Algemeen

Voormalig hoofdredacteur Barbara van Beukering verruilde de Randstad voor Boornzwaag: ‘Wij wonen op vakantie’

Door: Gea de Jong Oud

Er was maar één plek waar Barbara van Beukering wilde wonen toen ze op haar vijftigste besloot het roer radicaal om te gooien: Friesland, de provincie waar ze een heerlijke jeugd beleefde. Samen met haar man verruilde ze in 2018 de drukte van Amsterdam voor het landelijke Boornzwaag. Hun kleindochter verwoordde het treffend: Opa en oma wonen op vakantie.”

Barbara
Barbara Dirk Caremans

Ook professioneel sloeg Barbara een nieuwe weg in. Na jarenlang leidinggevende functies te hebben bekleed in de journalistiek, koos ze weer voor de basis: interviewen, luisteren en schrijven. In dit verhaal is zij zelf de hoofdpersoon en vertelt ze openhartig over opnieuw beginnen, thuiskomen en je hart volgen.

Barbara van Beukering is geboren en getogen in Drachten. “Mijn ouders kwamen uit Amsterdam”, vertelt ze. “Mijn vader werkte bij Fokker, de vliegtuigfabriek die een extra vestiging in Groningen startte, en daarom verhuisden hij en mijn moeder naar Drachten. In die tijd groeide het dorp hard en woonden er veel jonge gezinnen. Ik heb een fijne jeugd gehad en bewaar mooie herinneringen aan varen, veel in de natuur zijn en lekker buitenspelen. Tot mijn achttiende woonde ik thuis. Daarna werd het tijd voor iets nieuws. Ik verhuisde naar de Randstad en daar was ik echt aan toe.”

Ongegeneerd vragen stellen

Haar nieuwe thuis werd Utrecht, waar ze aan de School voor Journalistiek studeerde. “Dat was een bewuste keuze. Ik wilde heel graag journalist worden”, zegt ze. “Vooral interviewen leek mij heerlijk om te doen. Ongegeneerd vragen stellen aan mensen, hun verhaal opschrijven en daar je beroep van maken. Mijn grote inspiratiebron was Bibeb -pseudoniem van Elisabeth Maria Lampe-Soutberg- de bekende interviewster van Vrij Nederland.”

De journalistiek zat haar in het bloed. Nog vóór haar dertigste was Barbara al hoofdredacteur, een functie die ze 21 jaar bekleedde, achtereenvolgens bij BLVD, AvantGarde en Volkskrant Magazine, en vanaf 2007 bij Het Parool. Ze kan terugkijken op een bijzonder glansrijke carrière.

50 jaar, het keerpunt

Op het moment dat ze 50 jaar werd, voelde ze dat het tijd was voor een ingrijpende koerswijziging. “In mijn privéleven veranderde er veel”, blikt ze terug. “Mijn ouders waren inmiddels overleden, onze jongste dochter verliet het ouderlijk huis en ons eerste kleinkind werd geboren. In plaats van mensen aansturen, wilde ik graag zelf weer interviewen. Ik wilde het journalistieke handwerk weer ervaren. Nu ben ik zzp-er en ik vind het heerlijk.”

Naast deze ommekeer in haar werk maakt Barbara samen met haar man ook privé een grote stap: ze verhuisden van Amsterdam naar Boornzwaag, een dorp met 95 inwoners vlakbij Langweer. “Mijn man Thomas en ik waren op dat moment al 28 jaar bij elkaar. Bleven we in ons oude huis om daar samen oud te worden? Wilden wij hetzelfde leven voortzetten in een leeg huis? Dat leek mij echt saai. We besloten ons huis in Amsterdam, waar onze vier kinderen opgroeiden, te verkopen en op zoek te gaan naar een nieuwe woonomgeving. Ik kon maar één provincie bedenken waar ik graag zou willen wonen en dat is Friesland.”

Van Amsterdam naar Friesland

Wonen op Terschelling leek Barbara fantastisch. “Mijn moeder was daar tussen 1989 en 2003 burgemeester en wij kwamen er vaak met onze kleine kinderen”, blikt ze terug. “Tijdens feestdagen en in de zomervakantie hebben we daar ontzettend genoten. Alleen  je moet altijd met een boot reizen, dat heeft ook zijn nadelen. Daarom besloten Thomas en ik ons op Friesland zelf te richten. Uit mijn jeugd herinnerde ik me drie favoriete plaatsen: Heeg, Terherne en Langweer. De eerste woning waar ons oog op viel was het huis waar we nu wonen. We gingen met z’n tweetjes kijken en daarna samen met de kinderen. Binnen een week namen we de beslissing om het te kopen. Het is groot genoeg om alle kinderen tegelijkertijd te ontvangen. Het is een heerlijk familiehuis. Ondanks dat het voor ons gezin een nieuwe plek is, voelen alle kinderen zich hier thuis. Onze drie dochters wonen in de hectiek van het centrum van Amsterdam. Zij komen hier geregeld en graag. Onze vierjarige kleindochter Kees zegt het altijd zo mooi: ‘Opa en oma wonen op vakantie.’ En zo voelt het ook.”

Verbonden met het dorp

De inwoners van Langweer zijn terughoudend tegenover ‘expats’. “Onze dorpsgenoten houden niet zo van mensen met een tweede huis, die hier maar af en toe zijn,” legt Barbara uit. Zij en haar man willen juist echt onderdeel zijn van het dorp. “Daarom meldde ik me aan als vrijwilliger bij het Dorpsblad en werd Thomas voorzitter van De Zonnebloem in Sint Nicolaasga. Toen de hoofdredacteur van het Dorpsblad ermee stopte, nam ik het stokje over en verzamelde een redactieteam van dorpsgenoten om mij heen. We hebben het blad gerestyled en laten vormgeven door een professionele art director. Zes jaar ben ik hoofdredacteur geweest. Vanaf 1 januari 2025 heeft Janka de Jong het werk van mij overgenomen, maar ik schrijf nog wel met veel plezier interviews voor het blad. Ik houd nu meer tijd over voor mijn freelancewerk en het schrijven van boeken.”

Bloot durven geven

De boeken van Barbara’s hand gaan over thema’s die iedereen raken: ouder worden, doodgaan, verlies en liefde. Ze durft zich hierin kwetsbaar op te stellen. Het kost haar geen moeite om delen van zichzelf bloot te geven. “Waar mijn interesse ligt, is wel duidelijk”, stelt ze. “De verhalen van de mensen, human interest, daar ligt mijn hart. De onderwerpen die ik aansnijd gaan iedereen aan. ‘Je kunt het maar één keer doen’ gaat over overlijden nadat je hebt gehoord dat je ongeneeslijk ziek bent. Het gaat over de manier waarop wij sterven. Mensen vonden het vaak een verdrietig onderwerp als ik vertelde waar ik over schreef, maar het boek gaat juist ook over mooie dingen. En het raakt ons allemaal.”

Levenslange liefde -Sprookjes bestaan niet- 

Deze maand verschijnt haar nieuwste boek met de titel: Levenslange liefde -Sprookjes bestaan niet-. “Op 9 juni van dit jaar is het 35 jaar geleden dat wij door mijn moeder getrouwd zijn op Terschelling”, vertelt ze over de aanleiding van dit boek. “Ik was toen 23 jaar en Thomas 42, best een groot leeftijdsverschil. Ik wilde graag een groot feest op Terschelling en was heel erg verliefd. Ik was niet zo naïef dat ik dacht dat ik mijn hele leven bij hem zou moeten blijven, maar het is wel zo gelopen. Om mij heen in de familie en in onze vriendenkring zijn veel mensen uit elkaar gegaan. En dat kan. Je faalt niet als je besluit om te gaan scheiden. Mensen veranderen. Er wordt vaak gezegd dat scheiden een ramp is voor de kinderen, maar uit mijn boek blijkt dat dat meevalt. Als de scheiding in een goede harmonie verloopt en de partners het beste willen voor hun kinderen, is het voor hen meer een levensgebeurtenis dan een trauma.”

“In onze huidige maatschappij is het nog altijd een groot ideaal om op jonge leeftijd de ware te ontmoeten en vervolgens nog lang en gelukkig te leven. Maar de statistieken wijzen uit dat het merendeel van de relaties niet een heel leven lang duurt. In het boek laat ik tien deskundigen, mensen van naam en waar ik zelf veel respect voor heb, aan het woord. Ik heb ook onze zoon en drie dochters geïnterviewd over hun relaties. Ze zijn nu allemaal rond de dertig jaar en hebben al het een en ander meegemaakt. Het boek is voor iedereen: mensen met een gelukkige relatie, singles, mensen die gescheiden zijn en noem maar op. Het boek oordeelt niet maar belicht de liefde van alle kanten.”

Friezen en Amsterdammers

De liefde komt steeds naar voren in Barbara’s verhaal. Liefde voor haar partner, kinderen, ouders, familie, werk, woonplaats en voor zichzelf. Van het saaie leven waar ze nog niet aan toe was, is geen sprake. “Heb ik wel genoeg duidelijk gemaakt hoe groot mijn liefde voor mijn huidige woonplaats is?” vraagt ze zich lachend af aan het eind van het gesprek. “Elke dag is hier een feest. Ik ben misschien geen ‘echte’ Fries, al ben ik hier wel geboren en getogen en kan ik de taal goed verstaan, maar hier voel ik mij op mijn plek. Dat geldt ook voor mijn man, een echte Amsterdammer. Als ik voor mijn werk zo’n één à twee dagen per week naar onze hoofdstad ga, blijft Thomas meestal thuis. Als ik terugrijd naar Boornzwaag en ik ben het Tjeukemeer voorbij, dan denk ik: ‘Hè, hè, ik ben weer thuis’.”

“Wat mij opvalt is dat Friezen en Amsterdammers veel gemeen hebben. Ze zijn open, recht voor z’n raap en hebben veel humor. Ook hebben ze eenzelfde soort trots wanneer ze spreken over hun stad of provincie. In mijn beleving zijn er veel raakvlakken. Dan is wennen niet moeilijk. Het is hier heel fijn.” 

Bestaan sprookjes dan toch?

Haar leven is allesbehalve saai. Ze doet het werk dat ze het allerliefst doet. Met de liefde zit het wel snor. Deze zomer viert ze haar 35-jarig huwelijk en ze is heel gelukkig in haar familiehuis op een prachtige locatie. Zouden sprookjes dan toch bestaan?

Barbara
Barbara
Barbara