Van melkveehouderij naar wereldwijd gewaardeerde opfokstal
Het kleine dorpje met haar plusminus 500 inwoners geniet mondiale bekendheid in de paardenwereld. Zo groot als die wereld is, zo klein kan die zijn wanneer het op kwaliteit aankomt. Dat succes ligt bij Opfokstal Geertsma van de gelijknamige familie, waar het boerenleven en de dierenverzorging in het bloed zit.

“Wij hadden een afspraak zeker?” Een goedlachse dertiger krabt eens op zijn achterhoofd. Op het terrein staan meerdere grote stallen en aansluitend in die rij het geraamte van een stal in aanbouw. “D.W.”, stelt de jongeman zich voor. “Kom maar mee, het huis zit vol kinderen, dus dat wordt binnen helemaal niks.” We lopen door de stallen. Uit de voerhekken steken een paar neuzen die zich richting het vers neergelegde hooi bewegen. De oortjes draaien even nieuwsgierig in onze richting, maar dan storen de dieren zich niet meer aan onze aanwezigheid. “Het was mij even ontschoten”, zegt D.W., wat staat voor Durk Wopke. “Iedereen noemt mij D.W. of Durk of Wopke, ach als ik maar reageer”, lacht hij.
Durk Wopke Geertsma (34) runt samen met zijn broer Karst (32) en hun partners Opfokstal Geertsma. Een hecht familiebedrijf, dat Durk Wopke en Karst in 2017 overnamen van hun ouders, Durk en Rieuwkje Geertsma.
Waar het begon
Durk en Rieuwkje hielden een melkveebedrijf in Trophorne. Ze kregen vier kinderen, Johan, Durk Wopke, Karst en Ytje. Na 23 jaar verhuisden ze met de melkveehouderij naar de Haricherdijk in Harich. Durk verrichte al vanaf zijn twaalfde zwaar lichamelijk werk. Zijn lichaam begon serieus te protesteren en na 43 operatieve ingrepen moest hij zijn meerdere erkennen in de slijtage. Hoewel vooral Durk Wopke grote interesse had in het boerenleven, was hij met zijn twaalf jaar te jong om zijn vader te ondersteunen. De melkveehouderij werd gesloten en de koeien vertrokken. Niets doen was geen optie, Geertsma maakte met zijn ondernemershart van zijn hobby zijn werk: paarden. Hij startte een opfokstal.
De ligboxstallen werden stap voor stap omgebouwd tot professionele paardenverblijven en al gauw had Durk er tussen de dertig en de veertig paarden staan. Dat ondernemershart klopt blijkens in alle kinderen van Durk en Rieuwkje. Johan heeft een timmerbedrijf, Durk Wopke en Karst runnen de opfokstal en Ytje heeft haar eigen osteopathiepraktijk.
Durk Wopke houdt van het ‘boerenleven’ en het buitenwerken. Hij herinnert zich nog goed dat het melkvee wegging, maar blijkt net zo gepassioneerd over paarden te zijn als zijn vader. “Ik wist toen al dat ik het bedrijf van mijn ouders wilde overnemen.” Hij koos een opleiding die daarop aansloot: de middelbare landbouwschool in Leeuwarden, en na zijn studie werkte hij zij aan zij met zijn vader. Via cursussen spijkerde hij zijn kennis bij over werkzaamheden in de landbouw en kennis van het paard.
Karst daarentegen, had in zijn jeugd hele andere plannen. Na de middelbare school ging hij naar het CIOS in Heerenveen, maar uiteindelijk wonnen zijn ‘roots’ het van de sportopleiding. Vrij snel na het afronden van zijn studie kwam ook hij ook terecht in het bedrijf van zijn ouders. In 2009 zijn beide broers officieel in het bedrijf gestapt en in mei 2017 hebben ze het geheel overgenomen van hun ouders.
Ook mentale groei
Voordat een paard kan worden beleerd als rijdier, of ingezet kan worden in een fokprogramma, zal het dier eerst volgroeid moeten zijn. Dat volgroeien betekent niet alleen de fysieke groei, maar ook mentaal. Durk Geertsma zag daar zijn kans. In de Opfokstal, zoals dat heet, worden de dieren grootgebracht. De paarden verblijven er vanaf dat ze een half jaar zijn tot hun derde. Vanaf hun derde jaar zijn de dieren er klaar voor om te worden beleerd of ingezet te worden in een fokprogramma. In die tussenliggende periode is het belangrijk dat de dieren sociaal gedrag aanleren; dat leren ze door op te groeien in een kudde. Ook is de fysieke ontwikkeling is erg belangrijk, wat weer samenhangt met voldoende bewegingsruimte, de juiste voeding en de juiste verzorging. Eigenaren van de paarden brengen de dieren bij de opfokstal en halen ze feitelijk op wanneer ze er klaar voor zijn.
Durk Wopke hielp zijn vader vaak na schooltijd. Toen hij klaar was met school en ook Karst in het bedrijf ging werken, konden ze het steeds verder uitbreiden. Er werden meer stallen bijgebouwd en in de loop der jaren heeft het bedrijf behoorlijk naam gekregen in de paardenwereld. Van de dertig paarden waar Geertsma senior mee van start ging, hadden Durk Wopke en Karst er afgelopen zomer 550 in de weide staan.
“Negentig procent van de klanten komt via mond-tot-mond reclame”, vertelt Anita, de vriendin van Durk Wopke. De klanten komen van over de hele wereld. Japan, Israël, Duitsland, Oostenrijk, België, Amerika, maar ook uit Nederland zelf. De één komt geregeld langs om zijn paard te bezoeken, de ander komt één keer per jaar. Het vertrouwen in de Geertsma’s is hoe dan ook groot. Veel van de paarden die bij hen staan, hebben een verwachtingsvolle toekomst. Zo zijn er paarden bij hen zijn opgegroeid, die later deelnamen in de paardensport op de Olympische Spelen.
Boerenbroers
Het zit ze echt in het bloed, het boerenleven. De gehele organisatie van het bedrijf, van het landwerk tot ervoor zorgen dat de dieren het naar hun zin hebben en goed opgroeien is een dagelijkse uitdaging, maar ook echt de passie van de broers. Met 550 paarden in de zomerweide en in de winter – als de nieuwe stal klaar is – ruimte voor 350 paarden, hebben ze er een hele klus aan en maken ze lange dagen.
“We beginnen meestal om 06:00 uur. Dan rijden we de weiden af en controleren we de paarden. Kijken of ze goed lopen, dus niet kreupel zijn; we controleren de stroomvoorziening, de hekken en de watervoorziening. Als iets niet goed is, moet dat direct worden opgelost.”
De dieren, op de enorme lappen grond, worden aldoor voorzien van verse weide. Zodra een stuk land kaal is gegeten, verweiden ze de dieren en bewerken ze direct het kaal gegeten land, zodat er weer volop gras kan groeien. Zo worden de dieren alsmaar ‘doorgeweid’. Het gras winnen ze met de eigen machines. Ze kopen geen baal aan, zo weten ze precies wat de dieren krijgen en kunnen ze hun eigen planning maken om het gras van het land te halen. Bovenal zijn ze niet graag afhankelijk van anderen, dat schetst ook wel zo’n beetje het DNA van de ondernemende familie Geertsma.
Hecht familiebedrijf
Durk Wopke en Karst runnen het bedrijf samen met hun partners Anita en Lutske. Durk Wopke en Anita zijn met hun drie kinderen bij het bedrijf komen wonen. Het stel is al vanaf hun 17e samen. “Toen ik vroeger paardreed op de manege, wenste ik later een man met veel paarden”, lacht Anita. Nu lopen er tot 550 bij hen rond. “Het zijn geen rijpaarden, maar misschien komen die nog, voor de kinderen.”
Karst en Lutske hebben eveneens drie kinderen, zij wonen in Balk. Iedere twee weken hebben ze één zondag vrij; veel vrije tijd is er niet. Maar het buiten zijn, het werk en het contact met alle mensen en het samenwerken in een bedrijf dat echt van de familie is, vinden ze fijn, dat maakt het werk prettig. Een echt familiebedrijf, met genoeg opvolgers in de lijn die de naam Geertsma in de paardenwereld hoog kunnen houden.
Door Kirsten van Loon Foto’s: Orange Pictures

















