Algemeen

Lytse Lies wordt Balkster skûtsje: “As we net goed sile, kinne we it skip net de skuld jaan”

Door: Eelke Lok

BALK - Jochem Tadema woont in de buurtschap Tropherne. Dat ligt ergens tussen de Yndyk en de Lange Hoek. Als je die geheimtaal ontcijferd blijkt Tadema een inwoner van De Fryske Marren te zijn, slechts een paar meter van de grens met de gemeente Súdwest-Fryslân. De kinderen gaan dus in Woudsend naar school, maar hij werkt op het gemeentehuis van De Fryske Marren.

Afbeelding
Foto: Folkert Folkertsma

Jochem is dus voor het tweede achtereenvolgende jaar een Fryske Marren-schipper. En zocht en zoekt daar ook de financiële steun en de support. Want vanuit zijn huis ziet hij de skûtsje-mast van de Verwisseling van Bas Krom aan de Yndyk liggen en als hij thuiskomt rijdt hij langs het Woudsender SKS-skûtsje. Tadema moest ergens anders z’n vaste wal vinden en dat werd Balk. Vorig jaar al met de eerste sponsoren, nu heeft de watersportvereniging hem in de armen gesloten.

Balk heeft geen echte beroepsscheepvaart meer, maar had dat eertijds wel, onder andere met de schippersfamilie Bakker die brandstofhandel en de vrachtvaart daarin combineerden, met een skûtsje dat later enkele jaren het Lemster SKS-skûtsje zou zijn. Die historie wil Balk graag terug, vertelt Tadema. Per slot van rekening is er bij elke IFKS-wedstrijd bij Sleat altijd de ‘tonne by Balk’.

Rijke IFKS-geschiedenis

Historisch zit het wel goed, want Jochem Tadema zeilt op een skûtsje met een rijke IFKS-geschiedenis. Tony Brundel uit Gaastmeer haalde er namelijk zes kampioenschappen mee in de grote A klasse. Het skûtsje werd nog als een kleintje gebouwd, vijftien meter, maar is intussen al lang verlengd tot een zeer volwaardig schip in de grote A-klasse.

Het skûtsje werd in 1910 gebouwd op de Drachtster helling de Piip van Bouke Roorda, die, volgens insiders, de beste skûtsjes bouwde. Meer dan de helft van de SKS-vloot bestaat immers uit Piipsters. Hij bouwde de Lytse Lies, zoals Brundel het schip doopte, indertijd als de Twee Gebroeders voor de Bergumer houthandelaar Andries Kramer. Tony Brundel vond het later als woonark in Hardinxveld-Giessendam terug en zeilde er sinds 1994 zeer succesvol mee in de IFKS.

Jochem Tadema
Jochem Tadema (Foto: Folkert Folkertsma)

“Nee, as we net goed sile, kinne we it skip net de skuld jaan”, zegt Tadema. Al heeft hij wel het ongenoegen van Brundel overgenomen. Die ageerde jarenlang tegen de formule die aangaf dat de Lytse Lies 1400 kilo vracht aan boord moest hebben. Tadema hoopt dat de nieuwe formule iets meer ruimte kan geven. Vroeger lag het schip zo’n dertig centimeter diep, tegenwoordig veertig. Dat scheelt in snelheid.

Vernoemd

Jochem Tadema groeide op in Uitwellingerga. Kwam in de wegenbouw terecht en is nu daarin directievoerder voor de gemeente. Op het eigen skûtsje van Top en Twel werd hij bemanningslid, later fokkenist. Tijdens de skûtsje-weken treft de skûtsje-jeugd elkaar. En zo kwam er een relatie tussen Jochem en de dochter van Tony Brundel, Lisette. Naar haar is het skûtsje Lytse Lies vernoemd indertijd. Zo kwam Jochem aan boord bij Brundel. De laatste jaren stuurde die op aanwijzingen van het pinkje van de op het voordek liggende Jochem.

Brundel stopte een jaar geleden vanwege gezondheid en ouderdom. Ook een groot deel van zijn bemanning had het na meer dan 25 jaar ook wel bekeken. Zodoende moest Jochem Tadema dus eigenlijk opnieuw beginnen met de Lytse Lies. Een nieuwe schipper met een nieuwe bemanning. De IFKS leent zich daar goed voor, je moet weer beginnen in de C klasse.

Dreger

Daarin werd debutant Tadema direct tweede, achter een ander kampioensschip, de Ingelskman, waarop Anne Heerschop ook in C moest beginnen. “Mar no wurdt it dreger”, zegt Tadema. Hij denkt dat promotie naar de A, wat natuurlijk wel zijn doel is, toch best moeilijk kan zijn. Doorstuiven zou leuk zijn, maar de concurrentie wordt veel zwaarder. Hij merkte het al in de Slach by Heech-wedstrijden, toen bleek dat je er niet zomaar tussendoor glipt.

Bovendien heeft Tadema een vrijwel nieuwe bemanning die ook nog het een en ander moet leren en dat geldt eigenlijk voor Tadema hetzelfde. Dus is het oefenen en oefenen geblazen. Dat kost tijd, maar dat hebben ze ervoor over.

‘We sykje ús eigen paad’

Jochem Tadema is overigens een relativeerder bij uitstek. Het ‘wy dogge ús bêst en fierder moat we mar sjen’, is dan ook niet van de lucht. En in de wedstrijden vaart hij z’n eigen weg, Niet naar een ander kijken, “we sykje ús eigen paad”. En als dat een goed pad is, dan kijken anderen maar naar het Balkster skûtsje.

Tekst: Eelke Lok
Foto’s: Folkert Folkertsma