Ongedurige Douwe Hoekstra: Van verlegen jongetje tot grote ondernemer
Daar is helemaal niets van te merken. Hoekstra wordt in het uurtje dat we bij hem zitten zo’n zeven, acht keer gebeld. Het gaat elke keer over het werk. Toch heeft zijn zoon Atze Hoeksra dat werk al lang overgenomen in het grote bedrijf van kranen en vrachtwagens. Douwe Hoekstra zelf is blij met de regeling, maar wil ook wat blijven doen. Hij heeft het al jaren erg in de rug, maar zit geen moment even stil. En als hij overeind gaat, wat hij vaak doet, dan beweegt zijn lichaam steeds. Douwe Hoekstra is een ongedurige man.

Van bakkersknecht tot strontrijder
Dat ongedurige begon al vroeg. Douwe Hoekstra zat op de ambachtsschool, maar het leren wilde helemaal niet. “No noch net, hear”. Maar toen hij 14 jaar was, waren zijn ouders nog verantwoordelijk. Heit was vee-rijder. Het gezin Hoekstra woonde in Nijega, wat toen nog onder Hemelumer Oldeferd viel. Ze hadden het niet heel breed. Heit schold de kinderen uit, als die broodkorsten weggooiden. “Mar sa slim at ús heit-en-dy it hân hiene yn de triticher jierren, wie it no ek wer net”.
Het was wel noodzaak dat een jongen, die van de ambachtsschool verdween, omdat onderwijzers, ouders en hijzelf er van overtuigd waren dat hij er niks te zoeken had, aan het werk ging. “Bakkersfeint yn Himmelum”. Opnieuw wist Douwe vrij snel dat dit niet zijn werk was. Hij kwam aan het werk bij jet loonbedrijf van de Mulders in Woudsend. Daar werkte hij een jaar of zeven. Maar hij bleef ongedurig.
Toen kwam zijn eerste handigheidje. Hij schafte zich een jarretank aan en hielp de boeren om hun overtollige stront weg te werken. En toen hij later melk-monsternemer werd, en bij een boer op het erf kwam, keek hij even in de jarrekolk. Zei tegen de boer: “Dy put sit grôtfol.” En dan mocht hij dat ook wegrijden tegen een bepaald bedrag. “Waar breng je het heen?” vroegen de boeren dan, want die Douwe was elke keer wel heel snel terug. Dan mompelde Douwe maar wat, maar hij had ondertussen alle stront in de bermen gespoten, die hij onderweg tegenkam.
Kippenburg en Kolderwolde
Het was geen ultieme vetpot. Douwe Hoekstra werd ’s nachts stoker op de grasdrogerij van Kippenburg. En overdag zorgde hij met zijn jarretank dat er voldoende water in de boorinstallaties van het seismologisch onderzoek zat. De ellende daarvan was dat Douwe, moe van het vele werk, een keertje in slaap viel en dat er toen brand op Kippenburg was. De baas van de grasdrogerij en Douwe zelf waren het er daarna over eens dat Douwe niet de juiste stoker was voor Kippenburg.
Hij waagde de stap. In 1980 begon hij zijn eigen loonbedrijf in Kolderwolde. Het verhaal van het begin was spannend. Douwe had twee trekkers en vier wagens. Stro-rijden. Hij verloor al na een halve dag zijn tweede man aan het tempo, waarin hij wilde werken. Douwe reed zelf door, maar werd aangehouden door iemand die op de weg stond en graag werk wilde hebben. Die bleek bijkans nog idioter dan Douwe. “Doe wienen we klear mei it strie-riden, doe sei hy: ‘No geane wy werom nei de Flevopolder en lade alfêst strie. Dan sliepe we wol yn it strie en dan kinne wy moarnier daliks werom’. Dat ha wy dien. Dy man wurket noch by ús.”
Van loonbedrijf tot kraanverhuur
Dag en nacht werken. Zo kwam het bedrijf op poten. Eerst enkel een loonbedrijf. Langzamerhand kwam het grondverzetwerk erbij. Dus kocht hij kraantjes. Later kranen. En dat nam zoveel tijd in beslag dat Douwe Hoekstra uiteindelijk het loonbedrijf wel voor gezien hield. Dat werk was afhankelijk van het weer en van de stemming van de boer, en daar was Douwe nou weer net te ongedurig voor. “Om dêr mei op te hâlden, dat wie it bêste beslút, dat ik ea nommen ha.”
Het bedrijf ‘Douwe Hoekstra Kraanverhuur en Transport’ heeft nu zo’n 31 kranen en tien vrachtwagens. En zo’n 40, 45 werknemers. Ook dat is afhankelijk van de vraag. “Jannewaris is altyd de minne tiid.” Bovendien zijn de kranen zonder machinist soms ook verhuurd aan andere collega’s. Maar meestal toch ‘met’. En er zijn ook kranen die vast bij een ander bedrijf zitten, zoals bij De Waard of Hak. ”Mar der stiet wol ‘Douwe Hoekstra’ op”.
In principe een simpel bedrijf, volgens Douwe. Een kraan graaft zand of grond op en de vrachtwagens brengen het, waar het moet zijn. Douwe Hoekstra zit in heel Noord-Nederland, maar het blijkt, dat het begrip ‘Noord’ heel breed is. “Want we draaie ek wol yn Amsterdam, hear.” Het bedrijf fungeert soms als onderaannemer. “Dan nimme wy sa en safolle grûn oan, mar meastal draaie wy op it oere, dat dogge we it leafste.” Ingehuurd worden.
Nijemirdum en Elahuizen
Het bedrijf ontwikkelde zich. Ging in 1986 van Kolderwolde naar Elahuizen. Maar ook daar, aan de Wâldwei, groeiden ze eruit. En toen zei zoon Atze: “Heit, jij kunt hier blijven wonen op de mooie boerderij, waar de kranen stonden opgesteld en werden gerepareerd; wij gaan met het bedrijf naar Nijemirdum. Daar stootte vervoerder Runia een deel van zijn bedrijf af, daar kunnen wij mooi zitten.”
Douwe en Arnolda Hoekstra wonen nog steeds in Elahuizen. Arnolda werkt ook nog een paar dagen mee in Nijemirdum. De vrouw van Atze ook. Een echt familiebedrijf. Wat nooit stil zit. Want Douwe Hoekstra heeft de ruimte die in Elahuizen ontstond al weer verhuurd aan mechanisatiebedrijf Broekens, die een vestiging in de zuidwesthoek nodig hadden. “En dat giet allegear hartstikkene goed.”
“In fabryk fan myn sân!”
Douwe Hoekstra zou dus nu tevreden achterover kunnen leunen. Als daar niet die wat zwarte herinnering aan half vorig jaar zou zijn. Toen ging het bedrijf DVJ failliet. “En dêr hie ik moai wat foar dien.” Douwe Hoekstra Kraanverhuur ging voor 211.000 euro het schip in. “En da’s foar ús in soad jild.” Want de marges zijn in dit soort bedrijvigheid maar heel smal. “Myn frou hie sein: ‘Net dwaan’; myn soan hie sein: ‘Net dwaan’. Mar ik die’t al. Stom, stom“. Als hij nu langs de zuivelfabriek A-ware in Heerenveen rijdt, dan denkt hij bij zichzelf: ”Dêr stiet in fabryk op 16.000 m3, fan myn sân!”
Hij kijkt op zichzelf terug. “Earder wie’k súver ferlegen. Dêr ha ik my echt oerhinne sette moatten. Ik moast nei al djoere kantoaren en firma’s ta, want ik moast wurk ha. No kom ik binnen en it is ‘Hoi Douwe’, mar eartiids wie de drompel heech.” Nu is hij één van de weinigen die onaangediend binnenkomt bij een gigant als Ballast Nedam. “Dy woene witte, hoe’t wy oer duorsumens tochten. No, ik sei: ‘De frou en ik ha in elektryske fyts kocht. Doe krige ik it wurk. Ik ha noch in goed kontakt.” Hij grijnst.
“Wurdt neat, tink ik”
Douwe Hoekstra is al lang geen verlegen man meer. Hij wordt ge- en herkend in de hele zuidwesthoek van Fryslân. Zat ook in diverse verenigingen, is aanspreekbaar als sponsor. Doet het een en ander in de mienskip, zoals het neerzetten van een tent bij het skûtsjesilen in Elahuizen, om schippers en supporters te binden. Hij is sinds kort voorzitter van de ijswegencentrale Gaasterlân-Sleat, omdat de voorzitter, burgemeester Fred Veenstra, zichzelf vergunningen moest geven. Nu doet Douwe dat. Hij kijkt even mistroostig over zijn gekleurde ganzen in de voortuin heen richting de Fluessen. “Wurdt neat, tink ik. Kwakkelje.”
Je komt Douwe Hoekstra vaak tegen bij evenementen in de hele zuidwesthoek. Iedereen kent hem. Dan is hij vrolijk. Maar het sigaartje wordt 29 keer aangestoken. Als hij met je praat, duurt het maar even en dan moet hij ineens de dansvloer op. Maar iedereen weet wel: Douwe. Hij is wat ongedurig.
Door Eelke Lok Foto: Johan Brouwer















