Algemeen

Jouster musicus Jan Vermaning: “Musyk praat“

Door: Eelke Lok

In de wereld zijn er zeer veel mensen die van muziek houden. Die absorberen met hun hersens vaak een muziekstuk, lied of deun. Maar sommige mensen daarvan, horen in hun hersenen altijd en alleen maar muziek. Jan Vermaning uit Joure is er één van. Als hij ’s ochtends om een uur of half acht een lange wandeling maakt, samen met zijn wetterhoun Arreck, speelt er in zijn hoofd ook vaak muziek. En het kan best zijn dat als hij thuis komt gaat zitten om die muziek ook op te schrijven. Want zijn leven bestaat uit muziek.

Jan
Jan johan Brouwer

Dirigent, trompettist en musicus Jan Vermaning (63) uit Joure speelde namelijk zo’n veertig jaar trompet in het Noord Nederlands Orkest. Al voor dat orkest tot stand kwam, uit de gedwongen fusie van het Noordelijk Philharmonisch Orkest uit Groningen en het Frysk Orkest uit Leeuwarden, speelde hij er al in; aan de Groninger kant overigens. In die orkesten speel je klassieke muziek. Daarvan is elke noot zorgvuldig door de componist op papier gezet. Als musicus speel je dat zorgvuldig af. Dat deed en doet Vermaning ook.

Des te merkwaardiger is het, vindt hij zelf, dat hij jazzmuziek iets toegankelijker vindt. Daar kun je als musicus zo nu en dan helemaal je eigen gang gaan. Jazz is veel flexibeler. En Jan Vermaning ontdekte dat die eigen muziek in zijn hoofd speelt ‘s ochtends tijdens die wandeling.

Verhaal en emotie

En doorredenerend geeft hij ook aan dat de uitvoerders van klassieke muziek toch in die muziek ook hun eigen verhaal kunnen vertellen. En hun emotie kunnen delen. Hij vertelt van voormalig concertmeester/dirigent Victor Lieberman die een werk van Sjostakovitch zo mooi en emotievol liet uitvoeren, dat Vermaning mede daardoor helemaal in de ban kwam van het in de muziek laten vertellen wat die componisten indertijd bedoelden met hun werk. Muziek is een wijze van spreken en discussiëren. 

In noten. En die staan allemaal in een partituur. Hij pakt de partituur van de Matthäus Passion waarvan hij regelmatig uitvoeringen verzorgd als regisseur en dirigent. Die partituur is net zo omvangrijk als de Bijbel. Vermaning noemt het ook het meesterwerk van componist Johan Sebastian Bach. Zó volmaakt de Bijbelse geschiedenis in de muziek vertaald, dat ooit een atheïst tegen Vermaning zei dat als er een God bestond, dat die dan Bach zou heten. 

Vermaning wijst in de partituur naar iets wat bijna ongrijpbaar is voor veel mensen; het is moeilijk uit te leggen. Er zit, zegt hij, symboliek in al die noten. De uitvoering van de Matthäus Passion duurt drie uur. Op een gegeven moment wordt in het verhaal gevraagd wie Jezus zal verraden. Elf keer hoort Vermaning het zelfde akkoord. In de tekst dus elf keer het antwoord: ich bin’s nicht. En als dan een uurtje verderop Jezus inderdaad is verraden hoor je diezelfde elf notenschema’s weer voorbijkomen en dan die ene koraal van Judas met de beschuldiging aan de mensheid: ich bin‘s. 


Matthäus Passion

Vermaning: “Ik wurd elke kear wer kjel at we de Matthäus útfiere. Elke kear is nammentlik ek wer oars.” Hoe snel laat je het allemaal lopen, hoe luid laat je spelen. En ga zo maar door. Altijd is het ook afhankelijk van de stemming van alle medewerkers. Ook van de dirigent. “Dan tink ik moarns, mei de hûn, sil ik it sá dwaan of dochs oars. Spylje is in fak en elk fak hat syn proses.” En dan is er nog de tijdgeest. Die is natuurlijk veranderd. Denk maar eens terug aan de jaren dat koren van vierhonderd deelnemers uiterst langzaam het hele verhaal zongen. 

Dus brengt Vermaning graag een boodschap in de muziek. Dat past hem wel. “Ik bin gjin kuddedier.” Dat weet hij omdat hij ook vaak voor die spiegel van zelfkennis een selfie gaat maken. Wat blijkt dan? “Ik stean yn in hiel soad saken op myn eigen wize yn it libben. Faak is dat wer oars by as oare minsken.” 

In het leven van Jan Vermaning is de vraag naar de zin en onzin van geweld aan de orde. Hij zit namelijk ook in het herdenkingscomité 4 mei in de gemeente. Hij is van de generatie die van ouders en grootouders weinig hoorden over de oorlog, maar die vinden dat hun kinderen en vooral de kleinkinderen educatief moeten worden geconfronteerd met het verhaal van de oorlog bij. 

Sobibor

En dan vertelt Jan Vermaning dat hij ooit voor een Nacht van de Herdenking naast de muzikale uitvoering ook het idee had om de briefjes die de weggevoerde joden uit de kieren van de trein hadden gegooid en waarin ze afscheid namen van familie en bekenden, te laten voorlezen. Hij ging voor die briefjes naar het Joods Historisch Museum. En kwam via dat museum in aanraking met Jules Schelvis, die later in 2016 is overleden. De man die zeven vernietigingskampen wonderbaarlijk overleefde. Hij schreef onder andere het boek ‘Binnen de poorten van Sobibor’.

“Mei dy man ha ik oan de keukentafel te sitten. We ha lang en yngreven praten. Hy wie as in heit foar my.” Samen gingen ze met het Nationaal Symfonisch Kamerorkest, het Noord Nederlands Kamerkoor en zes individuele musici ‘Er reed een trein naar Sobibor’ opvoeren. Muziek van Jan en woorden van Jules. Zeer succesvol. Vermaning kreeg er later een koninklijke onderscheiding voor: officier van Oranje Nassau. . 

Ze gingen met die trein van Amsterdam naar Berlijn. Daar sprak Schelvis Duits, want hij wilde goed begrepen worden. En daarna naar Polen waar ze ook het kamp Sobibor bezochten. Als hij dat vertelt is Vermaning even stil. Emotie. “……dat kinst dy net foarstelle….” Hij zag in die periode dat alleen al de muziek zorgde dat luisteraars diezelfde emotie ondergingen. “Dan krije se suver in flues oer de eagen en joggel yn it ferline.” 


Monument

Van heit Folkert of van pake en beppe op de boerderij bij Joure, die zelf best actief waren in het verzet in de oorlog, heeft Jan nooit veel gehoord. En dat wil hij graag veranderen. Hij zit in de diverse herdenkingsstichtingen in Joure en de gemeente. 

En zit ook in het comité dat bezig is om weer een volwaardig oorlogsmonument in het park bij Herema State te zetten. Dat was daar al in 1946 maar is plotseling en stil verwijderd en nooit meer terug gevonden. Niemand weet meer hoe of wat. Enkel in de Jouster toer zit nog een plaquette met de namen van de mensen die in het verzet omkwamen. Maar dat nieuwe monument zal van waarde zijn in het ‘herbeleven’ van de 80 jaar oude oorlog. Het moet samen met de woorden en de muziek van de herdenkingen echt wat vertellen. 

Jan Vermaning vertelt alles in muziek. Hij is voor het Frysk Klassiek Festival bezig met een stuk dat gebaseerd is op het Carnival des Animaux van Camille Saint-Saëns. Hij vertaalt het in het Fries. “Ja ik bin tige foar de Fryske taal en kultuer.” Dus gaat het Friese muzikale dierenverhaal straks over de skriezen, fryske hynders, koeien en (natuurlijk) in wetterhoun. Zijn tweede liefde, de natuur, is daar vanzelfsprekend de geestelijke vader van. Niet onbelangrijk, want als je hem vraagt waar hij niet allemaal ‘in’ zit, dan is het eerste wat hij noemt: de Fûgelwacht. 

Hartstilstand

Muziek vertelt ook een verhaal. Als hij naar de Matthäus, Sobibor of andere eigen muziek luistert, zou hij net als veel mensen tegenwoordig zomaar depressief worden. Zo mooi zit de wereld momenteel niet in elkaar; luistert niet naar muziek. En dan vertelt hij dat hij negen jaar geleden tijdens een triatlon een hartstilstand kreeg. Dan spreekt hij over de acht minuten dat zijn hart stil stond en hij klinisch gestorven was. 

Hij noemt het doodgaan een onvergetelijke ervaring. Het heeft hem gebracht tot een relativering: “Der moat sels yn Poetin wat goeds sitte….” Sterker, er moet in iedereen toch wat goeds zitten. Alleen de scheidslijn is zwak. “Mar der is doch gjin âlder dy’t wol dat syn bern yn in oarloch telânne komt.” 

Toch, als je doorvraagt, dan vindt hij weinig goeds in de politiek. Geld is van én voor de mienskip. Dan moet die politiek geld investeren in de mienskip, En dat wordt als eerste gekapt. Waarbij de cultuur het ook nog eens verliest van de sport. “Ald wethâlder Hemmes sei ris dat je oeral diploma’s foar ha moatte, sels as frijwilliger. It ienige fak wêrfoar je gjin diploma hoege is de polityk.” 

En daarna heeft hij nog maar een klein zetje nodig om ‘uit te halen’ naar de gemeentelijke politiek, die al jaren en jaren bezig is met het proberen te realiseren van een grote ruimte voor het culturele mienskipsleven. It Brûsplak bruist nog lang niet in Joure. “Dat hie der al trettjin jier stean kinnen. It is skandalich dat it der no noch net is…….”

Dan pakt Jan Vermaning zijn trompet. En speelt dan met gemak zo’n onprettig gevoel wel weer weg...