Wijn uit de melkfabriek
Het moet bijna het kleinste restaurant van Fryslân zijn. En toch staat er met grote letters “De Nieuwe Melkfabriek” op de vlag die buiten al wappert. Bij fabriek denk je niet meteen aan zo’n klein gezellig vol restaurantje. Maar Sandra en Otto Duisterhoff zitten met hun bedrijfje nu eenmaal in de aloude zuivelfabriek van Elahuizen. Vandaar de naam.

Elahuizen ligt aan de Fluessen, halfweg tussen Heeg en Galamadammen. De oude zuivelfabriek is een bombastisch geheel, aan het water, bereikbaar via een smal vaartje vanuit het meer. Even aanleggen, de trap omhoog klauteren en dan ben je plotseling in een andere omgeving, die in niets meer aan een oude of nieuwe melkfabriek doet denken.
Sandra Abbing is een schippersdochter uit Nijmegen. Ze kwam na haar studie voor fitnessbegeleidster in de bruine zeilvaart terecht. Otto Duisterhoff komt uit Nuenen, maar ook dan kun je matroos worden. In Enkhuizen leerden ze elkaar dus kennen. Voeren apart en gezamenlijk op schepen, zoals de Johanna Engelina, de Eensgezindheid en de Gouden Bodem van Harry Paques uit Heeg. Varen met mensen. Hen verzorgen en veel laten zien.
Zelfstandig
Ze hebben daarna toch weer iets anders geprobeerd. Sandra in de fitness, Otto in het scheepstimmerwerk, waar hij tenslotte ook voor gestudeerd had. Maar ze waren toch een beetje verslaafd geraakt aan het werken met gasten. En aan dat woord waarmee de zeilvaart altijd pronkt: vrijheid. Zelfstandig zijn.
Dus drie jaar geleden vroeg het eigenaarsechtpaar van de fabriek Mary en Willem Jan Pols of ze niet wat voor dat hoekje voelden. Om daar misschien een leuk restaurantje van te maken. Daar moesten ze wel even over nadenken. Want in de loop van de jaren zijn er in de oude fabriek wel heel veel bedrijfjes geweest. Die ook weer snel teloor gingen. Allemaal onder het motto “de loop zit er niet in”.
Er kwam nog wat bij. Toen Sandra en Otto de deur opendeden van hun eventuele nieuwe toekomst bleek dat het oude kantoortje van de fabriek te zijn. Waar in de loop der jaren alle mogelijke rotzooi was gestort. “Helemaal uitgewoond. Een bende”. Ze moesten even slikken maar stroopten toch de mouwen op. Het tweetal zat toen tussen de dertig en veertig, jong genoeg dus. Dus keken ze elkaar aan en besloten het gevecht, de uitdaging, aan te gaan.
Ze hadden natuurlijk vanuit de bruine zeilvaart ook wel ervaring met gastvrijheid en flexibiliteit. Otto als matroos en technicus van alle markten thuis en Sandra als matroos en cateraar op die schepen. In De Nieuwe Melkfabriek is Otto de gastheer, die zo nu en dan timmert. Sandra staat in de keuken. En onder het werk door bedenken ze allemaal dingen die ze met hun restaurant kunnen doen. Het eerste jaar was puur restaurant, het tweede jaar verzorgden ze al hier en daar catering, en het derde jaar…..
Wijn
“Wijn”, zegt Sandra, een fles strelende. Ze verkopen wijn in de melkfabriek. Voor een redelijke prijs. “Je zit zo vaak op een boot en dan is de wijn ineens op”, zegt Otto. En hij staat als het ware met z’n wenkende vinger naar de bootjes. Kom maar, wij hebben nog wel wat. Die vaart naar binnen, is belangrijk, voor het gehele restaurant. Maar dat is nog niet optimaal, niet riant. De aanlegmogelijkheden zijn beperkt. Elahuizen (en dus ook het oude Nijega) zouden gebaat zijn bij een mooie riante insteekhaven.
Maar dat Elahuizen vinden ze beiden een “warme deken”. Een dorp waarin ze zich steeds meer thuis voelen. En dus in meedoen. Ze regelen nu al elke week een borrel voor ondernemers uit de buurt. Die dat ook wel appreciëren. “Ze bellen zelfs op als ze een keertje niet kunnen”, zegt Otto Duisterhoff. En Sandra vertelt van de uiterst gezellige familieachtige Kerstviering. Die manier wil ze de komende winter nog meer organiseren. Gezelligheid is belangrijk.
Biologische buurt
Ze manifesteren zich helemaal als streekbewoners omdat ze een klein restaurant hebben. Ze kunnen niet werken met grote hoeveelheden voedselproducten. Alles komt in kleine hoeveelheden uit de buurt en is biologisch. Ze kopen bij een boer een koe en dan hebben ze een zomer vlees. Maarten Harder van Aldegea komt met eieren. Ytsje de Vries levert kleine bosjes groente. Buurvrouw komt met vlierbessensap en pesto van palmblad. Kaas en melk komen van biologische boer Gerritsma; de Bûterkamp van Aldemarrum levert het ijs. Het meel komt van de Woudsender Mole ’t Lam en Jelmer Albada van Sondel heeft asperges en zoete aardappels.
Ze hebben nu zelf ook een (zeil)praam. Varen en de catering daarvan. Werken samen met andere “reders”, als Uit Zeilen , Galamadammen en Roos Brundel. Met elkaar uit de buurt de zaken organiseren.
Mooi om te zien hoe tevreden ze beiden om zich heen kijken in hun restaurantje. Onderwijl vertellend wat ze allemaal nog meer willen doen. Bekendheid is belangrijk. “Misschien is het nu nog wat een geheim plekje voor velen”. Langzaam laten ze dus steeds meer van zichzelf zien. Want vrijheid is mooi. “Maar je moet het natuurlijk wel allemaal zelf doen”.











