"In Amerika ben ik besmet geraakt met het westernvirus"
Gea Brouwer (1963) woont in Haskerhorne, maar leeft alsof ze op een Amerikaanse ranch woont. Vrijheid is haar grootste goed – in werk, relaties en passies. Een portret van een vrouw die haar eigen regels schrijft.

Gea heeft volop passies, allemaal met een Amerikaans tintje. In huis is een echte bar met saloondeurtjes, die meteen een westernsfeer geeft. De honden dartelen rond, beide broers zijn er en ook komt haar bonusdochter met kleinkind even langs. Het is hier altijd zoete inval.
“Als kind was ik duidelijk: ik wilde een pony. Ik vroeg er altijd om – op mijn verjaardag, op mijn Sinterklaaslijstje, ik tekende paarden en kocht ansichtkaarten ervan. Toen ik tien was, zei mijn oma: ‘Je krijgt een pony van mij’." En zo gebeurde het. Het gezin woonde in Joure in een rijtjeshuis en had geen grond. Er was echter een stukje weiland achter het kerkhof, waar haar vader ook grafdelver was. Die vroeg toestemming aan het kerkbestuur om de pony daar te laten grazen, onder het mom van: ‘Dan kan hij het gras mooi maaien’. Ze gingen akkoord. In het hokje naast de schep voor het grafdelven werd een plekje gemaakt waar pony Claudius in de winter kon staan. Daarna volgden nog veel meer pony’s en paarden in haar leven. Nu lopen er een aantal bij haar op het erf, waaronder twee quarter horses en drie Amerikaanse minipaardjes. Ook honden hebben een speciaal plekje in Gea haar hart, vooral whippets, een middelgrote windhond waarmee ze vroeger aan wedstrijden deelnam. In de tijd dat ze haar eerste hondje kocht, woonde ze buiten Friesland en had ze een moeilijke tijd. Dat eerste hondje hielp haar daar doorheen. Intussen heeft ze al vele honden gehad. Haar huidige whippet is een trouw beestje zonder oog, dat soms trilt en doof is.
Liefde voor mensen
Na verschillende relaties waarbij ze ook een periode in Leiden woonde, is Gea op haar 27e weer in Friesland teruggekeerd. Ze noemt zichzelf een vrijbuiter: “Ik ga graag alleen op pad en vind het fijn om niet voor elke stap verantwoording af te leggen.” Terug in Friesland kocht ze weer een paard, een Arabier. Ze stapte over van Engels rijden naar Westernrijden. Een vrijere stijl die beter bij haar past. Tegenwoordig rijdt ze op het echte westernpaard: de Amerikaanse Quarter horse. "Ik ben drie keer in Amerika geweest en daar besmet geraakt met het 'westernvirus. Tijdens het paardrijden in de manege kwam ik Eppie tegen. Hem kende ik van vroeger uit de kroeg, maar van zijn liefde voor paarden wist ik niets. Hij was paarden aan het mennen – dat is het besturen van een of meerdere paarden vanaf een kar. Eppie nodigde mij uit om mee te rijden tijdens zijn menles en terwijl ik hem mandarijntjes voerde, sprong de vonk over.”
Familiemens
Eppie had al twee dochters. Samen kregen ze zoon Indi, die nu 23 is. Sinds 2002 woont het gezin op deze ‘ranch’. Met zoveel land breidde het aantal dieren uit. Zo kochten ze het Friese paard Isaac, dat veel prijzen won in de dressuur en de mensport. Isaac is inmiddels verkocht en leeft gelukkig in Rusland, waar hij nog steeds wint. Gea is een familiemens. Elke maandag past zij op haar bonuskleinkinderen en ze heeft een goede band met haar broers. Niet voor niets zit de een regelmatig aan de keukentafel en woont de ander in het appartement naast hun erf.
Liefde voor de weg
Het liefst haalde ze op haar achttiende eerst haar motorrijbewijs, maar haar ouders vonden dat geen goed idee. Maar na het autorijbewijs volgde ook het motorrijbewijs. Haar broer Albert is helemaal gek van Volkswagen Kevers. Toen Gea een auto zocht, zei hij: 'Luister, ik help je alleen als je een Kever koopt. Ik weet er alles van, dus kan ik je dan helpen. En ik beloof het: dan sta ik dag en nacht voor je klaar'. Dus je raadt het al: ik kocht een Kever, en hij heeft zich aan zijn woord gehouden. Hij was er altijd voor me, en ik was er stiekem wel verknocht aan. De auto heeft het jaren volgehouden.” Inmiddels heeft ze een degelijke auto én kocht ze twee jaar geleden een turquoise oude Ford Mustang. De auto staat te glimmen in de garage, “met een belangrijk detail: een paard op de grill!”, zegt ze vol trots. Naast die Mustang staan twee Harley Davidson-motoren. Een van haar eerdere vriendjes had een Harley. Tja, niet lang daarna had zij er zelf ook een. Ook Eppie heeft er eentje. “Heerlijk als we samen een stukje toeren. Ik ben geen kilometervreter hoor, maar rijden op een Harley geeft je een kick – het geluid, de wind en de vrijheid; heerlijk is dat.”
Geboren Jouster
Gea is een geboren Jouster, de jongste van drie kinderen uit een katholiek gezin waarvan haar vader de bekende koster Brouwer was. Ze heeft twee broers, Albert en Johan. Gea had een fijne jeugd en hield ervan haar eigen keuzes te maken. Helaas moest ze naar de huishoudschool, terwijl ze veel liever naar de landbouwschool was gegaan – dat was voor haar ‘hel op aarde’. Toch haalde ze haar diploma.
Liefde voor het spoor
Ze was nog maar zestien toen ze ging werken in een drukkerij in Joure. Voor de liefde verhuisd naar Leiden, werkte ze op de postkamer van het ziekenhuis. Ze ging van fabrieksmedewerker naar ambtenaar, een baan die ze leuk vond. Maar teruggekeerd naar Joure, begon ze weer bij haar oude werk, waar ze zich niet gelukkig voelde. Tot een collega zei dat ze mensen zochten bij de NS. “Nietsvermoedend ging ik solliciteren. Ik moest moeilijke testen doen en dacht dat ik er nooit doorheen zou komen. Wonderbaarlijk werd ik aangenomen.”
Baas van de trein
Op 13 april 1992 stapte ze voor het eerst in als conducteur in de trein. “Ik doe dit werk met heel veel plezier. Het omgaan met mensen, een praatje maken. Je bent verantwoordelijk voor hun veiligheid. Je geeft het startsignaal als iedereen is ingestapt. Je bent de baas van de trein en brengt mensen op een leuke manier van A naar B. Inmiddels werk ik alleen ’s avonds; dat zorgt voor ritme.”
In al die jaren heeft ze veel meegemaakt. “Een mooie anekdote: ooit stapte ik de eerste klasse binnen en zag mensen met enorme koffers. Nieuwsgierig vroeg ik: ‘Gaat u een lange reis maken?’ De man vertelde dat hij terugging naar huis in Nieuw-Zeeland, hij was hier geweest voor een reünie. Ik vertelde enthousiast dat ik een ticket had geboekt om volgend jaar familie en een vriend in Auckland te bezoeken. Lang verhaal kort: die vriend bleek de achterbuurman van die meneer in de trein te zijn. Zo zat ik een jaar later bij die mensen op de bank in Nieuw-Zeeland. Als ik dat praatje niet had gemaakt, had ik daar nooit gezeten. Geweldig toch?”
Donkere kanten
Gea heeft veel liefde voor haar werk, maar helaas kent het ook donkere kanten. Naast de veranderde mentaliteit van passagiers heeft ze acht aanrijdingen meegemaakt, allemaal met dodelijke afloop. “Als conducteur ga je er vaak als eerste heen om de situatie in te schatten. Dat is verschrikkelijk. Gelukkig kan ik hier goed mee omgaan. Een rondje door het bos op mijn paard of mennen met mijn pony’s helpt mij om het los te laten.”
Samen met collega’s is zij lid van de groep ‘Vangrail’, ooit opgericht door collega’s met als doel: opvang door collega’s voor collega’s. “Een prachtig initiatief waarbij we echt een luisterend oor kunnen bieden, wat ook onze eigen verwerking helpt. Daarnaast proberen we ook aan de voorkant te helpen, door bewustwording te creëren en voorlichting te geven aan scholen via het anti-agressieprogramma Luister ’s. Hier laten we zien wat het gevaar op het spoor is en wat de invloed van groepsdruk in de trein kan zijn. Ze bezoekt met dit programma scholen en vindt dit geweldig om te doen.” “Ik ga door tot 13 april 2027; dan ben ik 35 jaar met heel veel plezier conducteur geweest en ga ik genieten van mijn totale vrijheid.”
Vrijheid
Als ze met pensioen gaat, zal ze haar langgekoesterde wens vervullen: nog een keer naar Amerika gaan om ditmaal het echte westernleven te ervaren. “Het lijkt me geweldig om als een echte cowgirl koeien te drijven, zittend op mijn paard. Howdy!"