Tsjilp
Om je tuin extra aantrekkelijk te maken heb je wekenlang broodkapjes gespaard, kruimels bewaard en de voederbakjes gevuld. Dagen van tevoren gezond gegeten, je rust gepakt en vooral voldoende geslapen want je moet fit zijn, er wordt nogal wat van je gevraagd. In je commandobroek en dito jas groen van kleur om niet op te vallen, sluip je door de tuin. Scherp als een adelaar die op een afstand van drie kilometer een ander dier kan spotten, nestel je je op een zo klein mogelijk krukje, verstopt tussen de struiken. Noodzakelijk omdat ze anders schrikken van zo’n vreemde vogel, en ze voor de buren kiezen. Verdeeld over de tuin de andere gezinsleden, allemaal achter een eigen struik, gewapend met een notitieblok en een pen. Sssst…
Daar komt de eerste, een mus. Vervolgens een roodborstje, een merel, weer een mus, een pimpelmees en al gauw vliegt het af en aan, lijkt onze tuin op Schiphol tijdens de schoolvakanties en zetten we streepjes. Ik heb het idee dat de gevleugelde beestjes hun vriendjes waarschuwen want het worden er allengs meer. En anders dan afgesproken verdenk ik sommige koolmeesjes er van dat ze vaker dan één keer komen. Dat was niet de deal, want onderscheid maken is al lastig genoeg en als ze dan ook nog meerdere keren komen, wordt dat tellen wel heel erg lastig. Ondanks dat dwalen mijn gedachten af, waaraan dankt de koolmees zijn naam? Heb nog nooit een mees gezien die kool at. De enige mezen die ik ken, doen zich te goed aan onze zaden en aanverwante artikelen. Zaadmees zou beter zijn of vooruit tuinmees. Een paar uur en een houten zitvlak later worden de lijstjes bij elkaar gehouden. Het blijkt dat de één blijkbaar betere adelaarsogen heeft dan de ander want de aantallen lopen nogal uiteen. Die verrekte mussen lijken ook zo op elkaar. Zouden ze dat trouwens van ons ook zeggen? Hoe dan ook, de Nationale Tuinvogeltelling 2025 ligt achter ons. Voor de bijentelling volgende maand maar eens kijken of we een andere strategie kunnen bedenken…
Ik wens u een vrolijk voorjaar,
Richard de Jonge