Algemeen

Boudewijn van Hutten (89) over zijn repatriatie en krontjongmuziek: “Het regent ijs, zei ik tegen mijn moeder”

Door: Lotte van der Meij

Boudewijn, Boudie voor intimi, woont in Lemmer. Hij staat ons op te wachten bij de deur van zijn appartement. Bij het binnenkomen geeft hij direct aan dat hij als enige in het gebouw nog voor zichzelf zorgt. Hij heeft zich verslapen en daardoor nog geen tijd gehad voor een kop koffie. Het huis laat zich het beste omschrijven als een persoonlijk museum, vol schatten en herinneringen van zijn leven: foto’s, beeldjes, sarongs, schilderijen met sawa’s (rijstvelden), boekjes, cd’s, wajangpoppen. Het is er vol, elke ruimte is benut. Deze man bewaart veel spullen, alles heeft waarde voor hem.

Omdat Boudewijn behoorlijk slechthorend is, is een gesprek voeren lastig. Hij kan wel heel goed en gedetailleerd vertellen en zo neemt hij ons dan ook graag mee naar het verhaal van zijn repatriëring. Het verhaal van hoe Boudewijn als klein jongetje na de Tweede Wereldoorlog vanuit Indonesië naar Nederland is gekomen.

Afbeelding
Foto: Johan Brouwer

Vlak na de oorlog

Boudewijn is geboren in Batavia (de koloniale naam, van de stad die na de bezetting van Japan sinds 1945 Jakarta heet). Hier maakte hij als achtjarig jongetje de Tweede Wereldoorlog mee, waarbij de Japanners, vaak Jappen genoemd, Indonesië bezet hielden. Na de capitulatie van Japan, was het zeer onrustig in Indonesië. Zijn vader had gevochten in de oorlog en was krijgsgevangene geweest. Al die tijd zagen ze hem niet. Om herenigd te worden moesten ze naar Bandung. Op een dag werd hij samen met zijn moeder en zusje dat twee jaar jonger was, opgeroepen om zich te melden op het vliegveld. Daar stond een Engels militair vliegtuig voor hen klaar. Zijn moeder ontdekte dat er een Japanse piloot in het vliegtuig zat en heeft stennis gemaakt, want daar wilde ze niet in stappen. “Toen zijn we uiteindelijk met een Engelse piloot naar Bandung gevlogen, dat herinner ik me alsof het gisteren is gebeurd”, vertelt Boudewijn weemoedig. Ze logeerden toen bij een tante en daar in het ziekenhuis lag zijn vader. De oorlog had diepe sporen bij zijn vader achtergelaten, hij had hongeroedeem, suikerziekte en liep heel moeilijk. “We kwamen in verschillende opvangkampen terecht waarin zalen rijen met bedden stonden. Je stond in de rij voor het toilet, en het was geen best eten dat we daar kregen.”

Toen zijn we uiteindelijk met een Engelse piloot naar Bandung gevlogen, dat herinner ik me alsof het gisteren is gebeurd.

De overtocht met de Oranje

Na vier maanden in kampen te hebben gezeten stapte het gezin in december 1945 aan boord van de Oranje, een overvol schip dat hen wegvoerde uit een land dat in korte tijd onherkenbaar was veranderd. “Ineens stonden er in mijn beleving legerwagens en ambulances voor het kamp. Mijn vader en de andere zieken werden in de ambulances gebracht en wij in de vrachtwagens gestopt. In een konvooi werden we naar het vliegveld gebracht, en vlogen we terug naar Batavia. Ik raak helemaal in een soort trance als ik dit vertel, ik ga echt terug naar dat moment”, zucht Boudewijn. In Batavia werden we naar de haven Tandjoeng Priok gebracht en daar werden we op een baton gezet en gebracht naar het schip.”

Dat was het begin van de zes weken durende reis naar Amsterdam. “We sliepen in hutten, mijn zusje en ik op een stapelbed. Mijn vader lag in een speciale ziekenhuiskamer. Het eten was daar wel lekker, dat herinner ik mij nog goed.” De reis voert hen langs Arabië, waar ze tussentijds even van boord mochten om winterkleren uit te zoeken en houten speelgoed. “Ik weet nog dat ik heel boos was, omdat mijn zusje niet mee mocht, zij had rodehond.” De reis vervolgde over de Rode Zee, waar hij door zijn patrijspoort zag dat overledenen een zeemansgraf kregen. Dat gebeurt als een persoon overlijdt aan boord van een schip en het lichaam niet naar land kan worden gebracht. Dan wordt de overledene met een ceremonie aan de zee toevertrouwd. Voordat ze naar Amsterdam voeren, maakten ze een overstap Southampton naar een kleinere boot. Bijzonder, want hier stapte ook Koningin Wilhelmina aan boord en zij gaf alle zieken en de kinderen een hand.


Lotte van der Mei en Boudewijn van Hutten  - Johan Brouwer

Een eerste winter

Na aankomst in Nederland werd het gezin ondergebracht in een contractpension, voordat ze later bij een gastgezin terechtkwamen. “Eenmaal in Amsterdam kwamen we in een hotel. Het was vlak na kerst, ik kreeg zoveel lekkers wat ik niet kende. En toen gebeurde er iets bijzonders, wat ik nog nooit eerder had gezien. Wat is dat? Het regent ijs, zei ik tegen mijn moeder. “Dat is sneeuw”, zei ze. Toen leerde ik de winter kennen.”

Het was vlak na kerst, ik kreeg zoveel lekkers wat ik niet kende.

Vervolgens werden ze geplaatst bij een gastgezin in Amsterdam: bij Mevrouw Blom. Zij nam het gezin Van Hutten in huis en ging met ze op pad. Van Artis, Volendam, de bollenvelden, tot een rondvaart door de grachten van Amsterdam, als herinnering hiervan laat Boudewijn foto’s zien. Ook gingen zijn zusje en hij naar school. Het was moeilijk, vooral de taal.

Terug naar Indonesië

Na Amsterdam volgde Sint Nicolaasga en Leeuwarden. Hij zegt nogmaals, het is net of het gisteren is gebeurd. In maart 1947 ging het gezin terug naar Indonesië. Zijn vader voelde zijn naderende dood aankomen en wilde in Indonesië sterven en begraven worden of het er nou veilig was of niet. Hij sterft vlak na aankomst. Hij is slechts 38 jaar oud geworden. Zijn vader ligt begraven bij een terrein van een militair ziekenhuis in Surabaya. “Mijn moeder was weduwe, we woonden in een omgebouwde garage. De mannen zwermden om haar heen. Ze heeft zes vrienden gehad, tot de zevende kwam; dat werd mijn stiefvader.” Zijn stiefvader was Knil-militair (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger). Er wordt nog een zusje geboren. Boudewijn zat in die tijd zo’n 2,5 jaar op een internaat in Batavia.

Werken aan de toekomst

Toen Indonesië onafhankelijk was geworden, en hij zestien was, wilde hij niet meer naar school, maar werken. Hij kende de taal niet en wilde ‘gewoon’ Nederlands spreken. Zijn stiefvader heeft toen werk voor hem geregeld. “Ik werd zeeman op het schip dat voer tussen Indonesië en Nederland. In totaal heb ik dat dertien jaar gedaan, waarvan ik negen jaar als oliestoker op de Waterman heb gewerkt. Machtig vond ik dat.” Uiteindelijk kwamen ook zijn moeder, stiefvader en halfzusje naar Nederland.

Boudewijn heeft veel aandacht van en voor vrouwen. Zo leert hij dan zijn eerste Friese vrouw kennen, die overleden is in 2014. Op zijn 89e staat hij nog vol in het leven. Hij heeft al elf jaar een vriendin, Ruby, uit Leeuwarden, waar hij van vrijdag tot en met maandag is. En op de andere dagen is hij in Lemmer.


Lotte van der Mei en Boudewijn van Hutten - Johan Brouwer

Muziek met heimwee

Iets wat twintig jaar groot onderdeel van zijn leven was en waar hij echt zijn hart aan verloren heeft is de krontjong muziek. Krontjong (ook wel keroncong genoemd) is een muziekstijl uit Indonesië met een bijzondere geschiedenis. De oorsprong ligt in de 16e eeuw, toen Portugese zeelieden hun instrumenten en muziek meebrachten naar de Indonesische archipel. Deze invloeden vermengden zich met lokale tradities en groeiden uit tot een unieke, herkenbare muziekstijl.

Kenmerkend voor krontjong is het gebruik van kleine snaarinstrumenten die lijken op een ukelele, samen met gitaar, viool en fluit. Dit zorgt voor een zacht, ritmisch en vaak melancholisch geluid. De zang is belangrijk en gaat vaak over thema’s als liefde, heimwee en het dagelijks leven. In Nederland werd de stijl ook bekend door Wieteke van Dort, met haar typetje Tante Lien en liedjes zoals “Geef mij maar nasi goreng”. Vandaag de dag wordt krontjong nog steeds gespeeld en gezien als een symbool van culturele uitwisseling en gedeelde geschiedenis.

Indisch erfgoed

Hij laat enthousiast zijn uitgeprinte songteksten zien van liederen die hem raken. Teksten over ‘de gordel van smaragd’ (zo werd voormalig-Indië genoemd, bedacht door schrijver Multatuli). Boudewijn zelf speelt ukelele en trakteert ons op een stukje muziek en zingt Nina Bobo, een traditioneel slaapliedje uit Indonesië. Een stukje cultureel Indisch erfgoed kan je het noemen. Samen met zijn eerste vrouw bezoekt hij een optreden van de Krontjong Musicband uit Bantega. Tijdens een optreden zingt hij hun nummers mee, wat werd opgemerkt. Ze vroegen hem direct om bij de groep te komen. “Wat een feest, we traden op met de tante Lien-show. Helaas zijn er al meerdere mensen uit de groep overleden, onder wie de zangeres. Er is besloten te stoppen met de groep. Wat ik ontzettend jammer vind, want ik mis de muziek.” In zijn appartement staan decorstukken, met batikstoffen, payungs (paraplu’s), foto’s van optredens en hij laat een boek zien over de band. “Op mijn verjaardag deze maand wil ik iets organiseren, met muziek. Want ondanks dit oude lichaam, houd ik nog wel van een feestje.”

Tekst: Lotte van der Mei

Foto: Johan Brouwer

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding