Wasmand gejat
In het centrum werd een radio- en televisiewinkel geopend. Drommen mensen stonden te wachten op wat er te gebeuren stond. Sinterklaas en Zwarte Piet zouden de winkel openen, dat was ook de reden dat mijn moeder mij had meegenomen. Luisterend naar de korte toespraak van de Sint viel me iets op. Die stem. Die stem herkende ik. Dat was dezelfde als die van mijn vader. En die bolle toet van Zwarte Piet kwam me ook erg bekend voor. M’n moeder gaf weinig sjoege toen ik haar dat liet weten. Voor mijn gevoel werd ik liefjes meegetrokken, richting huis. Het snoep dat aan alle kinderen werd uitgedeeld, ging aan mijn neus voorbij. Wel kocht ze onderweg naar huis, als goedmakertje denk ik, bij De Gruyter een Kwatta reep voor me.
Hoe het precies kwam kan ik me niet zo goed herinneren, maar eenmaal thuis hoorde ik op een gegeven ogenblik de douche. Huh? Middag op de dag iemand onder de douche? En dat kon helemaal niet want behalve mijn moeder en ik was er niemand thuis. Nieuwsgierig wie dat dan wel kon zijn rukte ik de douchedeur open. En daar stond ie: Zwarte Piet. Nou ja, een verschrikt zwart gezicht met daaronder een spierwit lijf met leden. Sinterklaas had niet alleen dezelfde stem als mijn vader, die van Zwarte Piet bleek dezelfde te zijn als die van mijn broer, want die stond daar het zwart van zijn gezicht te rossen.
Het geloof in de Goedheiligman en zijn hulpjes was subiet voorbij. Toch sloeg op Sinterklaasavond de twijfel toe. Om in de stemming te komen, waren er Sinterklaasliedjes opgezet en met ons allen waren we in afwachting van. Een bons op het raam, luttele seconden later gevolgd door een onderarm gehuld in een zwarte handschoen die pepernoten de huiskamer in smeet. Aan de grond genageld zat ik. Te schijterig om te kijken of er ook een rest van een Zwarte Piet aan die arm zat en natuurlijk of Sinterklaas iets voor ons had achtergelaten. Dat liet ik graag aan mijn grote broers over.
Hoe anders was dat jaren later toen junior mijn leeftijd had en de geschiedenis zich herhaalde. Ook nu weer Sinterklaasliedjes, een snorrende kachel, gezelligheid en natuurlijk de bekende bons op het raam. Als door een wesp gestoken schoot hij van zijn stoel en was bij de voordeur waar de hulppiet zich nog maar net uit de voeten had kunnen maken. En toen een schreeuw van junior, bepaald niet onder de indruk van alles: “Kom kijken, Sinterklaas heeft onze wasmand gejat!"