Eppie en Lienke: twee zielen, één natuur
SLOTEN - Dubbel-interview met dichter en schrijver Eppie Dam en illustrator Lienke Boot, die deze zomer in Museum Sloten van juni tot en met oktober exposeren.

Eppie Dam (dichter en schrijver) en Lienke Boot (illustrator) wonen en werken samen in Sloten. Hun beider werk is dit seizoen te zien in Museum Sloten: pentekeningen en lino’s die Lienke maakte bij literaire uitgaven van Eppie (de titels vindt u aan het eind). Margriet Agricola, coördinator van het Museum in Sloten, was benieuwd hoe zo’n nauwe samenwerking verloopt.
Jullie werken en wonen samen hier in Sloten, en samen hebben jullie o.a. het boek Tsjilp! gemaakt met vogelgedichten van Eppie en lino’s van Lienke. Ik ben dan om te beginnen wel benieuwd bij wie het begint: bij het beeld of bij het woord?
Lienke: Het werk van een illustrator komt altijd ná het werk van de schrijver. Zo is het bij alle drie de boeken die ik samen met Eppie heb gemaakt gegaan. In die zin is de illustratie altijd ‘dienstbaar’ aan het woord.
Dan begin ik ook maar eerst bij jou, Eppie. Wanneer ben jij begonnen met schrijven en dichten?
Eppie: Ik schreef al gedichten toen ik 6 was, en ik doe het nog steeds nu ik 66 ben. Het is heel klein en lief begonnen met een versje over mei, toen alle vogels nog een ei legden en broedden in de wei. Ik ben van boerenkomaf en opgegroeid tussen de weilanden. Helaas is er van de natuur nog maar weinig over, en ik ben niet de enige die daar pijn van heeft. Het geeft het schrijven van vogelgedichten ook iets dubbels. Alsof ze alleen nog op papier bestaan.
Ik las inderdaad in een eerder interview met jou hoe pijnlijk je dat vindt. Sietse de Vries, de interviewer, vraagt zich dan af of het dichters uitdaagt om meer vogelpoëzie te schrijven, of dat er eerder iets doodbloedt. Jij zegt dan dat doodbloeden wel het laatste is, maar dat dichters ook weten: met woorden kun je geen vogel redden. Werkte je desondanks met plezier aan je vogelgedichten?
Eppie: Ja hoor, plezier en nieuwsgierigheid staan voorop. Het is voor mij altijd een uitdaging om niet alleen het uiterlijk van de vogels nauwkeurig te beschrijven, maar tegelijk door te dringen tot hun gedachten. Die kennen wij mensen natuurlijk niet, maar soms is het aardig om het idee van een dichter te volgen. Ook voor de dichter zelf.
Jouw vogelpoëzie is op het eerste gezicht eenvoudig, alsof het zo uit je pen is gevloeid. Maar ik vermoed toch dat er heel wat gepuzzel aan te pas komt om in woorden de essentie te vangen van wat je ziet.
Eppie: Inderdaad, het schrijven van gedichten vraagt veel aandacht en tijd. Over Tsjilp! heb ik uiteindelijk wel een paar jaar gedaan, en daarna nog weer een jaar over de Nederlandse vertaling. Er zijn bij het vertalen van gedichten zoveel dingen op te lossen, dat je als het ware opnieuw moet beginnen.
En jij Lienke, had jij als illustrator vervolgens veel vrijheid bij het maken van je botanische tekeningen voor Nije bloei, en later bij de vogellino’s?
Lienke: Dat wisselde. Bij Nije bloei had ik een zekere mate van vrijheid: er moesten tien botanische tekeningen komen bij poëzie van Jan Ritskes Kloosterman, verspreid over het boek, met als enige restrictie dat het inheemse planten moesten zijn. Voor de bloemlezing Friese vogelgedichten van Eppie, Oer de wjuk, ben ik gevraagd vogeltekeningen te maken, opnieuw verspreid over het boek, maar die moesten echt passen bij de gedichten. Dus de aalscholver bij een gedicht over de aalscholver, dat de flamingo - de ‘vreemde eend in de bijt’, bij een gedicht over de flamingo.
En overleggen jullie dan veel?
Lienke: Bij het maken van de lino’s voor Tsjilp! was er veel overleg tussen Eppie en mij: ‘Hoe stel je je de vogel voor, wat moet hij doen, welke beelden zie je voor je’. De afbeelding moest aansluiten bij het gedicht van Eppie. In de meeste gevallen verliep dat vlekkeloos, behalve bij de ijsvogel. De ijsvogel ziet zijn eigen spiegelbeeld in het water en tegelijk een vis die dwars door zijn spiegel heen zwemt. Ik had er een vette en frivole vis van gemaakt. Eppie was er niet blij mee. Toen ook mijn zoon zei: ‘wat is dat voor walvis?’, moest de ijsvogel helemaal opnieuw worden gemaakt – met een hapklare, rechttoe rechtaan zwemmende voorn deze keer!
Hoe maak je eigenlijk zo’n ragfijne pentekening? Het zijn enorm fijne lijntjes.
Lienke: Voor het maken van pentekeningen gebruik ik een stevige, gladde papiersoort en Pigma Micron pennetjes, meestal de 005mm pennen. Dat is echt heel dun. Ik zoek eerst allerlei foto’s en afbeeldingen bij elkaar om de essentie te vinden van de plant of de vogel. Voor een vogel is dat heel belangrijk: wat is zijn basishouding. Ik maak een schets in potlood, daarna komt het tekenwerk met pen. Bij planten kan maar weinig fout gaan, bij vogels des te meer. De plaats en de uitstraling van het oog zijn heel belangrijk. De blik van een ekster is totaal anders dan die van een kwikstaart! Je ziet het er misschien niet aan af, maar het uitwerken van al die beelden tot een pentekening waar ik tevreden mee ben, vraagt ongeveer een week aan werkuren.
Gaat dat bij de lino’s anders?
Lienke: Deels wel, deels niet. Ook voor een vogellino begin ik met het bestuderen van foto’s en maak an potloodtekening. Die zet ik over op soft linoleum. De vogel verschijnt dan in spiegelbeeld op het linoleum, in zachte potloodlijnen die ik vervolgens kan gebruiken om uit te snijden. Wat je wegsnijdt, is weg en kan geen verf meer opnemen en afgeven.
Daar moet je dan wel goed je hoofd bij houden, lijkt me – je kunt niet spontaan snijden wat er in je opkomt.
Lienke: Nee, dat klopt. Het begint altijd met nadenken over welke kant ik de vogel op wil laten kijken. Want als ik ga snijden en afdrukken draait het koppie weer! Meerkleurendrukken is helemaal een gigantische denkklus. Die wordt opgebouwd door verschillende lagen verf in verschillende kleuren. Je werkt van licht naar donker. Dus eerst een afdruk met de lichtste kleur, bijvoorbeeld lichtgeel. Daarna ga je weer snijden en maak je de volgende afdruk met donkergeel, en de volgende afdruk met oranje.
Bij het afdrukken in de verschillende kleurstadia moet je er steeds voor zorgen dat alles op precies dezelfde plek ligt, anders krijg je verschuivingen waardoor het lijkt alsof je dubbelziet. Ik gebruik hiervoor een houten snijtafel met winkelhaak. Al met al een intensief en precies werk! En zo bouw je laag voor laag op en houd je uiteindelijk een linoleumplaatje over waarin bijna alles is weggesneden.
Dat is dan ook meteen een groot verschil met etsen: jij kunt je linoleumplaatje niet later nog eens gebruiken.
Lienke: Precies.
En Eppie, wat vind jij dan vervolgens van de tekeningen en lino’s? Laten die zien wat jij bedoelde, voegen ze iets toe?
Eppie: Ik ben heel gelukkig met de lino’s van Lienke. Het zijn ware kunstwerken, sterk van vorm, gewaagd, rijk aan kleur. Maar wat voor mij het belangrijkste is: alle vogels drukken iets uit van zichzelf, we kijken bijna in hun ziel. Blijer kun je een dichter niet maken.
Tekst: Margriet Agricola, Museum Sloten









