Algemeen

Fransje Versloots creatieve reis naar verbinding en inspiratie: “Droom groot is mijn levensmotto”

Creativiteit, moed en transformatie. Deze woorden passen goed bij het levensverhaal van Fransje Versloot. Geboren in Duitsland, opgegroeid in Limburg, streek ze na een aantal omzwervingen zo’n twintig jaar geleden neer in het Friese Terkaple. Een carrière als consultant in het bedrijfsleven paste niet bij haar. Geïnspireerd door een levensveranderende reis door India, ging ze voor haar ware passie: schilderen en verbinden. Fransje is een bron van inspiratie voor andere mensen. Nu, met haar eigen atelier bij haar woning en grote plannen voor een beeldentuin, is het haar grote wens een plaats te creëren waar kunst en ontmoetingen centraal staan. “Ik maak altijd plannen. Droom groot is mijn levensmotto”, zegt ze. ”Dat is wat het leven bijzonder maakt.”

Fransje Versloots
Fransje Versloots Foto Johan Brouwer

Haar ouders zijn afkomstig uit Den Haag en Rotterdam. Zelf is ze geboren in Düsseldorf, maar ze groeide op in Velden, een klein dorp in Noord-Limburg. Na de middelbare school ging ze naar de Hogere Hotelschool in Maastricht. Vervolgens studeerde ze bedrijfseconomie en bestuurlijke informatiekunde in Tilburg. Met haar diploma’s op zak, begon ze haar werkzame leven in Den Haag, waar ze consultant was op het gebied van marketing. Vervolgens kwam ze via Deventer in Terkaple terecht. “Waar ik ook woon, ik ben altijd een soort buitenbeentje”, vertelt Fransje. “Dat is een rode draad in mijn leven. Daar heb ik het zo nu en dan wel moeilijk mee gehad, maar de groep bestaat wel bij de gratie van de mensen die aan de rand staan.”

Levensveranderende reis

De grote switch in haar leven, zoals ze het zelf zo mooi verwoordt, kwam na haar reis door India. “In 1996 vertrok ik met een rugzakje voor een periode van zes maanden naar India. Ik wist heel goed dat er dingen moesten veranderen in mijn leven. Een periode in een compleet andere omgeving verblijven, helpt hierbij. Tijdens deze reis begreep ik dat ik het contact met mijzelf was verloren. Ik was te gevoelig, te kwetsbaar, voor een carrière in het bedrijfsleven. De spelletjes die er werden gespeeld, de mensen met hun maskers, het belemmerde mij om mijzelf te zijn. Ik moest een muur om me heen bouwen om overeind te blijven.”

“Na mijn verblijf in India ging ik naar de clown-school in Amsterdam en startte ik aan de Vrije Academie in Den Haag met schilderlessen. Ik wilde graag CliniClown worden. Dat is uiteindelijk niet gelukt. Het schilderen is gebleven en dat is waar ik nu de kost mee verdien. Maar schilderen is veel meer voor mij. Het is voor mij een manier om met mezelf te praten. Ik heb dat nodig om me goed te voelen. Het beeld is er eerder dan het woord in de meeste gevallen. Ik heb mezelf in de loop der jaren steeds beter leren kenen. Als je jezelf niet bent, ben je ook niet in staat om een goede relatie met iemand aan te gaan. Een man en een gezin, dat waren toen mijn grote wensen. Ik heb in die tijd een boek geschreven, zodat mensen konden lezen wat ik gedaan, meegemaakt en bedacht had. Zo hoefde ik niet steeds uit te leggen waarom ik totaal andere dingen wilde doen en anders in het leven stond dan voorheen.” 

Van Deventer naar Terkaple

Haar leven veranderde nog meer op het moment dat ze haar man Jan had leren kennen. “Jan had een automuseum in Deventer”, vertelt ze. “Toen ik bij hem introk, veranderde ik opnieuw van woonplaats. Na korte tijd moesten we uit het pand waar dit museum gevestigd was. Bij de zoektocht naar een andere locatie, las ik in De Telegraaf dat Hessel en Egbert de Jong een nieuwe invulling zochten voor de Douwe Egberts fabriek FJ01 in Joure, de fabriek waar het verhaal van DE was begonnen. Dat leek ons wel iets. Best opmerkelijk, want zelf was ik nog nooit in Friesland geweest. Jan wel, hij was in zijn jeugd een fervent zeiler. Voor Jan en mij was het bijzonder dat we voor het eerst een huis voor ons samen gingen zoeken. In Deventer was ik bij hem ingetrokken. We woonden daar op een zeer speciale plek, in de kelder van een buitenhuis van Natuurmonumenten, op een groot landgoed. We hadden veertig vierkante meter woonruimte samen met onze oudste zoon Dapper. Samenwonen in een huis van ons allebei was voor ons een spannend nieuw begin. Op een zondag reden we rond in Terkaple, op zoek naar een woning die ons aansprak. Na enige tijd zoeken, want de oprit was nog niet zoals nu, vonden we het huis. Het was een beetje klein en popperig, maar het voelde goed. Waar we meteen voor vielen was de enorme tuin van 6.000 vierkante meter en de vele mooie uitzichten over het Friese land. Het voelde als thuiskomen en dat is altijd zo gebleven. In 2004 is onze jongste zoon Sterk geboren. Na de bevalling zijn we verhuisd. Dat werd ook wel tijd, want ons museum zat daar al sinds 2003.” 

Verdriet, maar ook geluk

Jan had een broze gezondheid. In 2017 overleed hij op 65-jarige leeftijd. Voor Fransje en haar beide zonen was dit een hele heftige tijd. “Het verdriet om Jan was enorm”, blikt ze terug. “We hebben laatst samen de volgende conclusie getrokken: dit verdriet de baas kunnen worden en door kunnen gaan met ons leven, heeft ons het besef gegeven dat we nu alles kunnen overwinnen. Zo diep kun je niet meer zinken, alleen als er iets met een van ons of met onze partners gebeurt.”

“Ik heb er jaren over gedaan om alles van de Slachtedyk op te ruimen. Met mijn eigen bedrijf ging en gaat het gelukkig heel goed. Inmiddels gaan de kinderen hun eigen weg. Dapper woont in Amsterdam waar hij een eigen bedrijf heeft in de film-business en Sterk studeert in Tilburg. Wat me nu te binnen schiet is ook leuk om te vertellen: kort geleden werd ik begroet als moeder van Dapper en Sterk. Is dat niet een fantastische eretitel? Als de jongens hier zijn en lekker hun ding doen, is dat mijn grootste geluk.” 

Eigen atelier

En ik? Wat ga ik nu doen? Dat was de vraag, die opkwam bij Fransje toen ze er alleen voorstond. Samen met Jan had ze al eerder plannen gemaakt om te bouwen op hun eigen grond. Deze plannen heeft ze zelf doorgezet. Haar eigen atelier in de tuin is zo goed als klaar. Grote ramen, een fantastisch uitzicht en natuurlijk haar prachtige schilderijen sieren de ruimte. “Het is heel mooi geworden, dit is echt mijn plek. Hier kan ik schilderen, schrijven en filosoferen,” mijmert ze.

Beeldentuin

“Met mijn tuin heb ik grootse plannen. Ik zou er graag een beeldentuin van willen maken, waar iedereen vrij van kan genieten. De beelden zijn gemaakt door kunstenaars uit het hele land. Je kunt er genieten van de kunst, genieten van de rust, genieten van een goed gesprek, genieten van weet ik veel wat allemaal. Ik kan over deze beelden vertellen, want elk beeld heeft natuurlijk zijn eigen verhaal. Ik zou zo graag een ontmoetingsplek willen creëren waar mensen minder fixed-minded zijn. Elke leefgemeenschap heeft baat bij een plek waar je andere geluiden hoort, dan in je eigen omgeving. Dat verbreedt je blik en is bijzonder inspirerend. Het kerkgebouw dat grenst aan mijn tuin zal in de toekomst ook zelf evenementen moeten organiseren. Daar wil ik graag mee gaan samenwerken. Dat is een grote wens. Voor mijn gevoel komt nu ook alles samen, de hotelschool, de economiestudie en de kunst.”

Samen eten

Een ander initiatief dat inmiddels goed loopt in Terkaple, is samen eten. Elke drie weken komt een groep van ongeveer 25 mensen samen. Fransje en dorpsgenoot Janet bereiden voor hen een drie-gangen-diner voor tien euro. “We eten samen in het multifunctioneel centrum van het dorp,” vertelt Fransje. “Iedereen is welkom om half zes en rond acht uur gaat iedereen weer naar huis. In Terhorne waren ze al gestart met een dergelijk initiatief. Zij waren een mooi voorbeeld voor ons. We maken de data bekend in de groepsapp van het dorp. Zelf had ik in het begin veel moeite om te wennen en ik houd ervan om te verbinden. Misschien verklaart dat mijn drive om iets voor andere mensen te willen doen. Als je jezelf isoleert, wordt je leven er niet leuker op.”

Schilderlessen

Naast het multifunctioneel centrum van het dorp staat de oude school, waar Fransje schilderlessen verzorgt. De omgang met cursisten brengt haar veel boeiende gesprekken. “Mensen zeggen snel: ik kan het niet zo goed hoor. Ze verontschuldigen zich,” vertelt ze als voorbeeld. “Maar dat hoeft helemaal niet. Het gaat mij erom dat iedereen fijn bezig is, de tijd vergeet en even los is van alle dagelijkse beslommeringen. Het is niet belangrijk of dat vogeltje precies goed is, of dat de lucht precies die blauwe kleur heeft. Bij je eigen gevoel komen, dat is belangrijk. Het valt mij op dat mensen het heel graag goed willen doen. Maar wat is ‘goed’? Lekker bezig zijn is het meest belangrijk en wat goed is, bepaal je zelf.” 

Droom groot

Terwijl we door haar tuin lopen en Fransje een aantal bijzondere beelden aanwijst, zegt ze tot slot: “Het is jammer dat Jan niet meemaakt hoe het nu gaat. Dat de kinderen hun eigen weg gaan en dat ik een eigen atelier heb gebouwd. Mijn plannen voor de beeldentuin hoop ik echt binnenkort te kunnen realiseren. Je loopt tegen veel regels aan, dat neemt tijd en maakt het best lastig. Mijn plannen passen niet in een hokje. Ik hang niet een religie aan maar heb wel veel met de leefwijze om goed te zijn voor je naasten, mensen te helpen, te inspireren en in beweging te krijgen. Daar ga ik helemaal voor. Droom groot, ik blijf het zeggen.”