De vis wordt duur betaald: Theatervoorstelling in Jachtwerf Gebroeders Hummel
LEMMER - Afgelopen weekend speelde Theatergroep De Hege Fonnen drie keer het toneelstuk Op Hoop van Zegen, geschreven door Herman Heijermans in een bewerking van Hans Keijzer. Dit keer echter geolied en gepekeld door Keet&Co. En dat beloofde een spektakel te worden – en dat werd het ook. Ik zag het op zaterdagavond 20 september.

Keet&Co speelt altijd op locatie. Dit keer in en rondom de loodsen van Jachtwerf Gebroeders Hummel. Staande tussen de houtbewerkingsmachines werden we verwelkomd vanaf de tekenverdieping. We gingen aan boord van de geschiedenis. Een zeil werd gehesen en een prachtige film over de ontstaansgeschiedenis van de Lemster Aak volgde. Op deze plek liggen duidelijk vele verhalen verborgen onder het stof.
Na een poëtische ode aan de gebroeders Hummel, geschreven door Job Degenaar, ging het roer om en moesten we naar de andere loods. Daar lag het podium tussen twee prachtige schepen. We stapten met zijn allen terug in de tijd: naar de oude visserij, waar het leven hard en zwaar was. Nou ja, toch niet helemaal, want op een slimme manier werd er een link gelegd naar deze tijd, waarin ook – in dit geval arbeidsmigranten – het niet best hebben. Mooie vondst, met een trieste conclusie.
Het bekende stuk werd met verve gespeeld. Dat de vis duur betaald wordt, kon niet treffender worden neergezet. De liedjes in ’t Fries, gezongen door Lemsters Janneke Warringa en Elske Fekkes, begeleid door cello (Andrea Meijer) en gitaar (Ido Cuperus), maakten het geheel compleet. Op het moment dat de jonge Barend aan boord moest, werd dit ook letterlijk gedaan. Het publiek werd, begeleid door zeemansliederen, naar buiten gevoerd. Het was inmiddels donker en feeëriek uitgelicht, en daar lag de LE 47 – oftewel Op Hoop van Zegen. Schippersjongens liepen druk over de steiger. De LE 47 ging vertrekken, maar eerst moest Barend nog aan boord. Een dramatische scène volgde. “Je ziet me nooit meer, moeder. Ik zal verzuipen,” schreeuwde hij. En hij zou gelijk krijgen.
Reder Bos riep iedereen tot de orde en stelde voor om een drankje te nemen op zijn kosten. Het publiek werd teruggeleid en de geur van de rookton kwam ons al tegemoet. The Man with the Fish was een zalm van een kleine meter aan ’t fileren. Iedereen kreeg een stukje, vergezeld van een Lemster slokje. Blijgemutst gingen we verder in de loods. Maar de storm stak op en het dramatische einde kreeg de zaal muisstil. Hier en daar hoorde je een snik, vooral op het moment dat duidelijk werd dat de 47 op zee was gebleven en de monsterlijst werd opgelezen. De cello begeleidde de matroos die, met een stuk wrakhout waarop de rode muts van Barend lag, plechtig langs het publiek liep. Ik brak ook. Wat een prachtige voorstelling. Het eindlied zit nog in mijn hoofd. Een groot compliment voor iedereen die hieraan heeft meegewerkt.
Ik zal nooit meer langs de loodsen van Hummel rijden zonder aan deze avond te denken. Deze plek hoort bij de geschiedenis van Lemmer. Hier is de Lemster Aak geboren.
Recensie door een bezoeker.











