Algemeen

Oosterse indringers tussen ons groen

JOURE - Ze hebben namen die tot de verbeelding spreken: de Japanse duizendknoop en de reuzenberenklauw. Maar ondertussen zorgen deze uitheemse planten hier voor veel overlast.

Dat varieert van verdringing van eigen plantensoorten en schade aan gebouwen tot brandblaren bij mensen. De gemeente probeert deze groene lastpakken daarom zo goed mogelijk te bestrijden. 

Zo’n tweehonderd jaar geleden vertrok de arts Philipp Franz von Siebold naar Japan, om te werken op een Nederlandse handelspost. Naast geneeskunde had hij ook interesse in plantkunde en bij zijn terugkeer nam hij wat exemplaren mee van de Japanse duizendknoop. Dat bleek een slecht idee. Vanuit de Hortus in Leiden verspreidde de soort zich over Nederland en andere delen van Europa. Daar is zij in de loop der tijd steeds meer overlast gaan veroorzaken. Door haar snelle groei, haar gesloten bladerdek en het gebrek aan natuurlijke vijanden verdringt de Japanse duizendknoop namelijk onze eigen (inheemse) plantensoorten. Dat vormt een bedreiging voor onze biodiversiteit. De reuzenberenklauw heeft hier een vergelijkbare achtergrond. Ook deze plant is in de negentiende eeuw als tuinplant vanuit Azië naar Europa gebracht, waarna ze zich op grote schaal verspreidde en onze eigen soorten begon te verdringen. Zowel de Japanse duizendknoop als de reuzenberenklauw behoren in ons land daarmee tot de ‘invasieve exoten’. 

Japanse duizendknoop: schadelijke woekeraar

Hebben we het over groeikracht, dan zijn er weinig planten die zich met de Japanse duizendknoop kunnen meten. “Je zíét haar bijna groeien, zo snel gaat dat”, zegt Franke Willem Hoekstra, technisch medewerker ruimtelijk beheer bij de gemeente. In zijn werk houdt hij zich dagelijks bezig met het beheer en onderhoud van het groen in De Fryske Marren. “De Japanse duizendknoop kan wel drie meter hoog worden. Daarnaast verspreidt deze soort zich makkelijk. In de afgelopen jaren is de plant op steeds meer plekken in onze gemeente opgedoken. Daar zitten haarden bij van maar liefst zestig vierkante meter.” De problemen die de Japanse duizendknoop veroorzaakt, gaan verder dan het verdringen van inheemse flora. De sterke wortelstokken en stengels van de plant kunnen schade veroorzaken aan gebouwen, leidingen en wegen. Dat vertraagt soms bouwprojecten, want worden in de grond sporen van deze soort ontdekt, dan komt de bouw stil te staan tot de plant is bestreden.

Bestrijding van de Japanse duizendknoop

Die bestrijding is bij de Japanse duizendknoop een heel karwei. Van maart tot en met november doet de aannemer aan wie dit is uitbesteed vier à vijf rondes langs alle locaties in De Fryske Marren waar de plant te vinden is. Franke Willem: “Voor het bestrijden van deze soort bestaan verschillende methodes. Wij kiezen voor besproeiing met heet water. Hierdoor knappen de cellen van de bladeren, die dan de wortels niet meer voeden. Maar je moet geduld hebben; er kunnen jaren overheen gaan voordat die wortels zijn uitgeput.” Inwoners die de Japanse duizendknoop in hun tuin hebben staan, kunnen helpen bij de bestrijding. Dat kan door de plant af te knippen of uit te graven. De plantresten kunnen in afgesloten zakken in de grijze container. Wat niet moet gebeuren, is de Japanse duizendknoop maaien of de plantresten bij het groenafval stoppen. De wortel- en stengeldeeltjes van de plant kunnen er namelijk voor zorgen dat nieuwe haarden ontstaan. Zien inwoners de Japanse duizendknoop in de openbare ruimte, dan kunnen ze dat melden bij de gemeente via www.defryskemarren.nl/melding .

Reuzenberenklauw: gevaarlijk voor de gezondheid

Zoals de naam al doet vermoeden, is de reuzenberenklauw verwant aan de (inheemse) gewone berenklauw, maar veel groter. De plant kan wel vijf meter hoog worden. Ook de klauwvormige bladeren zijn lang, tot drie meter. Deze soort vind je vooral langs waterlopen, wegen en spoorwegen. Naast het verdringen van onze eigen plantensoorten, kan de reuzenberenklauw gevaarlijk zijn voor de gezondheid van mensen en huisdieren. De plant scheidt namelijk stoffen af in de vorm van sap. Komt dit in de ogen, dan kan dat tot blindheid leiden. Op de huid kan het sap bij blootstelling aan zonlicht rode jeukende vlekken veroorzaken. Die vlekken veranderen vervolgens in zwellingen en brandblaren. Het duurt zo’n twee weken voordat dit genezen is en als litteken kan een bruinverkleuring optreden. Bovendien blijft de aangetaste huid lange tijd gevoelig voor zonlicht.

Bestrijding van de reuzenberenklauw

“Gelukkig is de reuzenberenklauw makkelijker te bestrijden dan de Japanse duizendknoop”, zegt Franke Willem. “Toch geldt ook hier: hoe eerder je erbij bent, hoe beter. Ook bij de reuzenberenklauw is het belangrijk om de bladmassa te doen afnemen, zodat zij niet de kans krijgt om te bloeien. Maar hier mag dat wél door te maaien. Gaat het om enkele plantjes, dan is uitsteken tot 15 à 20 cm onder het maaiveld ook een geschikte aanpak.” Inwoners die de reuzenberenklauw aantreffen, kunnen dat melden bij de gemeente. Wie deze plant zelf uit zijn of haar tuin wil verwijderen, doet er goed aan om beschermende kleding te dragen die het hele lichaam bedekt. Ook de ogen moeten goed beschermd zijn. Omdat het sap van de plant het meest agressief is onder invloed van zonlicht, kan het werk het beste tijdens bewolkt weer worden uitgevoerd. De plantresten mogen in de groene container. 

Milieuvriendelijke methoden

Andere soorten onkruid die de gemeente bestrijdt, zijn bijvoorbeeld de grote waternavel en het vederkruid. Deze waterplanten in sloten en vijvers worden verwijderd met een maaiboot. Daarnaast bestrijdt de gemeente onkruid op verharding en halfverharding, zoals grind en schelpenpaden. “Tot voor kort besteedden wij dit uit aan een aannemer”, vertelt Ronald Stegink, beleidsmedewerker ruimtelijk beheer. “Maar het heeft zijn voordelen om dat zelf te doen. We kunnen inwoners dan meer service bieden, bepaalde plekken extra aandacht geven en het groenbeheer beter combineren met ander onderhoud in de wijken.” Ook voor het bestrijden van deze andere soorten onkruid gebruikt de gemeente alleen milieuvriendelijke methoden, zoals heet water en borstelmachines. Ronald: “Zo voldoen we aan de Europese regelgeving, maar dat is voor ons niet de belangrijkste reden. In De Fryske Marren gaan wij altijd voor duurzaamheid.”