Tim Prins: “Goud winnen op de 1.000 meter is echt een droom van mij”
HEERENVEEN – Vandaag begint in Thialf de NK Afstanden. Schaatser Tim Prins (21) heeft dit schaatsseizoen een duidelijk doel voor ogen: hij wil de nieuwe Ids Postma worden, zo laat hij in een interview met Omrop Fryslân weten. De Dearsumer won in 1998 als eerste Fries ooit olympisch goud op de 1.000 meter. Prins, die dat historische moment niet meemaakte – hij was nog niet geboren – kent de legendarische rit vooral van de verhalen.

Inspiratie uit Thialf
“Wie was de eerste en enige Fries die goud won op de 1.000 meter bij de Olympische Spelen? Ids Postma,” zegt Prins lachend. “Ja, ik moest echt even nadenken. Maar toevallig hangt er in Thialf, op de plek waar we altijd koffie drinken, een grote foto van Postma. En onze trainer, Dennis van der Gun, is zijn oud-teamgenoot en een vriend van Postma. Hij vertelt daar wel eens over.”
Beelden van die race heeft hij nooit gezien. “Nee, eigenlijk niet. Zou ik wel eens moeten doen, want het is wel een bijzondere race. Als ik die foto zie, vind ik het een hele mooie rijder qua houding. Dus misschien kan ik wel iets van hem leren. Hij zit heel aerodynamisch en heel mooi met de benen onder zich. Het is een hele mooie foto.”
Dromen van goud
Zijn doel is helder. “Nou, ik dacht: Tim Prins wil de nieuwe Ids Postma worden. Nou, daar teken ik meteen voor. Er moet natuurlijk nog heel veel gebeuren, maar het is wel iets heel moois. Goud winnen op de 1.000 meter is wel echt een droom van mij.”
Of dat realistisch is? “Ja. Er zijn eerst nog heel wat obstakels. Ik moet me eerst nog plaatsen. Maar als je daar even omheen kijkt, tja, dan is het zeker realistisch. Ik heb bij de wereldbekers al laten zien dat ik op het podium kan eindigen. Maar mijn niveau laat wel zien dat het mogelijk is.”
Twee afstanden
Prins richt zich niet alleen op de 1.000 meter, maar ook op de 1.500 meter. “Ik ben ervan overtuigd dat de 1.500 meter ook heel goed bij mij past. Ik ben niet voor niets wereldkampioen bij de junioren geworden op die afstand. Alleen is het misschien wel een afstand waar ik net wat meer tijd voor nodig heb.”
“De trainingsarbeid en inhoud nemen toe bij mij,” zegt hij. “Als ik nu tempo’s rijd, heb ik nu een gevoel van macht. Ik heb er echt vertrouwen in dat ik dat laatste rondje straks beter aankan. Mijn sterke punt is het begin, dat ik er in vlieg, en mijn mindere punt is het laatste rondje. Maar dat is ook logisch, omdat ik er zo hard in ga. Het lichaam kan niet alles.”
Leven voor de sport
Ook buiten het ijs leeft Prins steeds bewuster. “Ik bedoelde eigenlijk voor de levensstijl. Het schaatsen en trainen is natuurlijk belangrijk. Maar ook slapen, eten, hoe je met de sport omgaat. Ik probeer daar stappen in te maken.”












