“Als jongetje had dat leven in een huis op wielen iets magisch”

Door: Richard de Jonge 21 sep 2025, 20:00 Algemeen
Foto Richard de Jonge
Gerben Wijnja:
Gerben Wijnja: "Als kinderen stonden we op de Harddraversweg de kermiswagens op te wachten. Dat was al een feest op zich."

JOURE - In de Midstraat werd hij staande gehouden door een oud mannetje die had gehoord dat hij bezig was met een boek over de Jouster Merke. “Dan ben je gauw klaar”, zei deze. “Er komen wat koeien, wat paarden, wat handelaren, er zijn paardenraces, de Agrarische Schouw, er zijn een paar draaimolentjes en er staan wat kramen. Dan ben je met een bladzijde wel klaar”, waren ’s mans ‘enthousiasmerende’ woorden. Het werd een baas van een boek van vijfhonderd pagina’s. “Het hadden er ook duizend kunnen zijn”, zegt auteur Gerben D. Wijnja die er vijf jaar aan werkte. Op 23 september wordt het eerste exemplaar uitgereikt aan Commissaris van de Koning Arno Brok, zelf ook kermisliefhebber.

Dat hij een boek heeft geschreven is niet zo vreemd want Wijnja heeft er een stuk of twintig op zijn naam staan. Met uiteenlopende onderwerpen zoals Friese molens, het weeshuis van Bolsward, maar ook over hersentumoren. Wijnja draait er zijn hand niet voor om want terwijl hij die over de Jouster Merke schreef, maakte hij ook deel twee over Friese molens. 

Tweedehands oliebollen
Niet zo gek is ook dat juist Wijnja een boek schreef over de Jouster Merke. Al op jonge leeftijd was hij gebiologeerd. “Ik heb altijd een passie voor de Jouster Merke gehad. Als kinderen stonden we op de Harddraversweg de kermiswagens op te wachten. Dat was al een feest op zich. Je moet je voorstellen dat er vroeger niet veel hoogtepunten in een jaar waren. Ik genoot van de verhalen die mijn vader en moeder en pake vertelden. Zoals dat de attracties met skûtsjes werden aangevoerd bij de Grienedyk. Dan had je de Grienedykster merke. Een soort voorkermis met snuisterijen voor kinderen en waar ook tweedehands oliebollen voor een cent per stuk werden verkocht. Die waren overgebleven van de vorige kermis. Maar ook verhalen over volle danszalen, toneelstukken die tijdens de Jouster Merke werden opgevoerd, de harddraverijen die al aan het eind van de achttiende eeuw werden gehouden. Georganiseerd door kasteleins om maar zo veel mogelijk mensen in hun herbergen te krijgen. Maar ook de verhalen over de paardenmarkt. Dat mijn pake als 15-jarige paardendrijver een paard moest ophalen, helemaal uit Gaasterland. Lopend.”

Stoomtrein dwars door het kermisgewoel
“De Jouster Merke was vroeger een gigantisch feest in de zuidwesthoek. Boerenknechten bedongen bij een nieuwe baas als voorwaarde een vrije dag op de donderdag van de Jouster Merke. De Jouster Merke was een fenomeen.” Het Jouster Merke Boek is niet alleen een kermisboek, het vertelt ook veel over de bewoners, hoe ze zich vermaakten, welke beroepen ze hadden, hoe Joure er uit zag, de ontwikkeling en over de infrastructuur. Zoals over het vervoer met paard en wagen, later vervangen door de stoomtrein die tussen Heerenveen en Sneek reed en Joure aandeed. “Die ging dwars door de Midstraat. Ook tijdens de merke. Stel je voor”, roept hij uit. “Dwars door dat kermisgewoel. Dat werd als te gortig ervaren met als gevolg dat mensen bij Westermar moesten uitstappen en bij de Harddraversweg er weer in konden. Zie je het voor je? Moesten ze met hun koffer tussen alle mensen de Midstraat door. Wat een operatie.” Later is de rails verlegd en was het probleem opgelost. Overigens mochten er later nog heel lang auto’s in de Midstraat rijden tijdens de merke.

Circus Bouglione
Mooi is ook het verhaal van het beroemde circus Bouglione dat in 1938 Joure aandeed. Het circus was de Europese evenknie van het wereldberoemde Amerikaanse circus Barnum & Baily. “Het had aanzien, was ongelooflijk groot. En dat kwam naar Joure uitgerekend op de donderdag van de Jouster Merke. Komend uit Heerenveen ging het hele circus dwars door de Midstraat, over de Jouster Merke om achter de Harddraversweg op het gemeentelijk sportterrein de tent op te zetten. Een gigantische optocht met leeuwen, tijgers, olifanten, paarden, pinguins en zelfs een nijlpaard, jongleurs, acrobaten, clowns en alles wat bij een circus hoort.”

Verhalenverteller en verzamelaar
Gerben Wijnja (71) is een verhalenverteller. Geboren in Joure. In de Pottenbakkerssteeg, een échte Jouster dus. In zijn werkzame leven stond hij 41 jaar voor de klas in Bolsward. Naast verteller is hij vooral ook verzamelaar. Van de Jouster Merke maar van nog veel meer. “Bladerend kwam ik ineens het jaartal 1925 tegen. In dat jaar was er groot feest in Joure want toen vierden ze het 400-jarig bestaan van de Jouster Merke. Toen dacht ik ‘verrek, straks zijn we 2025, dat zijn we 100 jaar verder, een half millennium. Daar moet je wat mee doen.” Dat was vijf jaar geleden.

Verdieping
Wijnja begon met de voorbereidingen, maakte een opzet, zocht contact met mensen die iets te maken hadden (gehad) met de kermis, met kermisexploitanten die in Joure stonden. “Toen we van de Pottenbakkerssteeg waren verhuisd naar de Dr. Wumkesstraat, stonden in het winterseizoen de kermiswagens van Arjaans tegenover ons op de Pikestjelp. Als jongetje had dat leven in een huis op wielen iets magisch. Ik voelde me er toe aangetrokken.” Dit vertaalde zich later in een verdere verdieping in alles wat met de Jouster Merke te maken had en nu dus in een boek met de titel Het Jouster Merke Boek. In het boek natuurlijk ruimte voor deze familie Arjaans, maar ook kermisfanaat Ynte Kuindersma komt uitgebreid aan het woord, net als de broers Kuindersma die alles weten over draaiorgels. Will Vandersloot beschrijft een stuk muziekgeschiedenis van de kermis, maar er is ook een verhaal met gemeentewerker Geert Slob die na afloop alle rotzooi opruimt. En veel meer. Vijfhonderd pagina’s dik vol verhalen, feiten en weetjes over 500 jaar Jouster Merke.

‘De vrouw zonder lichaam’
In het Fries zijn er twee woorden die sterk op elkaar lijken, maar een heel andere betekenis hebben: merk en merke. Merk is markt en merke is kermis. Dit voor de duidelijkheid. Aardig om te weten is dat de Jouster Merke een van de oudste jaarmarkten van ons land is die sinds 1525 min of meer onafgebroken plaats heeft gevonden. In 1525 kreeg de markt koninklijke goedkeuring. “Waarschijnlijk mag je het officieel niet zo noemen, maar we zijn vijfhonderd jaar koninklijk. In 1525 is erkend dat Joure een rechtmatige merke had. Een kermis was het toen nog niet. Pas vanaf 1838 spreken we van een kermis, toen kwamen de attracties.” We kenden al het vermaak als een poppenkast om de boel wat ‘op te leuken’ en een kwakzalver die met een nijptang kiezen trok. Maar er kwam nu ook een paardenspel, de voorganger van het circus, een fotograaf of een volksmuseum. Anders dan nu was dat vooral een kijkspektakel. Recenter waren er attracties als ‘de vrouw zonder lichaam’, vechten met de beer’, het vlooientheater, apen op fietsen die kunsten verrichtten, degenslikkers, vuurspuwers en draaiorgels.

Saillant detail is dat voorafgaand aan 1525, er in 1466 al een marktbrief is verstrekt die het recht gaf een weekmarkt te organiseren. In 1966 is dat aangegrepen om het 500-jarig bestaan van de Jouster Merke te vieren. “Officieel was dat het nog niet, het was 500 jaar na de marktbrief. Maar ook een hoogtepunt.” 

Komt tijd, komt boek
Terugkijkend op het monnikenwerk van de laatste vijf jaar zegt hij: “Bij iedereen waar ik aanklopte gingen de deuren wijd open en werd ik met alle egards ontvangen. Op het gebied van verhalen, foto’s en toestanden werd alles uit de kast gehaald. Wat een enthousiasme, een fantastische ervaring om mee te mogen maken.” Het ei is gelegd, het volgende project staat al weer op stapel. “Ik werk samen met een oud-molenaar. Deze heeft zijn memoires op papier gezet en dat wordt verwerkt tot een boek”, zegt hij alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. “En dan zijn er nog genoeg andere projecten waar ik zin in heb.” Komt tijd, komt boek.

Tekst: Richard de Jonge

Foto Richard de Jonge
Tekst: Richard de Jonge
Afbeelding