BANTEGA - Als je half december bij de oude Zuiderzeedijk onder Lemmer afslaat in de richting van Bantega en dan de Otterwei in gaat, zie je ineens dat iedereen daar dezelfde verlichte kerstversiering in de tuin of op het erf heeft staan. En je bent onderweg naar Jelle Wesselius, die bekend staat om wat hij in Bantega allemaal aan vrijwilligerswerk heeft gedaan. En nog doet. Zou die Jelle dit ook hebben bedacht? Of geregeld? Ja, dat heeft hij, zo blijkt. En ergens in het midden van de weg staat bovendien dan nog een kerststal. Daar wordt dan met de Kerst een kerstspel gespeeld. Over een utopie zoals hij zelf zegt: vrede. Geschreven door Jelle Wesselius, de alleskunner van Bantega.
Terwijl hij niet eens een echte Bantegaster is. Jelle groeide namelijk op in Skraard, bij Wytmarssum. Op een boerderij, samen met zijn halfbroers Siebren en Jacob Reitsma. Ze kregen een opvoeding, die er op gericht was dat je ook verantwoordelijk was voor dat het de mienskip goed ging. Jacob werd Tweede Kamerlid en later burgemeester. Siebren en Jelle gingen samen naar Bantega en beheerden daar samen een boerderij. Siebren ging terug naar de klei, Jelle bleef boer in Bantega. Hij volgde zijn broer op in de lokale LTO. Het begin van zijn ‘besmetting’. In no time was hij al provinciaal en daarna landelijk boerenbestuurder.
Het was net alsof Wesselius dat soort opstapjes leuk vond. Alles waar hij in Bantega instapte, leidde naar doorstappen naar provinciale en soms ook landelijke organisaties. En omdat hij een brede belangstelling had, waren dat er nog wel wat. Te veel om op te noemen. Met alle gevolgen van dien: mienskipsleven is namelijk avondwerk. “Ja, ik stie soms in stik bôlle te iten ûnder de dûs.” Zegt dan zacht en verlegen dat zijn achtergrond, zijn een aantal jaren overleden echtgenote Alie, vaak niet veel aan hem heeft gehad thuis. “Mar se die ek wolris mei, hear. Lykas yn de toanielklub.”
Toneel
Die club, ‘Op nij feriene’, werd opgericht en was de grondslag voor een sterk Bantegaster toneelleven. Waarin ook veel ruimte is voor het opleiden van jongeren. Dertien jaar geleden begonnen ze ook nog met iepenloftspelen. Ze speelden successtukken op diverse plaatsen, tot aan het Tjeukemeer toe. En provinciaal toneelbestuurder Wesselius organiseert, schrijft, is jurylid en speelt. Als zo’n stuk is afgelopen wordt het dankwoord uitgesproken door één van de spelers, nog in kostuum. Precies, Jelle Wesselius. Schouderophalend: “Dat komt dan sa út.”
Hij is vrijwel overal voorzitter van (geweest). Daar werd hij steeds voor gevraagd. Van het één komt het ander. Via de LTO kwam hij in het waterschap terecht en stootte door naar Wetterskip Fryslân. Dan zit je ook vrij snel in de politiek. En het CDA was niet alleen van huis uit, maar ook voor hem zelf de partij waarin hij zich lekker in voelde. “We hienen altyd in goede balâns tusken de ekonomyske en sosiale haadstikken.” Bovendien was het CDA niet randstedelijk, niet ‘hollands’. In 1998 werd hij raadslid in de gemeente Lemsterland en promoveerde in 2002 tot wethouder. Wesselius zou die functie twaalf jaar blijven vervullen.
Wethouder
Op dat smûke gemeentehuis in Lemmer met z’n allen samenwerken aan projecten en de mienskip, hij vond het fantastisch. Niet eens zozeer vanwege de politiek, meer ‘wat der barre moast dat moasten we regelje’. Wesselius was een doorzetter ook, die vaak de langste adem had. Dat was echt nodig soms. En dan toch grote projecten, zoals het Strandpaviljoen in Lemmer, realiseren. Hij moest op een gegeven moment wel de politiek meespelen en raakte zijn stokpaardje, de sociale portefeuille kwijt. “Mar doe makke ik wer kennis mei in nije wrâld, dy’t ik noch net koe. Ek wer moai.” Hij bleef wethouder tot 2014.
Intussen was het niet helemaal meer ‘zijn’ CDA. De partij had zich vindt hij, wat vergaloppeerd in compromissen om mee te kunnen regeren. De optimist Wesselius is evenwel al weer blij met de wijze waarop het CDA nu de afgelopen verkiezingen inging. “We gean de goede kant wer út. Boppedat is der optheden gjin better alternatyf foar it CDA sa’t wy dat eartiids hienen.” Nog niet te laat voor herstel.
De wethouder zat ondertussen wel in de ijsclub, de toneelvereniging, Plaatselijk Belang, de uitvaart; was overal provinciaal actief in, en deed in elke organisatie van alles. “O ja, dêr ha’k ek noch ynsitten.” Dan is de positie van wethouder soms wat moeilijk. “Ik ha wol hân dat ik subsydzje by mysels oanfreegje moast’. Dan moet je dus een deel van het werk in het dorp door de medebestuurders laten doen.
Ambitie
Die moet je vinden en enthousiast maken om mee te doen. En juist dat vond hij in Bantega. Dat is, zegt hij, de ideale omgeving daarvoor. Vooral omdat er zoveel jongeren (blijven) wonen. “En it doarp hat de ambysje.” En de goede samenstelling. Er is over een groot gebied verspreid een groot aantal kleinere boerderijen rond de kleine kern Bantega. Het is geen rijke streek. “Je bin dus op elkoar oanwiisd. Tagelyk moat je hjir net boppe it gêrs útkomme, want dan wurdt je delmeand.”
De gezellige mienskip verdient het om er aan mee te werken dat zoiets blijft bestaan. Jelle Wesselius stapte al vrij snel in Plaatselijk Belang en daar heeft hij nog steeds een functie. Maar, en hij legt daar steeds de nadruk op, “wichtich dat we it mei syn allen dogge.” Hij is tevreden dat steeds meer jongeren enthousiast meedoen. Dat maakt Bantega tot een meer dan sterke mienskip.
Hij noemt zijn werk daaraan, ook dat in al die andere organisaties niet meer dan: “ik ha myn stientsje bydroegen.” Nou, het is een fikse steen. Want Jelle Wesselius is niet alleen de denker van ‘as we it no sa en sa ris dogge’, maar ook de man, die daadwerkelijk meewerkt aan de uitvoering van de gedachte: ”ja , we bin der sneontemoarn allegear efkes om …………, en dan tiisdeitejûn ek wer.”
IJsclub
En hij vertelt dat hij als wethouder eerst moest leren dat zijn gedachten door ambtenaren moest worden uitgevoerd. “Ik ha wol op myn hannen sitte moatten.” Het liefst had hij het direct allemaal zelf gedaan. Net zoals hij dat bij ijsclub de Polder deed. Als de baan klaar moest liggen, allemaal meewerken. Als er een schaatstoertocht was, zoals die van Bantega ook beroemd werd: meehelpen met alles. En dan ook weer die stap omhoog, de ijsclub werd gevraagd om de Elfstedenskeelertocht op te zetten. Dat lukte. Weer zo’n pareltje. Opzetten én uitvoeren Wesselius werd overigens ook nog voorzitter van het gewest Fryslân van de KNSB. Nog een stuk brood onder de douche.
Samenwerken. Dus ook belangstelling hebben voor de medemens. Wesselius, die trouwambtenaar is, vindt het voorgesprek daarvan één van de leukste dingen. Weten wat er leeft. Hij verzorgde ook uitvaarten en is nu voorzitter van een landelijke commissie die klachten over uitvaarten moet beoordelen. Een actieve en praktische rol. “Ja, mar ik moast dochs wat dwaan doe’t ik net mear wethâlder wie, je kin net neat dwaan………”
Brokstuk
Jelle Wesselius weet echt wel dat ‘in stientsje’ in zijn geval echt wel een dik rotsblok was. Hij heeft zich echter nooit op de voorgrond gezet; altijd geprobeerd om alles samen te doen. Hij prijst de mienskip van Bantega, die liep niet achter hem aan, maar naast hem. Daar houdt Jelle wel van. Verantwoordelijkheid nemen en als je ergens licht inziet daar energie in steken. “Dat je yn elk bestjoer hiel nuchter en leechdrompelich mei elkoar alles útfioere.” Dus heeft hij de rust nu, want: “nei my is der wer ien.”
Met z’n denken-en-doen filosofie heeft Jelle Wesselius een essentiële bijdrage geleverd aan alle organisaties en sectoren waarin hij werkte. Het bepaalde zijn leven. Wesselius is nu 68 jaar oud. “Ik wol op myn 70ste einds oeral mei stopje.” Ja natuurlijk, hij zit nog wel overal in, ‘mar ik wol net mear alle jûnen fuort’. Hij wil ook aandacht aan gezin, kinderen en kleinkinderen besteden.
Wesselius vertelde zijn verhaal onder een rustige kop koffie. Net alsof hij overal bewust er wat meer tijd voor neemt. Net alsof het allemaal al eindelijk kalmer aan kan. Maar als de verslaggever thuis komt, slaat hij de krant open en ziet daarin een advertentie voor een Friese zorgverzekeringsmaatschappij. Een volle pagina groot. Met daarop een foto van een actieve wijzende man, die helemaal niet aan gezondheidszorg toe is. Precies: Jelle Wesselius.
Tekst: Eelke Lok






