Algemeen

Het Sint Nykster ‘weinbouvirus’ van Arjen Rijpkema

Arjen is de jongste telg uit het gezin van Theo en Rika Rijpkema en tevens hun enige zoon. Met drie zussen was het thuis een gezellige boel op de Gaastweg, waar hij opgroeide. Een fijne plek om te wonen en onvermijdelijk dat hij, net als heit, aangestoken werd door het ‘weinbouvirus’. De gelijknamige buurtvereniging draait al jaren mee in de top bij de Allegorische Optocht die de Sint Nykstermerke traditioneel aftrapt.

Afbeelding
SINT NICOLAASGA - Op en top Sint Nykster, zo voelt Arjen Rijpkema zich. De enige spelbreker is zijn geboorte in het ziekenhuis in Sneek zo’n 37 jaar geleden.

“Zonder optocht is er geen Merke”, benadrukt Arjen het belang van de optocht. Dit jaar is het de 68e keer dat de praalwagens en muziekkorpsen hun ronden door het dorp maken. De vereniging die 1925 werd opgericht is een tijdje stil geweest tot een groep er weer nieuw leven in blies. Sindsdien is de optocht onlosmakelijk verbonden met Sint Nicolaasga. Inwoners van naburige dorpen, maar ook van verder weg komen iedere eerste donderdag van september de optocht aanschouwen in het dorp.

De basis werd gelegd

In zijn jeugd nam heit Arjen geregeld mee naar de bouwplaats van de praalwagen. Toen hij ouder werd mocht hij zelf meehelpen en ook figureren tijdens de optocht. “Dat was hartstikke mooi”, glimlacht Arjen. Wellicht dat daar ook de basis van zijn latere beroep werd gelegd. “Ik koos al snel voor bouwkunde”, zegt Arjen resoluut. En daar was hij standvastig in want na de basisschool ging Arjen naar de LTS, daarna naar de MTS en aansluitend de HTS. Twaalf jaar lang studeren wordt vaak in verband gebracht met artsen, doctoren en professoren. Het getuigt van doorzettingsvermogen. “Ik kreeg de kans om door te leren en ik kon het”, zegt Arjen bescheiden. Het leverde hem een mooie baan op. Hij werkte bij verschillende bouwbedrijven en sinds zes jaar is hij werkvoorbereider/calculator bij Bouwbedrijf van der Meer in Sneek.

Solidair

Ook na het verlaten van het ouderlijk huis woonde Arjen nog in dezelfde buurt als waar hij opgroeide. Heit was niet meer actief in de bouwploeg van de wagens, maar Arjen nam maar wat graag de rol over. Hij doet vooral timmerwerk, maar helpt overal waar het nodig is. Tientallen jaren geleden werden de ramen van de bouwplaatsen nog weleens afgeplakt, zodat men van elkaar niet wist wat er werd gebouwd. Dat is nu wel anders. “Van tevoren zijn de onderwerpen van de wagens al bekend. Ook wordt elkaar wel raad gevraagd. Bijvoorbeeld bij een bepaalde bouwtechniek, dan wordt die kennis gedeeld.”

Want het kan natuurlijk ook weleens een keer misgaan. Arjen herinnert zich nog ‘De Clown’, de wagen die hij met buurtvereniging De Gaastweg maakte. Wanneer de grote clown knielde dan knikte zijn hoofd. Gedurende de dag verslapte het mechanisme waardoor het hoofd naar voren klapte. “Dan zit je als figurant wel met zweethanden op de wagen”, verzekert Arjen. Ook bij andere wagens gaat er wel eens iets mis, bijvoorbeeld dat de wagen door de assen zakt of dat de tractor het niet meer doet. “Natuurlijk eeuwig zonde. Dat wil je voorkomen.”

Met buurtvereniging De Gaastweg won Arjen drie jaar op rij de juryprijs voor de mooiste wagen. Naast de juryprijs wordt ook de publieksprijs uitgereikt. Eerder werd er alleen overdag gejureerd maar sinds enkele jaren wordt dit ’s avonds ook gedaan. Wie de juryrapporten erop naslaat ziet dat slechte verlichting zomaar kostbare jurypunten kost.

Fanatisme

Sinds twee jaar woont Arjen in ‘De Grietman’ een andere buurt dan waar hij 35 jaar thuishoorde. Hij bouwt nu met hetzelfde fanatisme mee aan de wagen van de R.K. basisschool It Klimmerblêd, waar zijn zoon en dochter naartoe gaan. In mei begonnen de voorbereidingen voor de optocht. “Het zijn eerst maar drie avonden”, zegt Arjen alsof dat niet veel is. Het onderwerp wordt al eerder uiteengezet. Meestal bij de afsluitende borrel van het jaar ervoor. Met It Klimmerblêd is het wel anders. “Natuurlijk willen wij een zo mooi mogelijke wagen bouwen, maar meedoen is het belangrijkst. Dit jaar is ons onderwerp ‘De IJsfabriek’. Er komen zo’n dertig kinderen op, inclusief mijn dochter. Die vinden dat hartstikke leuk!”

Het is niet niets wat er jaarlijks in Sint Nicolaasga wordt gebouwd. De ruimte om de wagens in te bouwen is wel een groter wordend probleem. “Wij mogen bouwen in een loods op de jachthaven, maar je neemt zo’n ruimte wel van juni tot september in gebruik. Ook moet je het maar willen dat er steeds mensen over de vloer zijn”, legt Arjen de situatie uit. Tot nog toe lijkt het ieder jaar te lukken. Niet iedere buurtvereniging doet mee aan de optocht. Sommigen hebben gewoon niet genoeg bouwers. Meestal zijn er zo’n dertien wagens.

Het gewone leven

Het is nog even doorwerken tot donderdag 6 september. Daarna is het nog twee dagen feest en dan worden de wagens weer afgebroken. Soms worden elementen van de wagens nog hergebruikt. Zo werd de Eiffeltoren van de wagen van buurtvereniging de Grietman uit 2014 nog meerdere keren doorverkocht. Hij dook op bij onder andere de start van de Tour de France in Utrecht, bij Kuipers Woudsend en op Lowlands. Het is letterlijk maanden werk voor vier rondjes door het dorp. “Soms denk ik weleens: waar ben ik mee bezig, maar als ik eenmaal de slag weer te pakken heb….”. Na het afbreken van de wagen begint het normale leven weer voor Arjen. Werkdagen van normale lengte, meer avonden thuis en weer volleyballen bij SNVV. Dan lijkt de optocht nog ver weg. Lijkt, want op verjaardagen van vrienden in de winter komt al gauw het bouwen van de wagens weer ter sprake. “Dan hoor ik wel ‘verrek, gaat het nu weer over die wagens’? Tja, het is gewoon een virus.”

Door Kirsten van Loon

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding