Algemeen Opinie

Woningmarkt belangrijk verkiezingsthema: Kiezer ziet groot woningprobleem in eigen gemeente

Door: Redactie

Wonen – of liever gezegd: de krapte op de woningmarkt – is ook bij de gemeenteraadsverkiezingen een belangrijk thema. GrootMedia peilde de meningen in de provincie: wat vindt de kiezer? Aan het onderzoek deden 788 mensen uit ons vaste Opiniepanel mee.

Afbeelding
eigen foto

Groot probleem voor veel inwoners

46 procent van de geënquêteerden vindt dat er een groot woningprobleem is in de eigen woongemeente. 38 procent spreekt zelfs van een ‘zeer groot’ probleem.
Op de vraag hoe moeilijk is het volgens jou voor starters en jonge gezinnen om een betaalbare woning te vinden in jouw gemeente? antwoordde 58 procent: heel moeilijk. Niemand vulde bij deze vraag het vakje ‘makkelijk’ in.

Wat is een betaalbare starterswoning?

Maar wat is een betaalbare (starters)woning eigenlijk waard? 46 procent vindt een aankoopbedrag tussen de 200.000 en 250.000 euro aanvaardbaar. 34 procent noemt alles onder de 200.000 euro een starterswoning.
Over de vraag vind jij dat gemeenten sneller moeten bouwen, ook als dat betekent dat er gebouwd wordt buiten de dorpskern (bijvoorbeeld aan de rand van het dorp of de stad)? is de enquête verdeeld: 51 procent zegt ja, 41 procent vindt van niet.

Te weinig betaalbare woningen

Het grootste knelpunt op de woonmarkt is volgens bijna een kwart van de deelnemers dat er te weinig betaalbare woningen zijn. Nog eens een kwart (24 procent) stelt dat de woningen die wel vrijkomen, te duur zijn voor starters en jonge gezinnen. 11 procent vindt dat er te weinig woningen voor ouderen beschikbaar komen.

Zorgen over leefbaarheid en doorstroming

En dus is de zorg over de leefbaarheid in wijken en dorpen logisch. Een derde van de ondervraagden is ongerust over kwaliteitsvermindering van de eigen woonomgeving. Het is geen verrassing dat 67 procent vindt dat de doorstroming op de woningmarkt in de eigen gemeente niet goed werkt. Als het nieuwe woonbeleid na de verkiezingen wordt vastgesteld, is het belangrijk - vindt 31 procent - dat starters en jonge gezinnen voorrang krijgen bij het vinden van een huis. Opvallend: slechts 6 procent noemt in dit verband duurzaamheid als een belangrijk argument.

Planbureau Fryslân ‘herkent de uitkomsten’

Wouter Marchand is senior onderzoeker bij Planbureau Fryslân, dat ook onderzoek doet naar wonen en leefbaarheid. Hij herkent de uitkomsten. “Ook uit ons onderzoek blijkt dat er grote en belangrijke verschillen zijn tussen leeftijdsgroepen en tussen huurders en woningeigenaren. Huurders moeten lang wachten op een passende woning en zijn een groot percentage van hun inkomen kwijt aan woonkosten. Koopwoningen stijgen in prijs en maken het voor starters op de woningmarkt moeilijk om een huis te vinden. Dat maakt wonen in het landelijk gebied tot een urgent én complex probleem. Bijbouwen kan een oplossing zijn die de wachttijd vermindert en de prijzen drukt, maar heeft gevolgen voor het aanzicht van dorp en wijk en voor de samenstelling van de bevolking. Er is een dringende behoefte om dit soort afwegingen goed te kunnen maken.”

“Iets anders is dat nieuwbouw niet de enige oplossing is voor dit probleem. Het gaat ook om het goed benutten van de huizen (en gebouwen met een andere bestemming) die er al staan, omdat die nu niet goed aansluiten bij de behoeften van de bewoners. Zo worden er relatief veel gezinswoningen bewoond door echtparen op leeftijd van wie de kinderen al uitgevlogen zijn. De gebrekkige doorstroming is weliswaar te verklaren, maar draagt zo wel bij aan de vergrijzing van kleine kernen.”

46 procent van de geënquêteerden vindt dat er een groot woningprobleem is in de eigen woongemeente.