grootdefryskemarren

Cover verhaal: Taxateur Jan Potijk

SCHARSTERBRUG - Jan Potijk is geboren en getogen in Joure. Sinds 25 jaar woont hij in Scharsterbrug. Als kind was hij al een verzamelaar en wilde hij van dingen weten hoe oud ze waren. Nu is deze vijftiger niet alleen verzamelaar, handelaar én taxateur, maar bovenal is hij een tevreden mens.

Taxateur Jan Potijk Foto Johan Brouwer
Taxateur Jan Potijk Foto Johan Brouwer

Hij ontvangt ons in de keuken van zijn huis in Scharsterbrug. Voor de gelegenheid heeft hij opgeruimd. Normaalgesproken staat het hier vol spullen die hij op markten, in de kringloop en van particulieren koopt. Aan de keukentafel doet hij vervolgens research. Online en in de vele naslagwerken waarover hij beschikt, zoekt hij de juiste omschrijving van zijn aankopen. Vervolgens brengt hij de spullen naar een veiling waar ze per opbod worden verkocht.

Dubbele dosis

Voordat we meer over zijn werk horen, eerst even terug naar zijn liefde voor verzamelen.

“Als klein manneke ging ik met mijn ouders naar de markt in Makkinga en Bakkeveen”, vertelt hij. “Ook namen ze me mee naar rommelmarkten van kerken en buurthuizen. Ik was een jaar of zes toen ik mijn eerste Matchbox autootje kocht. Dat was de start van mijn eerste verzameling. Als kind vroeg ik me al af hoe oud iets was. Dat probeerde ik dan uit te vinden. Er was nog geen internet, dus moest ik het hebben van boeken of verzamelaars. Het verzamelen heeft er altijd in gezeten. Mijn zus heeft er minder mee. Ik denk dat ik een dubbele dosis van mijn ouders heb gekregen.”

Naar Graceland

“Vanaf mijn achttiende werd ik groot Elvis-fan en verzamelde ik alles van hem. Geen prullaria zoals asbakken, sjaaltjes, deurmatten en spiegeltjes, maar platen. Ik probeerde de eerste persingen te krijgen. Die verzameling staat nu op een laag pitje, want ik heb alles wat ik wilde hebben. Voor mijn vijftigste verjaardag heb ik van mijn familie en schoonfamilie geld gekregen om naar Graceland, het landgoed waar Elvis twintig jaar heeft gewoond, te gaan. Ik ben van plan daar op 16 augustus, zijn sterfdatum, te zijn. Ik ga met een Elvis-reis van de fanclub. Mijn vriendin weet nog niet of ze mee wil. Voor haar is het wat veel Elvis. Dat begrijp ik wel, maar ik wil het graag een keer meemaken tussen de fans, de commercie, alle toeters en bellen.”

Relatie

Sinds zes jaar heeft Jan een relatie met Eva. “Ik ben heel lang alleen geweest. Dat vond ik prima, want ik was gelukkig met mezelf. Ik was niet op zoek, maar toen kwam ik Eva tegen op een veiling en het klikte. We kennen elkaar een jaar of tien. Sinds vier jaar wonen we samen. En ik moet zeggen het is veel leuker met z’n tweetjes. Wel is het wennen als je zo lang je eigen koers hebt kunnen varen. Als je heel lang alleen bent, word je star. Nu word ik meer flexibel en dat is alleen maar goed.”

Van verzamelaar naar handelaar

Jan is dus een verzamelaar, maar net als de meeste verzamelaars werd hij ook handelaar. “Je krijgt zoveel spullen, die kun je niet meer kwijt. En op een gegeven moment zie je dingen die niet meer in je verzameling passen. Die ga je verkopen. Soms heb je ook geld nodig om goede stukken te krijgen; dan ga je de mindere stukken verkopen. Dat is een opwaardering van je verzameling. Ik koop en verkoop kunst, antiek en design. Daarnaast doe ik taxaties. Er is geen kant-en-klare opleiding voor taxateur. Je kunt geschiedenis of kunstgeschiedenis studeren voor de theoretische kennis, maar taxeren is een kwestie van doen. Waar je de meeste ervaring opdoet is bij een veilinghuis. Ik heb veertien jaar bij Ald Fryslân, het veilinghuis in IJlst gewerkt. In die tijd hadden we zes veilingen per jaar. Je hebt drieduizend kavels (één of meer voorwerpen die in één keer worden geveild, red.) per veiling, maar niet alles gaat naar de veiling. Per veiling heb je wel zesduizend kavels in handen. We waren met twee taxateurs, maar in veertien jaar heb ik heel veel dingen gezien en heel veel dingen in handen gehad. Van topkwaliteit tot de grootste bagger. Je kunt dit vak nooit sneller en beter leren dan door te doen. Daarnaast heb ik veel boeken, waaruit ik kan putten.”

Jagen

“Ik heb veertien jaar met heel veel plezier in IJlst gewerkt, maar ik was 45 en ik dacht: ‘Als ik nog iets anders wil, moet ik het nu doen.’ Bovendien miste ik een stukje vrijheid, en ik was klaar voor de volgende stap. In 2017 ben ik mijn eigen bedrijf, Jantiquair, gestart. Dat was niet makkelijk. In loondienst krijg je elke maand salaris op je rekening; nu moet je je eigen worm gaan vangen. Ik had een concurrentiebeding en mocht twee jaar geen taxaties doen. Dus deed ik alleen handel. Ik koop bij de kringloop, bij particulieren, en op de markt. Markten zijn vaak in het weekend, dan sta ik vroeg op, om bij de opening van de markt te zijn. Ik sta dan, met andere handelaren, achter een touw of een hek. Als dat open gaat schiet iedereen een kant op, en dan is het jagen. Ik moet de ruwe diamantjes ertussenuit plukken. Ik doe een snelle eerste ronde en ik zeg altijd: ‘Als iets kwaliteit heeft, zwaait het naar me’. Dat koop ik meteen. De tweede ronde doe ik rustiger aan, maak hier en daar een praatje, en kijk of er interessante boeken, naslagwerken of sieraden te koop zijn. De derde ronde heb ik tijd voor langere gesprekken. Ik neem de aankopen mee naar huis, daar doe ik research en maak de spullen klaar voor de veiling die het verkoopt. Handel is mijn broodwinning, want van taxeren kun je niet leven.”

Eén pet op

Jan is dus taxateur en handelaar. Bijt dat elkaar niet? “Nee, want je hebt altijd één pet op. Als taxateur ben je geen handelaar. In april was ik taxateur in de Marktloads in Sint Nyk. Die dag ben ik taxateur, dan ben ik geen handelaar. Ik koop niks. Dat kan ook niet. De wereld waarin ik werk is bijzonder klein. Iedereen kent elkaar. Als je een fout maakt of niet integer genoeg bent dan kun je je vak niet uitoefenen. In Sint Nyk zijn bijna zeventig mensen geweest. Het was erg leuk en ook spannend, want je weet nooit waar de mensen mee komen. Ieder mocht drie voorwerpen meenemen. Natuurlijk zijn dat huis- tuin- en keukendingen die ik vaak zie zoals zakhorloges, kralenbeursjes en bloedkoralen, maar soms zit er iets tussen waarvan je denkt: ‘Hoe is het mogelijk dat iemand daarmee komt’. Dat zijn de krenten in de pap. Mensen die naar een taxatie komen zijn benieuwd naar de financiële waarde, maar ze willen vooral het verhaal van een voorwerp weten. Ik taxeer aardewerk, volkskunst, glaswerk, bronzen beelden en schilderijen. En ik leer elke dag. Dat is het mooiste van dit vak.”

Gelukkig mens

Als taxateur moet je dus integer zijn. Dat heeft Jan meegekregen uit zijn opvoeding. En wat nog meer? “Als je iets echt wilt en ervoor gaat, dan lukt het. Misschien niet de eerste keer, maar het komt wel. Je moet doorzetten, nooit opgeven. Wat ik ook heb mee gekregen: Tel je zegeningen. Wees tevreden met wat je hebt.” Hij wijst naar het keukenraam. “Kijk naar buiten. Alles is frisgroen, de temperatuur wordt weer lekker. Ik houd van de lente. Wat mijn leven nog meer de moeite waard maakt? Eva! En familie, vrienden, vrijheid, werk doen wat ik ontzettend leuk vind. Tevredenheid is de sleutel naar geluk. Als je tevreden bent met jezelf, met waar je bent en met wie je bent, mag je in je handen knijpen. Ik voel me gezegend, echte tegenslagen heb ik niet gehad. Mijn ouders leven nog, met mijn zus, haar kinderen en haar vriend ga ik goed om. Ik ben een gelukkig mens.”

Trots

“Wanneer ik trots ben op mijn werk? Ik had een schilderij van Piet Slager gevonden, en dat hangt nu in bruikleen in een museum in Den Bosch. Piet Slager is afkomstig uit een schilderfamilie in Den Bosch. Ik ontdekte dat er in die stad een museum Slager is. Eva heeft hen gemaild en binnen een dag hadden we antwoord. Ze wisten dat het schilderij bestond, want ze hadden er een afbeelding van, maar ze waren het kwijt. Ze wilden het heel graag hebben. Ik vind dat het daar thuis hoort, en Eva en ik hebben het officieel overgedragen. Het is schoongemaakt en gerestaureerd, want het was niet in een geweldige staat. De komende tien jaar hangt het in het museum. Ze zijn er zo blij mee. Dat vind ik leuk, en daar ben ik trots op. Dat is ook zo als ik iets koop waarover ik een goed gevoel heb of denk ‘het heeft iets’, maar waarvan ik niet zeker weet of het wel zo goed is. Als het dan wordt geveild en veel opbrengt, dan ben ik ook trots.”

Tekst Lutske Bonsma