Sport

Kunstschaatsster Cecil Lenis uit Joure: “Ik wil heel graag een triple springen”

Het gaat dan met name over langebaanschaatsen en misschien tegenwoordig zelfs ook shorttrack. Het gaat in ieder geval niet over kunstschaatsen en dat is best wel vreemd. Waar het kunstschaatsen internationaal de grootste schaatsdiscipline is, is het in Nederland maar een kleine sport. Toen Cecil Lenis echter mocht kiezen welke schaatssport ze wilde gaan beoefenen, werd het kunstschaatsen.

Afbeelding
JOURE - Schaatsen is één van de grootste sporten in Nederland, zeker als het aankomt op populariteit.

Cecil Lenis is negentien jaar en komt uit Joure, maar ze zit op kamers in Groningen waar ze rechten studeert. In haar familie wordt veel geschaatst. En goed ook. Cecil haar nicht is Thijsje Oenema, de Nederlands recordhoudster op de 500 meter langebaan. Toen de destijds zesjarige Cecil van haar ouders mocht kiezen voor een sport, koos ze voor kunstschaatsen. “Dat langebaanschaatsen vond ik eigenlijk niet zo leuk, en kunstschaatsen trok me veel meer aan.”

“Natuurlijk droomde ik wel”

Vanaf haar zesde trok Cecil met haar ouders elke week naar de ijsbaan om te leren kunstschaatsen. Vaak in Heerenveen, maar soms ook elders. Maar net waar er ijs lag voor de kunstschaatsers. Toen er een nieuwe trainer kwam en Cecil ouder werd, werd het aantal trainingen opgeschroefd. “Als je zo jong bent en elke week mag schaatsen, ga je natuurlijk met grote stappen vooruit. Elke week leer je wel wat nieuws en kun je net iets meer. Maar op een gegeven moment stokt dat natuurlijk wel en als je dan door wil blijven groeien, moet je meer schaatsen.”

Met meer schaatsen, meer trainen en de sport serieuzer nemen, kwamen er ook dromen. Kunstschaatsen is een olympische sport en voor een sporter is dat vaak het hoogst haalbare. “Natuurlijk heb ik daar van gedroomd als meisje. Je kijkt dan naar de televisie en denkt, dat wil ik ook. Maar kunstschaatsen in Nederland is niet van een heel hoog niveau. De faciliteiten die sommige andere landen wel hebben, zijn hier gewoon niet.” Cecil vergelijkt het met de langebaancultuur in Nederland. “Als je goed bent in langebaanschaatsen, wordt alles voor je geregeld. Je hebt goede trainers, goede trainingspartners, vaak een mooi contract en de beste faciliteiten. Wij zijn soms al blij als we ijs tot onze beschikking hebben. Dat is geen verwijt ofzo, maar als je echt wat wil als kunstschaatsster, dan moet je eigenlijk emigreren naar Rusland of zo.”

Blessure

Hoewel Cecil nog steeds erg serieus met haar sport bezig is, droomt ze nu niet meer van internationale roem. Serieus met haar sport bezig zijn, betekent voor Cecil vijf dagen in de week trainen en soms ook twee keer per dag. Dat is veel op het ijs, maar ook ernaast. “We doen ook kracht- en balanstraining en zijn bezig met lenigheid. Dat is heel belangrijk als schaatsster en het is goed om te zien dat de jongere jeugd bij ons daar steeds meer mee bezig is.” Het doel voor Cecil zijn de Nederlandse kampioenschappen. “Daar wil ik zo hoog mogelijk eindigen.” Dit jaar heeft ze echter geen topjaar en momenteel is ze geblesseerd. “Ik ben door mijn enkel gegaan, en niet eens op het ijs. Er zijn een paar spiertjes verrekt en ik sta al weer een paar weken naast het ijs. Mijn enkels zijn sowieso mijn zwakke punt en daar moet ik wel heel voorzichtig mee zijn. Ik pak het schaatsen wel weer op waarschijnlijk deze week, maar het seizoen is zo goed als voorbij.”

Triple

Hoewel ze geblesseerd is en de Nederlands kampioenschappen als doel voor haar het belangrijks zijn, stelt de fanatieke Cecil zichzelf ook persoonlijke doelen. “Dat is ook wel waar ik nu voor mezelf vooral mee bezig ben en sport leent zich daar natuurlijk heel goed voor. Als langebaanschaatser kun je doelen stellen met tijden en persoonlijke records. Als kunstschaatser zijn dat de sprongen. Ik wil bijvoorbeeld heel graag een triple springen en dat is tot nu toe nog niet gelukt. Dat is, zoals het woord al enigszins doet vermoeden, een sprong waarin je drie keer rond draait. Ik ben er bijna en het zit eraan te komen. Als dat zou lukken, zou ik wel enorm trots zijn en is het als een overwinning op mezelf.”

Technische sport

Kunstschaatsen is een technische sport waar een verkeerde slag of beweging constant op de loer ligt en al snel desastreuze gevolgen heeft. De schaatsers trainen vaak maandenlang en soms jarenlang om een aangeleerde kuur te perfectioneren. “Ik heb denk ik in Nederland maar drie wedstrijden per jaar. Soms gaan we naar het buitenland, maar meer is het niet. In een wedstrijdweekend rijd je dan op zaterdag de korte kuur en op zondag de lange. In een kuur moet je verplichte elementen laten zien. Zo moeten er in de korte kuur bijvoorbeeld drie sprongen gedaan worden en ook drie pirouettes en nog wat extra elementen. In de lange kuur heb je ook wel verplichte dingen, maar heb je wel iets meer vrijheid.”

Als Cecil moet kiezen tussen de lange of korte kuur, is het antwoord snel gegeven. “Ik heb veel liever de lange kuur. Ik ben niet echt een korte kuur rijdster. Ik denk dat ik in die kortere tijd mezelf teveel druk opleg en juist daardoor ga ik foutjes maken. De lange kuur, die maximaal vier minuten duurt, kan ook wel slopend zijn, hoor. Zeker als je fouten maakt, lijkt het een eeuwigheid te duren.”

De jury beslist

Net als bijvoorbeeld turnen is kunstschaatsen een jurysport. De jury beslist dan ook volledig over het lot van de schaatsers. “Dat zit wel iets genuanceerder, hoor”, zegt Cecil lachend. “In de basis heb je gelijk, maar een puntentotaal komt niet zomaar uit de lucht vallen. Het puntentotaal wordt opgebouwd in twee gedeelten. Allereerst heb je de technische elementen die je tijdens de kuur laat zien. Daar staan punten voor als je ze goed uitvoert. Dat kan overigens wel iets meer of minder worden als de uitvoering net iets beter had gekund of juist heel erg goed was. Daarnaast worden er ook punten gegeven voor de presentatie en de schaatsvaardigheid en dat is behoorlijk subjectief. Wat de één heel erg mooi vindt, kan een ander mogelijk minder waarderen. Voor een sporter is dat soms moeilijk te accepteren, al leeft dat binnen het kunstschaatsen niet heel erg. Over het algemeen is de jury professioneel genoeg om iedereen op kwaliteiten te beoordelen. Als schaatser heb je op de uiteindelijke beoordeling dan ook weinig invloed. Het enige wat je kunt doen is je best en tijdens de kuur alles zo goed mogelijk uitvoeren. Dan heb je er in ieder geval zelf alles aan gedaan.”

Dat hoopt de Jouster volgend jaar ook te doen. Het liefst tijdens de nationale kampioenschappen en dan met de door haar zo gewenste triple.

Door Jan van Loon Foto: ©Martin de Jong

Afbeelding