Sport

Samenwerking Bakhuizen en NOK werpt vruchten af “Nog geen wanklank gehoord”

Een van de vrijwilligers die achter de schermen veel organisatorisch werk verricht, is Rimmert Ploegstra, van origine lid van RKVV Bakhuizen.

Afbeelding
BAKHUIZEN - Na anderhalf seizoen weten veel spelers uit de ‘Samenwerkende Teams’ niet meer beter dan dat zij voetballen en trainen bij twee verschillende verenigingen, te weten RKVV Bakhuizen en SV NOK.

“Vorig jaar hebben we voor het eerst actief samengewerkt”, begint Rimmert Ploegstra, in het dagelijks leven administratief medewerker. “Dit verloopt echt boven verwachting voorspoedig. We hebben nog geen enkele wanklank van ouders of spelers gehoord. Het is de keuze geweest om samen te gaan omdat we bij beide verenigingen een probleem hadden met de aantallen voetballers om teams op de been te krijgen in de meeste leeftijdsklassen. Inmiddels hebben we een samenwerking bij de elftallen in de leeftijdscategorieën onder 19, onder 15 en onder 13, waarbij we in de middelste leeftijdscategorie zelfs twee teams hebben. Voor Bakhuister begrippen is spelers hebben in deze oudste jeugd alweer een hele periode geleden en dat is al één van de belangrijkste winstpunten.”

Trainen op twee locaties

Voor alle vier de teams uit de combinatie vormt het trainen op twee verschillende locaties geen probleem. Ploegstra: “Het is zo dat de ploegen twee keer per week trainen. De ene keer in Bakhuizen, de andere keer in Oudemirdum. Voor de winterstop spelen twee ploegen in Bakhuizen; zij spelen na de winterstop bij NOK en andersom is dat ook het geval. Doordeweeks in de zomerse periode waarin het wat langer licht is fietsen de jongens en in deze donkere maanden rijden de ouders op toerbeurt. Het is één keer in de week halen of brengen, dat blijkt voor de meeste ouders in de praktijk geen probleem.”

Ontwikkeling bij de jeugd

Door de samenwerking merken beide verenigingen de positieve gevolgen steeds meer, volgens Ploegstra, die naast de jeugd ook nog leider is van het eerste elftal van Bakhuizen. “Er zijn minder spelers die tussen wal en schip komen te zitten. Wanneer je zestien bent en je eigenlijk al moet worden doorgeschoven naar de senioren, is dat gewoon een lastige situatie. Dat gat is nu op te vangen, waardoor spelers langer in de jeugd kunnen blijven spelen en zodoende ook geneigd zijn niet te stoppen omdat er geen team voor ze is. Daarnaast is er ook nog het feit dat er een meisje vanuit Bakhuizen nu speelt tussen de meiden van NOK. Je weet ook iets meer wat er speelt bij elkaar.”

Waar de beide eerste teams momenteel niet geweldig draaien, is Ploegstra wel tevreden over de ontwikkeling bij de jeugd. “Er wordt regelmatig meegetraind door de oudste jeugd met de selecties van de senioren. Er is voldoende potentieel en sporadisch spelen jongens al eens mee met hun ‘eigen’ club. Dat wil zeggen dat iemand niet ineens bij een ander eerste team mee kan spelen. Het is alleen toegestaan om te spelen bij de vereniging van origine. Onze hoofdtrainer van Bakhuizen is ook trainer van de Jo15, dus die weet ook wat er aan talent rondloopt in de jeugd. De betrokkenheid van beide verenigingen is ook goed te noemen.”

Verschillende tenues

“Een van de punten die momenteel nog wel voor verbetering vatbaar zijn, zijn de tenues”, aldus Ploegstra. “We werken samen, maar spelen nog niet in eigen outfits. Zo kan het zijn dat er van beide verenigingen bij een team een coach is die beiden een andere jas dragen en ook tijdens de wedstrijden is dat het geval. Misschien kunnen we daar in de toekomst nog wel winst behalen. Verder doen we het, op ons niveau, prima in de competities en hebben de spelers en ouders het prima naar hun zin. Het is niet zo van: “Moeten we nu weer naar de andere’ club toe of naar onze eigen?’ Het voelt als thuis. En dat al na anderhalf jaar.”

Doorstromen

Doordat de jeugd nu blijft spelen is het voor beide voetbalverenigingen goed om te weten dat er weer jongens kunnen doorstromen naar de seniorenteams. “Dat is het voornaamste doel geweest voor de samenwerking. Jeugdspelers de kans geven om ook daadwerkelijk te kunnen blijven spelen in plaats van naar andere verenigingen te laten overstappen of misschien wel helemaal te stoppen. Een van de wensen is om nog een gediplomeerde trainer voor de groep te krijgen om zodoende ook daar nog winst in te behalen. Een team in elke leeftijdscategorie is ook zo’n wens. De trainers die we nu hebben zijn allemaal in ontwikkeling en dat gaat uitstekend. Ze vinden het ook leuk om te doen, maar een stap maken in die richting is wel degelijk een mooie stip op de horizon.”

Vanaf jongens onder 13

Vanaf de leeftijd wanneer er wordt overgestapt naar het grote veld, in de leeftijdscategorie jongens onder dertien jaar, is er nu dus een succesvolle samenwerking. Gevraagd of het wenselijk of haalbaar is om de samenwerking nog eerder te door te voeren, treedt er bij Ploegstra enige ambivalentie op. Enerzijds is hij positief gestemd, maar hij is ook enigszins terughoudend. “Als je het mij vraagt zou ik het alleen doen wanneer het noodzakelijk zou zijn qua aantallen. Aan de andere kant werkt de samenwerking nu prima dus waarom niet? Het zou in ieder geval prachtig zijn om de samenwerking nog jaren vol te houden om zodoende jongens en meisjes te kunnen laten sporten, dat is voor mij het belangrijkste punt.”

Door Joeri van Leeuwen

Afbeelding