“Soms moet je dingen gewoon even parkeren”
Hij zegt het ergens halverwege het gesprek, bijna achteloos, alsof het om iets kleins gaat: “Ik parkeer dingen nog weleens.” Maar wie even blijft luisteren, merkt al snel dat dat ene woord de sleutel is tot zijn hele levensverhaal. Parkeren is voor hem geen uitstel, geen ontwijken, maar een manier om ruimte te maken. Om afstand te nemen, te kijken, te voelen en pas later te beslissen wat iets werkelijk betekent. Van Renkum naar Leeuwarden, via Assen naar Zuid-Frankrijk en weer terug: zijn leven leest als een route vol tussenstops, afslagen en parkeerplaatsen. “Als je maar blijft doorgaan”, zegt hij, “dan zie je niet meer waar je bent. Soms moet je gewoon even parkeren.”

Zijn begin is eenvoudig en herkenbaar. “Ik ben geboren in Renkum, maar daar heb ik weinig herinneringen aan. Ik was één of twee toen we naar Leeuwarden gingen. Dan ga je gewoon mee met je ouders.” Daarna volgt Assen. “Mijn vader kreeg een andere baan. Dat was logisch.” Geen grote vragen, geen grote drama’s. Dat komt later pas. De eerste echte eigen keuze dient zich aan in Zuid-Frankrijk, vlak bij Nîmes. “Met een compagnon een camping beginnen. Zo’n klassiek idee van: dat kunnen wij wel.” Hij lacht. “En ergens konden we dat ook. Alleen… de praktijk is altijd anders.” Twee gezinnen, één onderneming, en al snel ook twee visies. De samenwerking wordt beëindigd. Hij vertrekt. “Ik heb dat hele avontuur daarna wel even moeten parkeren. Anders blijf je erin hangen. Na een jaar heb ik mijn ex-compagnon nog een brief geschreven. Hem ook laten weten dat de deur altijd open staat. Hij is nooit binnengewandeld”, knipoogt de 59-jarige inwoner van Joure.
‘Geleerd om te delen’
De terugkeer naar Nederland is geen rustig hoofdstuk. Zijn huwelijk loopt stuk. “Dat heeft impact. Vier kinderen, alles meegemaakt, en dan houdt het op.” Hij zegt het zonder opsmuk, maar de lading is voelbaar. “Je kunt daar jaren boos over blijven. Maar dat schiet niet op.” Ook hier komt dat woord weer terug. “Op een gegeven moment moet je dat parkeren. Niet wegduwen, maar even afstand nemen.” In die periode vindt hij in Assen onderdak bij een vrouw die hij al jaren kent. “We hadden geen relatie, maar ze ving me op.” Hij glimlacht. “En ja, dat groeide vanzelf. We hadden een enorme klik. Op een gegeven moment dachten we: dit is eigenlijk ook wel leuk.” Hij verhuist me haar naar Zutphen. Die relatie houdt zeventien jaar stand. “Dat was een belangrijke tijd. We zaten vaak ’s avonds met een fles wijn te filosoferen. Over het leven, over gedrag, over waarom dingen gaan zoals ze gaan.” Hij knikt. “Daar heb ik geleerd om te delen. Dat het allemaal minder zwaar wordt als je het uitspreekt.”
Niet echt thuis in de bouw
Ondertussen blijft de bouw een constante factor in zijn leven. “Ik heb altijd in de bouw gewerkt. Dat kan ik, dat ligt me.” Maar echt thuis voelt hij zich er niet. “Het werk zelf is mooi. Met je handen iets maken, dat is prachtig. Maar die commerciële kant… dat is niet mijn ding.” Hij zoekt even naar woorden. “Kan het ook gewoon eerlijk?” Hij haalt zijn schouders op. “Maar ja, zo werkt het niet altijd.” Toch blijft hij terugkeren. “Je moet ook gewoon je brood verdienen. Dus dat gevoel kun je wel parkeren, maar het blijft ergens aanwezig.”
Kennis delen
Inmiddels woonachtig in Zwolle, wordt hij tijdens een bouwcrisis gedwongen om opnieuw te kijken. “Ik had filmen als hobby. Dus ik dacht: laat ik daar mijn werk van maken.” Wat begint als een creatieve uitlaatklep groeit uit tot een volwaardig bedrijf. “Bedrijfsfilms, instructiefilms, software-uitleg. Van alles. Ik had altijd stagiairs. Vier tegelijk. In totaal heb ik zeker honderd studenten opgeleid. Dat vond ik het mooiste. Kennis delen, mensen zien groeien.” Hij glimlacht. “Dat past bij mij.” Maar ook dit hoofdstuk krijgt een einde, en wel door iets ogenschijnlijk onschuldigs. “Toen kwamen die mobieltjes. Ineens kon iedereen filmen. En als ik mee wilde blijven doen, moest ik een hoger niveau. Maar dat ging niet meer met studenten. Dus dat heb ik ook maar geparkeerd. Na twaalf jaar was het goed.”
Ook mensen verloren
In de jaren daarna verschuift zijn aandacht steeds meer naar binnen. “Spiritualiteit heb ik ook een tijd geparkeerd”, zegt hij eerlijk. “Maar de laatste jaren heb ik dat weer opgepakt.” Voor hem betekent dat vooral zelfreflectie. “Kijken naar jezelf. Niet alleen zeggen dat het aan de ander ligt, maar: wat doe ik zelf?” Het is geen makkelijke weg. “Je komt dingen tegen die je liever niet ziet. Maar uiteindelijk geeft het rust.” Zijn omgeving merkt het verschil. “Mensen zeggen dat ik rustiger ben geworden. Dat ik anders reageer.” Niet iedereen kan daarin mee. “Je verliest ook mensen. Die vinden het niks, of begrijpen het niet.” Hij lacht zacht. “Die parkeren mij dan een beetje. Dat is prima.”
Bijzonder instrument
Dan komt, bijna onverwacht, de handpan op zijn pad. “Gewoon via social media. Ik zag het en dacht: dat is een mooi instrument.” Hij koopt er een, probeert het en legt hem weer weg. “Ik dacht echt: wat een dom ding.” Hij schiet in de lach. “Dus die heb ik drie maanden geparkeerd.” Maar iets blijft knagen. “Het zat me niet lekker. Dus ik heb hem weer gepakt.” Dit keer blijft hij. “Als je de techniek eenmaal snapt, dan gaat het. En het is zo’n bijzonder instrument. Rustgevend, meditatief.” Hij merkt wat het met mensen doet. “Ik heb weleens iemand gehad die er niks mee had. Echt zo’n bouwtype. Maar toen ik begon te spelen, kreeg hij kippenvel. Dan weet je: hier gebeurt iets.”
Lessen en workshops
De handpan groeit uit tot meer dan een hobby. “Ik ben workshops gaan doen, lessen gaan geven.” Zijn leven krijgt een andere vorm. “Ik geef cursussen, privélessen, workshops op verschillende plekken, hier in Joure bij Art Center, maar ook in Leeuwarden en Zwolle.” Inmiddels heeft hij een hele verzameling. “Voor de lessen en verhuur. Mensen vinden het vaak een grote stap om er zelf een te kopen.” Toch blijft hij deels in de bouw werken. “Twee tot vier dagen per week. Om de financiële gaten te vullen.” Hij grijnst. “Die kun je niet parkeren, hoe graag je dat ook zou willen.”
‘We zijn allemaal hetzelfde’
Zijn collega’s reageren zoals je zou verwachten. “In de bouwkeet moet je niet beginnen over handpannen en spiritualiteit”, zegt hij met een knipoog. “Dat werkt niet.” Maar één-op-één ontstaan er andere gesprekken. “Dan merk je dat iedereen met dezelfde dingen bezig is. Alleen laten we dat niet altijd zien. Onder die ruwe bolster zit bijna altijd de blanke pit. Het bevestigt wat ik al langer voelde. We zijn allemaal hetzelfde. We maken allemaal dingen mee. En als je dat deelt, wordt het lichter.”
Alles komt samen
Aan het eind van het gesprek lijkt alles samen te komen. “Het leven is eigenlijk niet zo ingewikkeld”, zegt hij. “Wij maken het ingewikkeld.” Hij kijkt even voor zich uit, alsof hij zijn eigen woorden nog eens langs laat komen. “Door vast te houden, door dingen niet los te laten.” Dan volgt weer dat ene woord. “Terwijl je soms dingen gewoon moet parkeren.” Hij glimlacht. “Niet om het te vergeten, maar om er later met andere ogen naar te kijken. En als ik het niet weet”, zegt hij, “dan speel ik. Of ik parkeer het even. Dat werkt eigenlijk altijd.”



