Gezond en fit

Vier van de tien sportverenigingen vrezen voor hun voortbestaan

FRYSLÂN - Van de Nederlandse sportverenigingen maakt veertig procent zich zorgen over het voortbestaan. Een kwart verwacht zonder hulp en ondersteuning niet te overleven. Dit blijkt uit ‘De gevolgen van coronamaatregelen voor sportverenigingen’, het vanochtend gepubliceerde onderzoek van het Mulier instituut.

De zorgen zijn vooral gebaseerd op een verwacht verlies van leden/vrijwilligers en hoge inkomstenderving. 20 % van de verenigingen verwacht dat een deel van de bestaande leden hun lidmaatschap gaat opzeggen. Van de begrote inkomsten voor heel 2020 wordt naar verwachting gemiddeld bijna 30 % misgelopen. Vooral grote verenigingen met eigen accommodaties hebben het zwaar.

Gerard Dielessen, algemeen directeur NOC*NSF: ”Het is goed dat het Mulier Instituut zo snel nadat alle sportaccommodaties door de overheid werden gesloten onderzoek heeft gedaan naar de impact van de maatregelen op de Nederlandse sportverenigingen. De uitkomsten laten goed zien dat veel verenigingen voor hun voortbestaan vrezen.”

Sport komt langzaam weer op gang, inkomsten blijven achter

‘De sport staat voor ongekende uitdagingen,’ aldus Dielessen. ‘Gesteund door vele clubs en bonden wordt nu hard gewerkt aan de uitvoering van het opstartplan in de wetenschap natuurlijk dat we nog lang niet van dit ellendige virus af zijn. Dat vereist veel creativiteit, solidariteit, aanpassingsvermogen en vooral ook geduld. De gezondheid gaat immers voor alles.’’ NOC*NSF ziet dat de sportieve samenleving in ieder geval wat betreft het buitensporten de komende weken en maanden stapje voor stapje weer in beweging komt.

Tegelijkertijd constateert de overkoepelende sportbond dat wat de verenigingen mogen doen wel kosten met zich mee zal brengen terwijl de inkomstenkant vanuit kantineopbrengsten en de belangrijke deelnemersbijdragen er niet op vooruit zal gaan. Ook zullen de sportverenigingen het nog lang zonder inkomsten uit kaartverkoop moeten stellen. En voor de binnensporten geldt dat ze straks bijna een half jaar geen activiteiten met hun leden hebben mogen uitvoeren.

 
Veilig in de zaal sporten

Gerard Dielessen spreekt in dit verband zijn zorg uit over de grote groep kinderen, jeugd maar ook volwassenen die vóór de corona-crisis in de vele gymzalen, dansscholen, fitnesscentra, sportscholen en andere binnensportaccommodaties meer dan wekelijks aan sport deden.

‘Laten we hen niet vergeten en onze uiterste best doen om ook die sporten en sporters de ruimte te geven. Zou erg fijn zijn als zodra de ontwikkelingen dat toelaten, binnensportaccommodaties hun deuren in ieder geval voor de jeugd van Nederland weer kunnen openen. Ik ben dan ook blij met de uitnodiging van het kabinet om met hen in gesprek te gaan over hoe we takken van sport zoals gymnastiek, badminton, handbal en tafeltennis op een veilige manier in de zaal kunnen laten sporten.’