PvdA in De Fryske Marren wil straten noemen naar verzetskoeriersters

Foto: Dennis Stoelwinder

LEMMER - De fractie van de Partij van de Arbeid in De Fryske Marren wil dat er in of om Lemmer straten worden genoemd naar twee koeriersters. Het gaat om Willemtje van der Gaast en Lena Koopmans, twee vrouwen die in oorlogstijd voor het verzet werkten.

Afgelopen zaterdag is de naam van het 'Burgemeester Krijgerplein' in Lemmer officieel gewijzigd in de naam 'Markt.' Dat is gedaan omdat deze burgemeester, Marinus Krijger (1903-1957), verantwoordelijk was voor de arrestatie van zes onderduikers in Echten. Uit onderzoek van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) bleek dat Krijger te weinig heeft gedaan om te voorkomen dat er onderduikers werden gearresteerd. Na een petitie nam het college het advies van het NIOD over.

Nu de naam van het plein gewijzigd is, hoopt de PvdA dat het college ook aandacht schenkt aan de verzetskant. Na de oorlog werden er veel straten genoemd naar verzetsmannen, maar veel minder naar verzetsvrouwen.

Volgens Wietze de Haan van de PvdA zouden koeriersters daar goed voor in aanmerking komen. Koeriersters vervoerden bijvoorbeeld bonnen, persoonsbewijzen en wapens. Zij vormden een belangrijke schakel tussen diverse verzetsorganisaties.

"De rol van vrouwen blijft onderbelicht, maar zij hebben een belangrijke rol gespeeld binnen het verzet, ook in onze gemeente De Fryske Marren," schreef De Haan vorige week in een brief aan het college van De Fryske Marren.

Brieven en wapens op de fiets

Een van die verzetsvrouwen was Willemtje van der Gaast (*1921) uit Eesterga. In de loop van de oorlog werd de bewegingsvrijheid van mannen minder, daarom gingen illegale organisaties steeds meer een beroep doen op meisjes en vrouwen. Zo ook Willemtje, die de verzetsnaam Willy kreeg. Als koerierster fietste ze met talloze brieven van onderduikers. Maar soms ook met wapens, die ze op haar rug onder haar kleren verborg.

Uiteindelijk werd Willy gearresteerd en opgesloten in Crackstate in Heerenveen. Net voor de Bevrijding kwam ze weer op vrije voeten. In de tijd dat Van der Gaast vast zat, nam haar nicht Lena Koopmans (*1916) het werk over.

Volgens De Haan waren het 'postbodes van het verzet.' Daarom vindt hij dat zij het verdiend hebben om een straatnaam te krijgen.