“Samenspel met de elementen is het mooiste dat er is”
Tanja is een ‘kind van het vlakke land’ dat door Nederland is ontworsteld aan de zee; ze is geboren en getogen in de Noordoostpolder. Ze werkte daar tot voor kort als buurtwerker, maar is sinds 2 september werkzaam bij de nieuwe welzijnsorganisatie Stichting Tinten Groep in gemeente De Fryske Marren. Daarvoor is een nieuwe stichting opgericht, ‘Stichting Sociaal Werk De Kear’. Ze is moeder van twee prachtige dochters van respectievelijk veertien en zes jaar en woont inmiddels bijna tien jaar samen met Frans Verweij in Sloten. Vrijwel iedere zaterdag is ze te vinden bij korenmolen De Kaai in Sloten.

Daar bij die molen… Want niet alleen werd ze tien jaar geleden verliefd op Frans, maar ook op het kleinste stadje van Friesland, het ruim zevenhonderd inwoners tellende Sloten. De stad had in de vijftiende en zestiende eeuw een strategische positie door zijn ligging aan de belangrijke waterweg van Sneek naar de Zuiderzee en zo verder naar de Hanzesteden aan de IJssel. De voormalige vestingstad heeft de oorspronkelijke omwalling en structuur vrijwel geheel behouden en ademt daardoor een authentieke intieme sfeer van weleer.
Tanja Kombrink: “Toen ik tien jaar geleden naar Sloten kwam, werkte ik nog in de Noordoostpolder en had ik geen enkele sociale binding met het stadje. Ik dacht toen bij mezelf: ‘Waarom loop ik niet een keer op een zaterdag als de molen draait, naar binnen? Misschien kan ik wat betekenen voor het ‘molenwinkeltje’ en op die manier een sociaal netwerk opbouwen.’ Ik raakte daar aan de praat met molenaar Lolle Poepjes, die me al snel vroeg of ik de opleiding tot molenaar wilde doen. Niet wetend wat me te wachten stond antwoordde ik bevestigend, waarom ook niet?”
Industrieel erfgoed “Er kwam toen wel het nodige op me af, want naast veel praktijkervaring wordt er ook op het theoretische vlak namelijk veel van een molenaar gevraagd. Die praktijkuren had ik zo maar vol, want ik heb altijd een passie voor oude ambachten gehad en vond het prachtig om in de molen te werken als vrijwilliger. Een molen is een machine die helemaal van hout is gemaakt, en dat boeit me mateloos. De molen heeft bovendien aan de basis gestaan van de ontwikkeling van de Nederlandse economie en niet te vergeten de strijd tegen het water. Het is industrieel erfgoed. Als je met een dergelijke machine mag ‘spelen’, hem afhankelijk van de elementen naar je hand kunt zetten, dat maakt je als een kind zo blij. Je moet daarbij de elementen overigens wel verrekte goed in de gaten houden. Je moet beslissingen nemen over de hoeveelheid zeil die je bijzet en of je de wieken wel of niet vol op de wind kruit. Vergelijk het met een zeilboot. Daar kun je ook de zeilen vol varen of juist reven, of wat ruimer of juist scherper aan de wind varen. Juist dat samenspel maakt het zo mooi. ”
Net zoals de molen maalt, langzaam Theoretisch gesproken zou je de opleiding tot gediplomeerd molenaar in anderhalf jaar kunnen doen. Tanja deed er wat langer over, omdat ze in deze periode zwanger raakte van haar jongste dochter. Indachtig het spreekwoord: ‘Een slak op de goede weg is sneller dan een haas op de verkeerde’, besloot ze er de tijd voor te nemen. Het gevolg was wel dat ze het theoretische deel van de leerstof voor zich uit bleef schuiven. Gerben Wijnja uit Tjerkwerd was de man die ervoor zorgde dat van uitstel geen afstel kwam. Wijnja kreeg op jonge leeftijd al een ‘klap van de molen’, is zelf molenaar, schrijver, fotograaf, redacteur, voormalig onderwijzer, dorpsman en vrijwilliger in vele besturen. Hij ontving in 2018 op voordracht van De Fryske Mole een koninklijke onderscheiding voor zijn werkzaamheden voor de Friese molenwereld.
Schop onder de kont “Gerben werd mijn mentor. Mijn leraar op afstand, die mij de spreekwoordelijke schop onder mijn kont gaf. Er ontstond een levendige online discussie, over allerlei molen-gerelateerde onderwerpen. Zijn passie en enthousiasme hielpen mij om door die ‘rijstebrijberg’ aan theorie heen te komen. Uiteindelijk heb ik er vijf jaar over gedaan.” Tanja deed op 18 april 2018 haar molenaarsexamen op de schitterend aan de IJssel gelegen korenmolen ‘D’Olde Zwarver’ in Kampen en zag dat bekroond met het molenaarsdiploma.
Mythische proporties Wanneer het maar even mogelijk is draait korenmolen De Kaai ‘s zaterdags, zomer en winter. Bemand door een klein groepje vrijwilligers. Als Aeolis zijn best doet kan er worden gemalen en wordt het gemalen koren als bloem en volkorenmeel in de mixen verwerkt die de vrijwilligers verkopen in het pittoreske kleine winkeltje in de molen.
“Wanneer het wat rustiger is, kan ik mensen een rondleiding geven en ze het hart van de molen laten zien. Dat maakt steevast diepe indruk, vooral bij kinderen. Dan groeit een molen uit tot mythische proporties, je ziet het ontzag en de verbazing op hun gezichten. Daar heb ik maar één woord voor: ‘Heerlijk’.”
Tekst: Wim Walda Foto: Wim Walda













