Burgemeester Leo Pieter Stoel: “We zijn een gemeente die er mag zijn”
“Het voelt wel een beetje als thuiskomen”, zegt burgemeester Leo Pieter Stoel over zijn start in De Fryske Marren. De omgeving doet hem denken aan de omgeving van de Gemeente Súdwest-Fryslân, waar hij eerder jarenlang in Sneek woonde. Het water, de openheid van het landschap en de dorpen met hun eigen karakter maken dat hij zich snel weer vertrouwd voelt. Bovendien ligt het gemeentehuis op steenworp afstand van uitgestrekte meren en vaarroutes. “Ik kan bij wijze van spreken achter het gemeentehuis opstappen”, zegt hij met een glimlach. Als fervent watersporter hoopt hij komend zomerseizoen dan ook weer vaker met de boot op pad te kunnen.

Toch weet hij dat zijn hobby soms schuurt met zijn ambt. Net vanuit Delfzijl naar Sneek verhuisd, zeilde hij in 1976 zijn eerste Sneekweek. Via jarenlang zelf zeilen kwam hij uiteindelijk in de jury terecht. Van plaatselijk ging dat naar regionaal, landelijk, Europees en zelfs internationaal. Via cursussen en opleidingen schopte hij het tot International Judge binnen de ISAF, de overkoepelende wereldzeilbond. “Toen ik in 2020 op Ameland burgemeester werd, ben ik gestopt als international judge. Dat is haast niet te combineren. In de zomer wilde ik niet weg van Ameland en in de winter zou je dan naar Zuid-Afrika of Australië moeten en dan ben ik een hele dure judge voor die landen. Dat gaat niet werken.” Terug aan de wal zou je denken dat hij zijn oude hobby weer kan oppikken bijvoorbeeld tijdens de Sneekweek. Niets blijkt minder waar. “Het is een beetje gek om op zondag een zeiler uit te sluiten en op maandag zakelijk met hem aan tafel te zitten over een gemeentelijke kwestie. Belangenverstrengeling ligt altijd op de loer en daar wil ik verre van blijven.”
‘Een bijzondere en mooie gemeente’
Sinds de fusie in 2014 heeft De Fryske Marren zich nadrukkelijk gepositioneerd als watergemeente, wat al in de naam besloten ligt. Met een enorm watersportgebied, een sterk recreatief profiel, maar ook een stevige agrarische sector en bedrijvigheid in industrie en logistiek, noemt Stoel het “een bijzondere en mooie gemeente”. De gemeenteraad werkt met een vastgestelde raadsagenda waarin speerpunten zijn benoemd, en het college, met de burgemeester als voorzitter, voert die uit. “Wij werken in opdracht van de raad”, benadrukt hij. Nu de raadsperiode haar einde nadert, ligt de nadruk deels op het afronden van lopende projecten. “Woningbouw is daarbij een belangrijk thema. In verschillende dorpen worden plannen ontwikkeld of uitgevoerd om te zorgen dat er voldoende woningen beschikbaar zijn voor starters en doorstromers. Ook bedrijventerreinen worden verder ontwikkeld om economische groei mogelijk te maken. Op verschillende vlakken zijn we bezig”, zegt Stoel.
In verschillende dorpen worden plannen ontwikkeld of uitgevoerd om te zorgen dat er voldoende woningen beschikbaar zijn voor starters en doorstromers.
Bereikbaarheid belangrijke troef
Bij nieuwe woningbouwprojecten heeft de gemeente in beginsel de voorkeur om binnen de bestaande kernen te bouwen in plaats van steeds verder uit te breiden in het buitengebied. Inbreiding waar het kan, uitbreiding waar het moet. Toch is die keuze vaak afhankelijk van praktische mogelijkheden. Niet elk dorp heeft geschikte locaties binnen de bestaande bebouwing en soms is uitbreiding onvermijdelijk. Leegstaande winkels worden niet automatisch opgekocht om te transformeren tot woningen, benadrukt Stoel. “Het is niet zo dat we bij elke winkel die leegstaat er meteen op afgaan. De gemeente wil vooral zorgen voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor middenstanders. Plaatsen als Joure, Lemmer, Balk en Sint-Nicolaasga moeten aantrekkelijk blijven voor bezoekers en ondernemers. Goede bereikbaarheid, relatief lage parkeertarieven en een verzorgd centrum zijn daarbij cruciaal. Winkeliers moeten het hebben van een gebied dat interessant is voor hun klanten. Voor de industrie geldt iets soortgelijks. De ligging van Joure en Lemmer, met snelle verbindingen naar de Randstad en Noord-Nederland, maakt De Fryske Marren aantrekkelijk voor bedrijven. Die bereikbaarheid is een belangrijke troef in de concurrentie om investeringen.”
![]()
Leo Pieter Stoel - Johan brouwer
‘Zorg moet toegankelijk blijven’
Een mogelijke komst van een ziekenhuis naar Joure zou volgens de burgemeester “een boppeslach” zijn, een enorme opsteker. “De discussie over ziekenhuiszorg speelt al langer in Friesland. Door toenemende specialisatie moeten medische handelingen steeds vaker worden geconcentreerd om kwaliteit te waarborgen. Je moet voldoende verrichtingen doen om vaardig te blijven. Dat betekent dat niet elk ziekenhuis alle specialismen kan behouden. De recente discussie over de jeugdhartchirurgie, die mogelijk van Groningen naar Leiden zou verhuizen, is daar een voorbeeld van. Het gaat vervolgens niet om het afbreken van bestaande voorzieningen, maar om het waarborgen van kwaliteit en continuïteit. Ook de ziekenhuizen in Sneek, Heerenveen, Drachten en Leeuwarden moeten voortdurend kijken naar taakverdeling en samenwerking. Voor De Fryske Marren is het van belang dat de zorg toegankelijk blijft voor inwoners.” Tegelijkertijd ziet Stoel in dat schaalvergroting soms onvermijdelijk is. “Het is een balans tussen bereikbaarheid en kwaliteit, een vraagstuk dat in heel Nederland speelt, maar in een provincie met relatief grote afstanden extra gevoelig ligt.”
De discussie over ziekenhuiszorg speelt al langer in Friesland.
Burgemeester zeker niet de baas
Stoel studeerde af als econoom, behaalde zijn propedeuse in de rechten, maar kon beide studies niet combineren met de politiek. Van 2011 tot 2014 was hij wethouder van Súdwest-Fryslân van 2015 tot 2019 was hij lid van de Provinciale Staten van Friesland en van 2020 tot september 2025 was hij burgemeester van Ameland. “Als wethouder zie je hoe een burgemeester functioneert en zit je in het dagelijks bestuur van een gemeente. Ik heb economie gestudeerd en een beetje staatsrecht, dan is het interessant om in zo’n rol te zitten als burgemeester waarbij je politiek neutraal bent en in mijn ogen ben je als burgemeester een facilitator. Een regisseur, een voorzitter, maar niet de baas. Een burgemeester zorgt er voor dat de processen goed lopen en dat interesseert mij om daar mee bezig te zijn in de samenleving.”
![]()
Leo Pieter Stoel - Johan brouwer
Koreaanse toestanden
Die bestuurlijke neutraliteit leerde hij ook in zijn vorige functie op Ameland, waar hij onder moeilijke omstandigheden begon. Tijdens zijn eerste raadsvergadering stapten de twee wethouders op. Dertig dagen later trad volgens de Gemeentewet de burgemeester in de plaats van het college. “Toen hadden we Noord-Koreaanse toestanden. En negen dagen was ik de enige besluiter in het college. De gemeensecretaris zat erbij en met z’n tweeën overlegden we. Dat was een hele bijzondere situatie moet ik zeggen. Gelukkig is dat daarna heel goed gegaan. En hebben we bijna 6 jaar met heel veel plezier in het college samen gewerkt en beslissingen kunnen nemen.
Afstand houden
Toch vindt hij dat een burgemeester op een eiland niet decennia moet blijven. “Het is een kleine gemeenschap. Mensen die elkaar generaties lang kennen. Je moet daar enige afstand toe houden. Want als je met een familie te nadrukkelijk omgaat dan diskwalificeer je je voor de andere families. Dat moet je in evenwicht houden. En dat kun je best een aantal jaren volhouden, maar na zes, acht jaar ga je steeds meer onderdeel uitmaken van die samenleving. Ga je met een familie meer optrekken dan met een andere familie. En komt het uit balans. Dus ik denk dat het goed is om daar na een jaar of acht weg te gaan.
Het is een kleine gemeenschap. Mensen die elkaar generaties lang kennen. Je moet daar enige afstand toe houden.
Kort hoeven overleggen
Met zijn 63 jaar weet Stoel dat dit vermoedelijk zijn laatste burgemeesterspost is; de wet schrijft voor dat burgemeesters op hun zeventigste met pensioen gaan. Dat hij uitgerekend in De Fryske Marren terechtkwam, noemt hij een logische keuze. “Er zijn niet zo heel veel gemeenten waar ik zou passen. Als watersporter, als iemand die jaren in Sneek gewoond heeft, het zuidwesten van Friesland goed kent, is dit natuurlijk een prachtige gemeente. Dus toen die vacature langskwam, heb ik thuis maar heel kort hoeven overleggen”, knipoogt hij.
Nog steeds bezig met kennismaken
De gemeente telt 52.000 inwoners en groeit in de zomer met vele toeristen, een duidelijke schaalvergroting ten opzichte van Ameland met zijn 3.800 inwoners. Toch ziet Stoel meer overeenkomsten dan verschillen tussen grote en middelgrote gemeenten. “Overal worden paspoorten uitgegeven en woningbouwplannen gemaakt.” Het verschil zit in de omvang en de logistiek. Waar hij op Ameland vier stembureaus kon bezoeken op verkiezingsdag, zijn het er hier 46. Bij zijn eerste ronde kwam hij tot 26 bureaus, goed voor 190 kilometer rijden. Ook na een half jaar is hij nog bezig met kennismaken, onder meer met ondernemers. Inmiddels is hij verhuisd naar Oudehaske, omdat een burgemeester in zijn eigen gemeente moet wonen. “Het is Oudehaske geworden omdat daar een huis stond wat ons beviel. Zo simpel is het. We hebben ook in Joure en in Balk gekeken, maar we zochten echt iets waar we zo in konden trekken. Wat je past, wat je mooi lijkt. Het gaat ook niet om een kleine investering.
Het is Oudehaske geworden omdat daar een huis stond wat ons beviel.
‘Laat zien wat je kan’
Zijn ambitie voor de komende jaren is helder: De Fryske Marren profileren als een gemeente die ertoe doet. “We zijn de vierde gemeente van Friesland en de 87ste van Nederland. Laat zien wat je kan. Kijk niet alleen naar Leeuwarden, maar ook naar Den Haag en Brussel. We zijn een gemeente die er mag zijn.”
































