Algemeen

Lidewij Kramer heeft veel hordes moeten overwinnen: “Mijn hart klopt voor hoogbegaafde kinderen”

Met haar IQ van 180+ laat Lidewij Kramer (1989) zien dat hoogbegaafdheid niet alleen over cijfers gaat, maar ook over creativiteit, energie en anders durven denken. Haar pad is niet makkelijk geweest. “Ik hoop dat ik het zaadje ben. Ik ben een hartstikke leuk mens geworden, maar dat is ondanks het onderwijs, niet dankzij. Ik heb veel hordes moeten overwinnen.” Een verhaal over wat er wél en juist niet binnen het onderwijs gedaan is om haar echt te zien en te geven wat op dat moment nodig was. Het moet anders, het kan anders. Dat weet Lidewij als geen ander. Dit is het heldhaftige verhaal van een jonge vrouw die vecht voor hoogbegaafde kinderen die zegt: “Mijn hart klopt voor hoogfbegaafde kinderen.”

Afbeelding
Foto: Johan

“Docenten gingen wisselend met mij om. Sommigen vonden het heel leuk en wilden meedenken. Sommige docenten deden geen extra moeite én er waren docenten die mij vertelden: je moet gewoon zus of zo. Mijn reactie was dan: beste vrouw als het zo gewoon was, dan had ik het al lang gedaan. Bedankt voor je beste bedoelingen, maar zo help je mij niet. Dan was ik eigenwijs en opstandig…”

Discrepantie tussen verschillende ontwikkelingsvlakken

Als zesjarige heeft Lidewij een nare ervaring op school. “Ik had een meester en het boterde zo ongelofelijk niet tussen ons. Achteraf weet ik dat zijn ego in de weg zat. Ik was een meisje van 6 jaar.” Lidewij wordt zelfs flink ziek: ze krijgt kinkhoest terwijl ze ingeënt was en het duurt maar liefst twee maanden. Nu weet ze dat als iets teveel energie kost dat het haar letterlijk ziek maakt.

Twee jaar lang krijgt Lidewij ondersteuning van een grote schaker die ook hoogbegaafd is. “Dat vond ik geweldig. Ik had hem nodig om te omarmen wie ik ben. Hij was ook iemand die voor mij in de bres sprong op school.” Als kind van tien jaar in de derde klas zit er een discrepantie tussen verschillende ontwikkelingsvlakken. “Dat ik op dat moment in jouw klas zit betekent niet dat ik hetzelfde kan als ieder ander kind in jouw klas. Het betekent alleen dat ik het cognitief aankan. En dat ik echt wel wat extra hulp nodig heb.”

 Ik had hem nodig om te omarmen wie ik ben.

Briljante Breinen

Lidewij deed afgelopen jaar mee aan het televisieprogramma Briljante Breinen. Dat heeft wat losgemaakt bij kijkers. “Je bent de tastbare belichaming van alles wat wij fout gedaan hebben in het onderwijs met hoogbegaafde kinderen…” Toch is ze ook realistisch genoeg om te weten dat ook haar eigen leerlingen uit haar periode als docente Engels een dergelijk gesprek op tv zouden kunnen hebben, hoogbegaafd of niet.

“Dan zou ik ook zeggen: ik had zo graag meer voor je willen doen. Ik weet het, in het onderwijs ben je gewoon heel erg gebonden aan wat je mag doen en wat je daarnaast bereid bent om van je eigen tijd en energie in te leveren. Ik werkte al meer dan fulltime, had geen eigen tijd… Wilde ook niet op eigen houtje een schoolprobleem oplossen, dan is er toch beleidsverandering nodig?”

Gevangen zitten

“Ik heb het er vaak over met mijn man (ook hoogbegaafd, red.): hoe wij niet in de goot zijn beland is best een wonder. Het had alle kanten op kunnen gaan.” Lidewij heeft vooral in de overlevingsmodus gezeten, tot ze een aantal jaren geleden een huisje in de rust en ruimte van Rutten vond én ze haar man leerde kennen. Ze startte haar eigen bedrijf IntelleQt en de toekomst zag er eindelijk rooskleuriger uit.

“Ik kan niet fulltime werken. Dat heeft met overprikkeling en met belastbaarheid te maken.” Het liefst ziet ze dit anders. Ze is opgegroeid in Brabant met een mentaliteit van ‘geen gezeik, gewoon werken.’ “Die mentaliteit merk ik hier in de polder ook: gewoon elke dag opstaan en gewoon de hele dag werken. Dat gaat niet. Ik had het graag gewild…” Het voelt als gevangen zitten tussen wat er allemaal in je hoofd zit en doseren omdat het niet allemaal kan.

Met IntelleQt zet Lidewij alweer zeven jaar haar kennis en ervaring in om hoogbegaafde kinderen te helpen. Bij de start hoopte ze nog binnen tien jaar ander werk te moeten gaan zoeken omdat ze overbodig zou zijn geworden. Helaas is de keiharde praktijk anders. “Ik schrik elke keer hoe weinig er veranderd is. Dat het nog steeds heel erg docentafhankelijk is of je gezien wordt of niet en of er tools zijn voor je of niet. Ik vind het super schrijnend dat ik nog werk heb.”


Lidewij aan het lezen - Foto: Johan

Hoe herken je hoogbegaafdheid? 

Ongeveer twee procent van de kinderen is hoogbegaafd. “Ik denk dat er heel veel niet gezien worden.” Sommige daarvan komen heel ver, maar de kinderen waar Lidewij vooral mee werkt, met een IQ van145+, die redden het volgens haar gewoon niet. Die hebben hulp nodig. We horen je denken: hulp? Hoezo, het zijn toch slimme kinderen? “Er wordt over ons gezegd en/of gedacht: je bent slim en je komt er wel. Nee, wij komen er helemaal niet perse automatisch”, stelt Lidewij.

Ze herkent hoogbegaafdheid meteen; “ik zie en merk het. Ik zou willen dat er meer mensen waren die hoogbegaafdheid kunnen en willen labelen want dan kunnen we een traject opstarten.” Een IQ-test lijkt wellicht een goede start maar Lidewij blijkt fel tegen. “Veel van de kinderen waar ik mee werk zitten al langere tijd niet goed in hun vel. Wie maakt nu een test als je niet goed in je vel zit? En wat betekent de uitslag dan?”

Zelf kijkt ze liever naar de zijnskenmerken van het kind: hoe reageert zo’n kind? “Heb je een groot rechtvaardigheidsgevoel, ben je kritisch, perfectionistisch en hoog sensitief? Ik gun kinderen meer experts die op deze manier kunnen constateren dat een kind hoogbegaafd is en dat onderbouwen. En dan gaan we nu passend onderwijs creëren.”

Er wordt over ons gezegd en/of gedacht: je bent slim en je komt er wel. Nee, wij komen er helemaal niet perse automatisch

‘Ik ben na een pauze totaal overprikkeld’

Sinds 2014 zijn onderwijsinstanties verplicht om te kijken naar wat het kind nodig heeft. Je mag een kind niet meer afwijzen als het geen label heeft. “Ik merk geen verschil in het onderwijs sinds deze wet. En ook veel van de ouders van mijn leerlingen horen nog te vaak: ja, maar we kunnen geen extra tijd bieden omdat je kind geen label heeft. Wij, als hoogbegaafden, betalen hiervoor de prijs. En dat is niet okay.”

In haar begeleiding van hoogbegaafde kinderen én onderwijsprofessionals zet Lidewij spellen in omdat dat altijd werkt. “Hoe kom je weer tot jezelf? Hoe ga je omarmen dat je anders bent én dat normaal gaat vinden?” Eén spel draait om vooroordelen die anderen over hoogbegaafdheid hebben. Het is volgens haar goed om te weten hoe anderen mensen denken over ons. Tegelijkertijd leren ze ook de taal om uit te leggen hoe hun hoofd werkt.”

Een goed voorbeeld zijn chagrijnige kinderen na een pauze op school. “Anderen zijn zich misschien alleen bewust van de directe omgeving maar ik zie alles in de gehele ruimte. Ik ben na een pauze totaal overprikkeld.” Er wordt door deze overprikkeling overigens ook wel eens beweerd dat kinderen dan autisme hebben. Maar Lidewij is hier heel duidelijk over: “het speelt ook bij hoogbegaafdheid.”


Spellen - Foto: Johan

Onwetendheid, misverstanden en ego’s 

Er zijn veel onderwijsprofessionals die echt het beste voor hebben met kinderen. Toch komt er uit de mix van onwetendheid, ego en goede bedoelingen toch regelmatig iets naars. Lidewij beschrijft het Dunning-Kruger effect: “Als je net iets weet van een bepaald onderwerp dan denk je dat je heel veel weet. Maar hoe meer je weet, hoe groter het besef van hoeveel je niet weet. Mensen zijn geneigd om aan de hand van een beetje kennis en/of ervaring bepaalde labels te plakken. Maar realiseer je je wel dat hoogbegaafdheid in bepaalde uitingen op autisme en adhd lijkt?”

Lidewij geeft als voorbeeld: “Kinderen met autisme hebben een plafond waar ze tegenaan lopen. Hoogbegaafde kinderen ontwikkelen zich veel langzamer omdat ze ontwikkelen wat ze nodig hebben. Als je alle taken meteen af hebt hoef je niet te oefenen met volgehouden aandacht en als dingen altijd te makkelijk zijn hoef je niet te oefenen met doorzettingsvermogen. Als je altijd snel klaar bent oefen je niet met plannen.”

“Ik krijg veel kinderen die tot en met de derde klas zijn gekomen en dan pas keihard vastlopen. Het blijkt dat ze bepaalde vaardigheden missen.” Steeds vaker zijn er ook jongere kinderen van zes/zeven jaar die haar hulp nodig hebben. Interessant is het verschil tussen absoluut (onvoldoendes) en relatief onderpresteren. In dat laatste geval kan een leerling prima een acht halen, maar haalt een 6,5. Waarom?

Als je net iets weet van een bepaald onderwerp dan denk je dat je heel veel weet. Maar hoe meer je weet, hoe groter het besef van hoeveel je niet weet.

Ter overdenking

En dan ineens zegt Lidewij: “Ik blijf ook wel voelen als het bij mij niet zo fout was gegaan ik dan nu veel meer had kunnen doen.” Voor mij als gesprekspartner voelt het als een veel te strenge benadering: moet je zien wat dit mooie mens allemaal weet te bereiken. Hoe haar openheid en harde werken een letterlijk verschil maken in deze wereld. Ik gun iedereen een Lidewij in hun leven, hoogbegaafd of niet.

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding