Zeekadetkorps Lemmer als basis voor toekomst in maritieme sector: “De opzet is dat je uiteindelijk van alles een beetje verstand hebt”

Door: Richard de Jonge Algemeen
Afbeelding
Foto Johan Brouwer

LEMMER - W806 staat er met grote letters op beide boegen van het schip dat sinds jaar en dag in de havenkom van Lemmer ligt. Het is de voormalige mijnenveger en duikvaartuig Hr.Ms. Roermond, een houten schip van 47 meter, in gebruik door Zeekadetkorps Lemmer. Elke zaterdag komen er rond de vijftien jeugdigen bij elkaar om hier de fijne kneepjes van het maritieme leven onder de knie te krijgen. Het schip blijkt een goed basis want de helft van de kadetten kiest uiteindelijk voor een baan in deze sector. We namen een kijkje.

Het Zeekadetkorps Lemmer bestaat uit vijftien kadetten, drie onderofficieren en twee officieren. Daarnaast is er nog een burgerinstructeur in de persoon van oud-sergeant majoor der mariniers die eens per maand exercitieles komt geven. Verder is er nog een vrijwilligersploeg van vijf zes mensen en is er een bestuur. Want Zeekadetkorps Lemmer is een stichting. De structuur is een kopie van de structuur zoals die bij de marine en in de koopvaardij wordt gebruikt “met dien verstande dat we alles in een leszetting doen”, zegt commandant François Perreau. “Alles is opleiding en op het moment dat we daadwerkelijk gaan varen is er veel bandbreedte voor de jeugd om zelf taken uit te voeren. Een haven in en uit varen doen we meestal zelf behalve als we zeker weten dat iemand dat heel goed kan. Want als je vijfhonderd ton hout overdwars in een haven parkeert heb je wel een uitdaging. We doen het vaak zelf omdat ook voor ons de regelgeving steeds zwaarder wordt. Je hebt het wel over een schip van 47 x 8,75 meter met een diepgang van bijna 2,5 meter geladen.” 

‘Iets met bootjes’
Tristan Dijkstra (17), kwartiermeester en machinist eerste klasse, zit als sinds zijn negende jaar bij het Zeekadetkorps Lemmer. “Ik had altijd wel iets met bootjes, water en techniek. Mijn vader zit op de binnenvaart, week op week af. Dat heeft er wel voor gezorgd dat ik bij de zeekadetten kwam. Bij de zeekadetten worden kinderen opgeleid om iets met bootje te doen en kunnen ze zich vervolgens zelf ontwikkelen. Wij vieren”, wijst hij in het rond, “hebben iets met techniek, maar er zijn meer richtingen. Je kan kiezen wat je leuk lijkt. In het begin is het heel breed en het wordt steeds meer wat je zelf wilt.”

Baksgewijs
Anders dan de zeeverkenners, hebben de zeekadetten een link met de marine. Ze dragen allemaal een donkerblauw uniform met op de borst de achternaam. Net als bij de marine is er ook een duidelijk hiërarchie. Er wordt begonnen met baksgewijs. Dan staan de leden op een rijtje, wordt door de commandant verteld wat er die dag op de planning staat en wordt de vlag gehesen.

‘Van alles een beetje verstand’
“Schilderen en klussen aan het schip zijn de meest voorkomende werkzaamheden”, zegt zeekadet tweede klasse Willeke Boersma (16). “Maar er gaat ook wel eens iets kapot natuurlijk. Een lamp bijvoorbeeld, dan gaan we die vervangen. En als de motor niet goed loopt, moeten we daar iets mee doen. Maar ook als een deur niet goed sluit, maken we dat. Uiteindelijk heb je van alles een beetje verstand. Dat is ook de opzet.” Willeke kwam twee jaar geleden via een open dag in contact met het Zeekadetkorps Lemmer. “Ik was met een vriendin mee en dat klussen, het teamwork en de sfeer onderling sprak me erg aan. Ik dacht ‘dat wil ik op zaterdag graag doen’. Mijn broertje zit er ook bij.”

Benjamin
Zeekadet tweede klasse Joost van der Meulen is met zijn elf jaar de benjamin aan boord van het OS (Opleidingsschip) Roermond. Ook bij de familie Van der Meulen valt de appel niet ver van de boom want met een vader die zes weken op zes weken af op de kustvaart zit, is de keuze voor de zeekadetten redelijk voor de hand liggend. “Een vriend bij mij op school zat ook bij de zeekadetten en die had het er vaak over. Dat vond ik leuk en toen ben ik er na een open dag ook bij gegaan. Op school weten de meesten niet wat zeekadetten zijn. Ik heb dat vaak uit moeten leggen. Er zijn nu nog veel dingen kapot, dat komt door corona. Toen mochten we niet aan boord en was er daardoor minder onderhoud.” De combinatie van hout en oud zorgt dat er veel onderhoud is.

Zelfde achternaam
Nynke Slump (14) zeekadet tweede klasse en sinds anderhalf jaar elke zaterdag van de partij, werd door haar broer Hildert aangestoken met het zeekadettenvirus. “Die kwam met verhalen thuis. Dat vond ik leuk. Ben ook wel een aantal keer mee geweest. Ook aan boord. Toen hij er af ging, ben ik er bij gegaan. Ik ben hem opgevolgd zeg maar.” En dat niet alleen, ze draagt ook zijn uniform. Zelfde achternaam, kan mooi. Enige is dat de kleur lichter is dan die van haar collega’s. “Ik zat eerst op voetbal, maar dit is leuker omdat ik nu bezig ben met mijn handen. En het teamwerk. Je moet met zijn allen zo’n boot werkend houden.”

Grotere maten
“Alle benodigde gereedschappen liggen aan boord, in de machinekamer”, vult Tristan aan. “Verschil met die we thuis gebruiken is de grootte. Er zitten wat grotere maten tussen en er zijn speciale gereedschappen voor de motoren Alle techniek in de machinekamer is voor de machinist. Maar je hebt ook elektra en navigatieapparatuur. Dat hoort wel wat meer bij het nautische deel, van op de brug staan, maar we krijgen ook les in navigeren en kaartlezen. Iedereen die hier aan boord stapt, krijgt de basis mee. Van alle onderdelen loop je een dag stage. Na verloop van tijd, krijg je een aftekenlijst die je moet afronden om een hogere rang te krijgen. Bij ZK2 (zeekadet 2) moet je een dienstvak kiezen waarin je je wilt specialiseren. Wij vieren hebben er voor gekozen om machinist te worden, maar je hebt ook logistieke dienst, de nautische dienst, het varen met het schip, het vastleggen, het communiceren en zo wordt het steeds specialistischer. Als je graag wilt, kun je snel door de stof heen gaan.”

Je zou zeggen dat het varen op zich, staan op de brug van het schip, het stuurman zijn het meest populair is. Het tegendeel is waar. Willeke: “De meeste nieuwen kiezen voor de kombuis en voor de technische dienst. Persoonlijk heb ik ook meer met machines en elektriciteit dan met navigeren, kaartlezen en kijken wat voor weer het wordt.” 

Schrobben
“We leren ook het leggen van knopen natuurlijk”, zegt Tristan. “En zomers varen we ook met kleinere bootjes, zeilen, roeien en met onze elektrische boot op pad. Bij onderhoud hoort het schrobben van het dek. Want een groen dek is niet leuk, gevaarlijk zelfs. En als we gebruik hebben gemaakt van het schip, moeten we hem weer schoonmaken. Zeilen en roeien doen we hier in de havenkom, maar ook in de baai van Lemmer en soms op het IJsselmeer. En ‘man over boord’ oefeningen.” Eén van de weinige voorwaarden om toe te treden tot het Zeekadetkorps Lemmer is dat je de zwemkunst meester moet zijn. Tristan: “Het is een beetje jammer dat als je overboord valt, je niet kunt zwemmen. Dan heb je een flink probleem. Als we varen met het schip en ook als we varen of zeilen met de kleine bootjes hebben we altijd een reddingsvest om.”

Slapen aan boord
“Met kamp slapen we een bepaalde tijd aan boord”, neemt Joost het woord over. “Dan doen we ook onderhoud. En met zomerkamp kun je er voor kiezen om naar andere korpsen te gaan. Dan komen we op één plek bij elkaar.” Er zijn een kleine twintig korpsen in ons land. Niet alle korpsen hebben een ex-marinevaartuig tot beschikking. Er zijn er ook korpsen met loods-schepen en rijkswaterstaatschepen.

Basis voor de toekomst
Het aansluiten bij de zeekadetten vormt voor de meesten de basis voor een toekomst in de maritieme wereld blijkt als we de vier er naar vragen. Tristan: “Ik doe de opleiding maritieme techniek aan onderwijsinstelling Firda in Sneek. Ik wil later graag de aanleg van de techniek in schepen gaan doen.” Hoe dat er precies uit gaat zien weet ze niet, “maar ik wil zeker iets met techniek gaan doen”, zegt Willeke. “Dat kan zijn in bootjes, maar ook in iets anders, robots, mechanica. Ik ben nog aan het kijken naar vervolgopleidingen”, aldus de havo-4 scholiere. Joost wil stuurman of machinist worden op zeeschepen. “Ik wil naar de zeevaartschool, het liefst naar het Maritiem Instituut Willem Barentz.” Nynke heeft een minder duidelijk plan: “Iets in de maritieme sector zou ik wel leuk vinden. Hoeft niet per se techniek te zijn.”

‘Er kan heel veel, we laten ze ook veel doen’
Commandant Perreau: “We proberen hier de jeugd een veilige, leuke en leerzame tijd te bieden. Er kan heel veel, we laten ze ook veel doen. En op die manier ervaren ze dat de maritieme sector erg interessant is. Maar als je een kadet hebt die naderhand een hele andere richting opgaat, is het ook winst want dan heb je voorkomen dat hij de verkeerde richting op gaat. In de bijna 25 jaar dat we bestaan is gebleken dat de helft kiest de maritieme sector. We hadden hier in het verleden een hofmeester, die stond hier in de kombuis. Die heeft dan wel niet een maritieme vervolgopleiding gedaan maar de hogere hotelschool, maar is uiteindelijk chief purser geworden bij de Holland America Lijn. Daar kwam hij een andere kadet tegen die stuurman was bij dezelfde organisatie. Een ander is kwartiermeester geworden bij de marine en zo zijn er tal van voorbeelden.”

Tekst Richard de Jonge 

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding