Raad van State houdt weigering woonunits voor arbeidsmigranten in Lemmer in stand
LEMMER – De Raad van State heeft het hoger beroep van Inbeva B.V. over de huisvesting van arbeidsmigranten aan de Schardijk 2 in Lemmer ongegrond verklaard. Daarmee blijft de weigering van gemeente De Fryske Marren om een omgevingsvergunning te verlenen voor zestien woonunits in stand.

Inbeva wilde een bestaande inpandige bedrijfswoning vervangen door zestien woonunits voor arbeidsmigranten die werken bij bedrijven in het pand en het naastgelegen hallencomplex. De gemeente weigerde de vergunning omdat de woonfunctie niet binnen het bestemmingsplan past.
Belangen bedrijven wegen mee
De Raad van State oordeelt dat de zestien woonunits niet kunnen worden aangemerkt als één bedrijfswoning. Daarnaast ligt de locatie op een geluidgezoneerd bedrijventerrein waar bedrijven tot milieucategorie 4.2 zijn toegestaan.
Bij de beoordeling mocht de gemeente volgens de Raad van State meewegen dat de woonfunctie gevolgen kan hebben voor de bedrijfsactiviteiten op het bedrijventerrein. Ook is volgens de uitspraak niet zonder meer sprake van een goed woon- en leefklimaat.
Daarmee blijft de eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland overeind.
Procedure duurde te lang
De procedure kende wel een ander gevolg. De Raad van State oordeelt dat de redelijke termijn is overschreden. Inbeva krijgt daarom 1.000 euro schadevergoeding van de Staat.









