Algemeen

Oude kroegbaas Agricola kijkt tevreden terug: “In kwartsje foar in pilske”

Door: Eelke Lok

BALK - “Ik rekkene in kwartsje foar in pilske…….” Die uitdrukking geeft aan dat er een oude horecabaas aan het woord is. Tjebbe Agricola is al héél oud, bijna 92 jaar. Zijn verstand is echter nog prima. Zijn stem zeker ook; de straatstenen van de Balkster Merke trillen bijna als hij vertelt over zijn vroegere jaren in de horeca. Dat woord bestond nog amper toen Agricola zich samen met zijn vrouw Riemke van der Werf binnen een halve dag hotel Boschlust in Oudemirdum aanschafte. Dat was het begin van hun avontuur.

2024-1-29 Tjebbe Agricola in Balk
2024-1-29 Tjebbe Agricola in Balk Foto Gewoan Dwaan / Douwe Bijlsma

Tjebbe Agricola was boerenzoon. Heit had een boerderijtje tussen Hemelum en Warns. Twintig koeien. Tjebbe hielp heit. Reed op dat tot trekker verbouwde A-Fordje. Had zijn rijbewijs en bracht heit naar de boerenvergaderingen, want die zat overal in. En op verjaardagen spraken ze over koeien en greide. Boerenleven.

En toen riep de dienstplicht. En ineens werd Tjebbes besloten wereld opengetrokken. “Ik kaam allegear oare minsken tsjin.” Ze zetten hem daar bij het Rode Kruis en leidden hem op als chauffeur, ook op vrachtwagens. Hij kwam overal. Tjebbe begreep de wereld groter was dan het boerehiem. 

Halve dag
Thuis gekomen bleef hij toch wat in de landbouwwereld. Reiziger voor de ABTB in boerenproducten. Hij haalde drie keer de omzet van zijn voorganger. Een goede basis om dat te blijven doen. Maar de jonggeliefden hoorde ineens dat er in Oudemirdum een hotel te koop stond: Boschlust. Toch even kijken. ‘Morgen voor half tien beslissen’, zei de makelaar. Ze zeiden ja tegen hem. Daarna ook tegen elkaar. Het was 1958.

En toen moesten ze nog alles leren. Een hotelletje met zeven kamers, een beetje verwaarloosd. Veel lunchgasten. Als er dan iemand kwam die zei dat de kip uit de poep was gezwommen, leerden ze dat ze onderuit de pan moesten scheppen. “En doe wie de frou, dy’t de keuken die, der net, en immen bestelde in biefstukje. Ik stie te triljen op‘e fuotten. Doe’t ik it foar dy man delsette trille ik noch. Sei dy man letter ‘dat it him net ôffoel’.” Zo leerden ze het. In Boschlust serveerden ze veel soep, gehakt op brood en vooral uitsmijters. Tussen de middagjes. 

Tjebbe Agricola knikt als we het hebben over de goede tijd waarin ze het hotel begonnen: de opkomst van de recreatie. Zeker in Oudemirdum toen. Hij profiteerde ervan. “Ik bin noch noait by in bank west”, zegt Tjebbe trots. De eerste investering kwam uit de familie. Binnen veertig jaar hadden ze alles weer afbetaald, terwijl er ook nog diverse verbouwingen waren geweest. Want ze hadden al lang geleerd dat je als hotel je moet aanpassen aan de wensen van degenen die een kamer huren. “We adferteerden al rille gau mei de meidieling dat 4 fan ús 7 keamers streamend wetter krigen, dat wie doe unyk.” 

Horecabaas
Later verbouwden ze er een pandje aan de overkant tot bruin café (want de jeugd wilde ook horecaruimte), en ook nog een pannenkoekenrestaurant. De ‘horecabaas’ van Oudemirdum had een prachtig leven. Hij woonde in een mienskip waarin zijn hotel ook het gezellige dorpshuis was. Alle verenigingen kwamen daar, van kaartspelen tot aan biljarten. Het echtpaar Agricola deed mee aan het sociale leven. “Ja myn frou, se is no wei, die dat folle mear as ik. Dy siet oeral yn. En at se dan jûns thús kaam yn it kafé naam se in beerenburgje, mar dan gie se njonken immen sitten dy’t iensum wie, of der ferlet fan hie.”

Bier is intussen duurder dan een kwartje, de tijden veranderden. Tjebbe Agricola was voorzitter van de horecavakgroep. En in die vakgroep werden ze geconfronteerd met de nieuwe ‘kroegen’, de dorpshuizen en de voetbalkantines. Hij zag dat die ontwikkelingen niet te stoppen waren. “Dus ha ik noch jierrenlang it bier regele by de fuotbalklub, sa koenen je tegearre wat dwaan.” Aanpassen aan de tand des tijds. 

Tjebbe Agricola kijkt in het appartementencomplex in Balk tevreden naar zijn verleden, ook al omdat zijn zoon Durk de zaak heeft overgenomen en aangepast aan de nieuwe tijd. Agricola heeft een boot, een rijbewijs en een fiets. Dan fietst hij langs de Luts in Balk en kijkt naar de veelal wegens rijkdom gesloten kroegen daar. En denkt dan even aan die dertig cent die je eertijds bij hem voor een kopje koffie betaalde. Hij weet het: die mooie tijd komt niet terug.