper dat het huis wel klaar moet zijn. Een slecht geverfde woning kost veel meer moeite en dus geld. Hij wil de koper meer tijd geven goed na te denken. Als je een contract bij Kingma en Walinga tekent, mag je dat binnen drie dagen toch verscheuren. “Ik wol gjin praat efterôf”.
Robert Walinga zoekt een toekomstige woningmarkt met wat meer degelijkheid, stabiliteit en evenwicht. Maar weet ook: “it komt sa’t it komt”.















