Algemeen

Zus Berger schudde vanuit Langweer de landelijke kraamzorg wakker

Tekst: Kirsten van Loon Foto’s: Johan Brouwer

Afbeelding
LANGWEER - “Ik wilde gewoon verandering”

Velen hebben haar naam misschien al eens gehoord, maar niet heel bewust. Zus Berger (44) is de persoon achter kraamzorgorganisatie KraamZus. De volhardende en nuchtere Friezin woont samen met haar drie kinderen in Langweer, van waaruit ze deze landelijke organisatie opbouwde en de kraamzorg in Nederland veranderde.

De zevenjarige Zus zat met smart te wachten op de komst van haar nichtje. De buik van tante had ze langzaam dikker zien worden. Nu was het zover, het kindje werd geboren. Vol verwachting zat ze bij tante op de bank. Ze vroeg de kraamverzorgster of ze het baby’tje vast mocht houden. ‘De baby slaapt, die komt er nu niet uit’, zei die op haar beurt streng. “Dat was zo sneu”, zegt Zus nog immer verontwaardigd. “Daar heb ik besloten dat ik kraamverzorgster wilde worden, want dan kon ik heel veel baby’s vasthouden.” En zo geschiedde.

Vastberaden Als middelste tussen twee broers groeide Zus Berger op in Oudehaske. Ze had haar hobby’s en vrienden. Ze deed de middelbare school en volgde daarna de mdgo vz, een brede zorgopleiding. Zus was vastberaden en niets stond haar doel in de weg. Op haar 19e was ze klaar. De kraamzorg werd in die tijd door de reguliere Thuiszorg geregeld en veel vacante functies waren er niet. Daar stond ze, na twaalf jaar volharding: geen werk.

“Ik was niet eens zo teleurgesteld, ik was vooral praktisch. Ik kon mijn tijd opvullen door in een winkel te werken en te wachten tot er een vacature kwam, maar de kans was groot dat daar tientallen sollicitanten op afkwamen. Dus belde ik mijn oom en tante die in Gouda woonden en heb ik daar in de buurt een baan gezocht”, vertelt Zus.

“Het meisje wil graag terug” Anderhalf jaar werkte ze als kraamverzorgster in Alphen aan de Rijn, maar ze miste Friesland. “Ik zei tegen mijn leidinggevende dat ik terug wilde. Zij belde naar de directeur van de kraamzorg in Sneek en zei: ‘Het meisje wil graag terug en jullie zijn gek als jullie haar niet aannemen.’ Je kunt het je niet voorstellen. Toen waren er bijna geen vacatures en nu kunnen we bijna geen mensen krijgen.”

Terug op het nest ging ze aan de slag als kraamverzorgster bij Thuiszorg Zuidwest-Friesland in Sneek. Later verhuisde ze naar Joure en daar ontmoette ze Lute. Een op en top Langweerder en met hem betrok ze een huisje in dat dorp. Samen kregen ze een zoon, Rimmer. Na enkele jaren liep die relatie spaak en wilde ze in eerste instantie terug naar Oudehaske, maar voor Rimmer was het makkelijker om daar te blijven. “Ik vond dat eerst wel spannend. Dat wij gingen scheiden werd wel wat van gevonden, maar ik dacht: ik doe het gewoon.”

Zus regelt het zelf Met de komst van Rimmer zocht Zus een regelmatigere baan en ze werd assistent op de verloskunde. De kraamzorg liet haar echter niet los. Na al haar ervaring zag zij dat die zorg sterk verbeterd kon worden. “Organisaties waren groot, onpersoonlijk en niet dichtbij. Bovendien wilde ik een-op-een-zorg, dat was toen niet zo. Dan was je de tweede of derde die in de week bij het gezin kwam. Op een gegeven besloot ik dat ik dat dan maar zelf moest regelen. Ik wist niet dat ik het in mij had, het ondernemen, maar ik wilde gewoon die kraamzorg veranderen.”

Net gescheiden en met een zoontje van twee jaar, trok Zus de stoute schoenen aan. “Het was op een goede dag, of een naïeve dag, ik ben daar nog steeds niet uit, maar ik ben naar de zorgverzekeraar gestapt en zei dat ik een contract met hen wilde.”

Na het gesprek met de zorgverzekeraar kreeg ze een waslijst aan eisen mee waaraan ze moest voldoen. Bij haar moeder leende ze wat geld en huurde daarvan een adviesbureau in, met de vraag of zij haar met de eisenlijst konden helpen. Haar eigen bedrijf ‘Kraamzorg Skarsterlân’ zag vanachter de keukentafel in Langweer het levenslicht. Ze bood kraamzorg in regio Skarsterlân, de toenmalige gemeente. Kraamverzorgsters huurde ze op zzp-basis in en zo bracht ze de een-op-een-kraamzorg terug in Nederland.

Het verhaal klopte, de verpakking klopte, de zorg die geleverd werd was goed, mensen waren tevreden, de korte lijntjes waren er die zij hadden beloofd. Haar eigen kraambureau bestond en werd in mum van tijd groot.

Alles of niets Omdat er zorgvraag van buiten de regio kwam, werd het tijd voor een naamsverandering. Een reclamebureau kwam met: KraamZus. “Jasses nee, was mijn eerste reactie. Ik heb een haat-liefde verhouding met mijn eigen naam. Vroeger op school vroegen ze: ‘Hoe heet je broer dan?’ Mijn moeder stelde toen ik naar de middelbare school ging voor om mijn naam te veranderen, maar dat wilde ik niet. Later in de zorg dachten ze dat ik mezelf als Zuster Berger voorstelde.” Het was even schakelen, maar toen vond ze de naam eigenlijk best goed klinken: KraamZus.

Al snel ontgroeide Zus haar keukentafel en opende een kantoor in Joure. Zonder partner, op zakelijk gebied of thuis waarmee ze kon praten, sparren of enigszins als financiële back-up, was het alles of niets.

“Zo ben ik ook wel een beetje. Ik heb wel aan de risico’s gedacht hoor, maar ik dacht ook: wat kan er gebeuren?” Hoe groter ze werd, hoe meer mensen ze nodig had in het bedrijf. Zus merkte dat ze het aansturen van mensen lastig vond. “Ik ben gewoon duidelijk en heb weinig geduld voor geneuzel. Daar schrikken mensen wel van.”  Ze stelde een management aan. “Dat heb ik wel geleerd, de juiste mensen op de juiste plek.”

Zus staat haar mannetje Zus kreeg een nieuwe relatie. Met Folkert kreeg ze zoon Berend-Jan. Hoewel er nog wel een kinderwens was, was er ook de drukte van het bedrijf. Bij Mark, een vriend die verderop in de straat woonde, ging ze weleens ten rade. Hij opperde het idee om samen verder te gaan. Vanuit zijn topfunctie bij de Friesland Bank beschikte hij over veel organisatorische kennis. “Ik heb er nog geen halve seconde over nagedacht. Negen maanden na dat moment werd mijn dochter Liesbeth geboren.”

De relatie met Folkert hield echter ook geen stand. Anderhalf jaar geleden gingen ze in goede harmonie uit elkaar. Dat daar opnieuw iets van werd gevonden, deed Zus wel iets, maar ze probeert het haar niet te laten raken. “Soms worden er echt weleens schadelijke dingen gezegd, maar dan vraag ik het ook op de man af waarom er zo over mij gesproken wordt.” Zus staat haar mannetje wel.

Acht regio’s KraamZus is intussen in acht regio’s actief en heeft zo’n 500 medewerkers. Dat betekent ook dat Zus niet bepaald meer aan het kramen is. “Dat vind ik wel moeilijk”, geeft ze meteen toe. “Ik heb plannen gemaakt om het weer eens te doen. Je komt in zo’n bijzondere periode bij mensen binnen. Ze zijn net vader en moeder geworden en ze hebben je dan echt even nodig.”, verduidelijk ze.  “Als de moeder dan even rustte, dan knuffelde ik eventjes met het baby’tje”, blikt Zus met een glimlach op haar gezicht terug naar de periode dat ze nog ‘in het veld’ was.

Het zakelijke succes komt volgens Zus omdat ze van haar passie haar werk heeft gemaakt. Dat ze niet iedereen kent in het bedrijf, vindt ze wel lastig. “Je staat er verder vanaf, je bent niet meer een van de rest, maar de baas. Dat was best een proces.”

Maar genieten doet ze er nu zeker van en plannen heeft ze genoeg. “Doorbouwen aan Kraamzus, de liefde van mijn leven tegenkomen en dat het gewoon goed is. Twee jaar terug kocht ik een huis aan het water, dat ik opnieuw op wil bouwen. Daar straks genieten met de kinderen. Ik heb nu veel vrijheid. Ik ben niet voor 09:30 op kantoor. Eerst de kinderen naar school, nog even een stofzuiger door het huis en dan ga ik in alle rust naar kantoor. Genieten van het leven.”

Afbeelding