Algemeen

Johan Groenewoud nog niet klaar Langs de Luts “in bloedigen wurk”

“Kijk maar even rond”, zegt beheerder Johan Groenewoud gul; hij vraagt niemand entree. Er staat daar wel het één en ander. Teksten op tableaus, fotootjes, stukjes uit oude kranten. Ook oude huishoudelijke voorwerpen. En een onschuldig leeg doosje van een eertijds bekende juwelier. Daar zitten geen juwelen meer in. Maar het is wel een juweeltje voor de amateurhistoricus Johan Groenewoud. Die daarmee weer een stukje van zijn Langs de Luts-verhaal in handen kreeg.

Afbeelding
BALK - Het is ook in Balk smoorheet. Ineens klettert een onweersbuitje los. Twee toeristen schieten in de Raadhuisstraat het Langs de Luts-museumpje in.

Johan Groenewoud is technisch woonadviseur bij de woningstichting Lemmer. Werd in zijn opleidingstijd al aangetast door geschiedenis van de eigen streek. Verzamelde alles wat hij tegenkwam. Om uiteindelijk in 2006 te beginnen met een heel groot, intensief project: Hoe was het vroeger daar aan de Luts. Wat voor huizen en gebouwen stonden daar. Wie woonden daarin. Wat deden die mensen.

Luts

De Luts is het riviertje dat door Balk heenloopt. Tussen de keileemruggen van Harich en Wijckel, van het Slotermeer tot aan landhuis Kippenburg. Rond 1840 is de Van Swinderenvaart er nog aan toegevoegd. Het water, beroemd in de Elfstedentochtdiscussie, loopt  verder naar de Holken bij Galamadammen, maar Groenewoud moest  een grens stellen.

Hij gaat uit van de bebouwde kom van Balk in 1832. In dat jaar werd namelijk het Kadaster opgericht. Hij mocht de boeken inkijken. Voelde dat er meer was. Terug in de jaartelling. Volgens de verhalen is er in 1535 een grote brand geweest in de houten huizen langs de Luts. Er moest toen veel nieuw gebouwd worden. Een mooi begin.

Zoeken. Je komt dan terecht in Leeuwarden bij Tresoar. Koopaktes, waarin nog geschreven werd dat het huis naast dat van die-en-die stond en achter dat van die-en-die. Belastingstukken moesten er ook aan te pas komen. In 1903 kwamen de bouwvergunningen. Die heeft Groenewoud ook allemaal nagevlooid. Net als het bevolkingsregister.

Werk

“In bloedigen wurk”. En dan ben je er nog niet. Huizen zijn vaak her-genummerd. Alles van de “steechwenninkjes” bleef lang onduidelijk. In 1953 kwamen de straatnamen; toen werd alles weer anders. Nederland is ambtelijk, het was het niet. Toch zegt Groenewoud dat hij voor 95 procent geslaagd is. Mede geholpen door een onderzoek van de Fryske Akademy, die zich tot doel heeft gesteld uit te zoeken hoe de steden van Fryslân er in 1700 uitzagen. De sterke handelsplaats Balk komt in dat onderzoek vaak naar voren.

Je kunt het allemaal bekijken op de website van Johan Groenewoud. Langs de Luts. Daar staat alles beschreven. Boekwaardig. “Ja, dat is úteinlik wol it doel, mar alles kin dêr net yn”. Het schiften zal opnieuw veel werk zijn. “Dan moat ik earst pensioneard wêze”, zegt de 60-jarige lachend. Dan ziet hij het wel zitten. Hij heeft alles over voor zijn “hobby”. Heeft aan de Raadhuisstraat naast zijn woning een tweede pand gekocht en dat helemaal verbouwd tot een museum. Zelfs plaats gereserveerd voor het kantoor van Historisch Wurkferbân Gaasterland, dat in Sleat te krap zat.

Vreemd. De gemeente (toen en nu) heeft hen nooit aangeboden om in het oude uit 1615 stammende gemeentehuis te gaan zitten. Dat zou een ideale ruimte zijn. En naast zijn museum staat die oude niet veel meer gebruikte doopsgezinde kerk, daar zou je ook best wat kunnen doen. Groenewoud vraagt er overigens niet om; zit best in zijn eigen museum. ‘Privé’.

Dat ook best gevonden wordt. Vooral door veel oud-Balksters. “Dan hear je ynienen, ’och heare, jo hjirre?’”. Balksters komen ook langs, om verhalen te vertellen. Of om dingen die ze in de huizen vonden aan te dragen. Met trots vertelt Groenewoud dat ze zo de eerste kampioensbeker van de gondelvaart terug hebben gevonden. ”Soks giet allegear stiloan troch”.

Tijd

Zijn hobby kost tijd. Hij kan amper onderzoeksvragen van Balksters  beantwoorden. Moet ze verwijzen naar de website. Het is namelijk niet het enige wat Groenewoud doet. Hij heeft veel tijd gestoken in de tentoonstelling over de Belgische vluchtelingen in de eerste wereldoorlog die naar Gaasterland kwamen. Die is nog tot september te zien in museum Mar en Klif. Hij maakte, dat doet een woontechnicus, op schaal het oude gemeentehuis. Wil eigenlijk zo de hele Luts van na de oorlog in beeld brengen. Hij wil ook nog graag  meer oude muren en keldervloeren onderzoeken. Daar zit van alles in wat je dichter bij het Balk van eertijds brengt.

Dat verhaal van dat kleine stadje, zoals Herman Gorter het in zijn beroemde gedicht “Mei” beschreef, laat zich best lezen en zien. Balk is ontstaan aan de Luts. Daar is altijd het centrum gebleven.

Maar dat verhaal is nog niet klaar. Wat heeft Groenewoud nog nodig. “Tiid (grijnzend), en fan de minsken ferhalen en foto’s”. En doen? “Alles fierder útboue”. En dat boek. En dan zuchtend kijken naar zijn omvangrijke archief, waarvan al veel gedigitaliseerd is:

“Mar je bin hjir noait klear mei”.

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding