Natuurman Sytse Bouwhuis uit Wyckel - “In soad fernield om wat moais te krijen”
WYCKEL - “Witst wat ik sa moai fyn? At ik der al net mear bin, dan stiet dy beam der noch altyd.” Sytse Bouwhuis wijst tevreden naar een bosje vlak bij zijn huis in Wijckel. Dat is zijn bos. ‘Dy beam’ waar hij op doelt zal in november door hem worden gepland. In dat Boukeboskje? Dat weet hij nog niet, want het is wel een heel bijzondere boom. Omrop Fryslân reikt hem uit aan iemand die zich verdienstelijk maakt voor de natuur. En de natuur is veel groter dan zijn bos.

Het gaat om de Johan de Jong-boom, genoemd naar de onderwijzer/bioloog uit Dachten. Die voordat hij overleed op 81-jarige leeftijd in 2022 bijna veertig jaar lang de luisteraars van de Friese omroep op een heel indringende wijze vertelde over allerhande gebeurtenissen en verschijnselen in de natuur. Uit waardering daarvoor wil de Omrop zo nu en dan een boom uitreiken aan mensen die, met dezelfde intentie als De Jong deed: de natuur dichter bij de mensen brengen.
Johan de Jong-boom
Die Johan de Jong-boom komt de eerste keer heel goed terecht. Bij Sytse Bouwhuis uit Wyckel die prachtig en intens kan vertellen over de natuur. Dat vertellen doet hij ook graag. Hij leidt natuurexcursies. In een mooi woord heet dat natuureducatie. Bouwhuis noemt het meer gewoon een gezellig en informatief praatje maken met mensen die belangstelling tonen voor de natuur.
![]()
“Ik ha dat eins erft fan ús heit.” Heit was boer in de Parregeaster Mar. Het was niet een boer die alleen maar kon praten over koeien. “Hy wie ek… no ja, romantikus.” Zeer belangstellend voor de natuur. En cultuur. Met name taal had zijn belangstelling. Heit schreef zelfs een paar boekjes en las gedichten. En nam zoon Sytse mee als de weidevogels zich presenteerden in het weiland. Hij leerde de kleine Sytse alles over de natuur. “Hy beneamde planten en fûgels. Yn it Frysk”, zegt zoon Sytse nu. En dan wordt ook hij ineens romanticus als hij tussendoor zegt: “…doe wie alles der noch.”
Als het toen gekund had was de nu 66-jarige Sytse wel in de natuur doorgegaan. Maar in die tijd waren er nog weinig natuurfunctionarissen. En je moest vanzelfsprekend wel wat verdienen. Zo kwam Sytse terecht in de zuivel. En werkte daar bijna veertig jaar in Workum en Balk. Maar hij heeft zijn liefde nimmer vergeten en al zijn vrije tijd besteed aan allerlei zaken in de natuur en natuureducatie.
Oppakt
“Want ik ha wat ús heit my fertelde oppakt en meinaam, it is by my bleaun.” Heel vaak merkt hij dat wat hij vertelt ook meegenomen wordt door de mensen die zijn excursies of praatjes volgen. “Kennis makket de minsk ommers riker.” Als dat zo is, dan zou het beter moeten gaan met de natuur, maar de praktijk blijft dat die nog steeds achteruit gaat. Bouwhuis haalt zijn schouders op. Hij heeft dat z’n hele leven meegemaakt. “It is gien sa’t it gien is.”
![]()
Immers de ruilverkaveling in de tachtiger jaren maakte de natuur helemaal ‘anders’. “Wy hienen bygelyks in stik greide yn de foarm fan in skûtsjefok. Dat neamde ik ek de Fok. Nei de ruilverkaveling wie alles rjochtlutsen. En wie myn fok kwyt.” Oftewel de ziel ging er wat uit. Ook letterlijk, want overal ging het water omlaag.
‘Anders’
Daarmee kwam er een ‘andere’ natuur. Sytse Bouwhuis is zich daar bewust van. Maar de nieuwe generatie weet niet hoe dat er uitzag. “En ik wol harren dêr op no wize, sadat se har dêr bewust fan wurde. Dat sit ýn my. Minsken dêr tsjûge fan meitsje.” Dat is de grondslag voor zijn passie: verhalen daarover vertellen in excursies. Of zoals hij het zegt: “Ik wol it der mei jim efkes oer ha.”
Als hij het woordje ‘ik’ uitspreekt komt hij overigens met de opmerking dat dit verhaal niet over hem moet gaan, maar over de wijze waarop mensen natuur beleven en kennis kunnen maken met de natuur van toen en nu. Sytse Bouwhuis vindt zichzelf niet belangrijk, de natuur wel. En dus neemt hij ons mee naar het bos aan de overkant van de weg.
‘It Boukeboskje’ zeggen ze in Wyckel, waar Sytse al veertig jaar woont. Een mini-bosje eigenlijk, anderhalve hectare groot. Een ‘open’ bos, het is voor iedereen vrij toegankelijk. In tegenstelling tot heel veel halve en hele natuurterreinen in Nederland. Hij mompelt over het wat spijtige ambtenarengedrag van té grote natuurorganisaties.
At immen op dat bankje sit en dy fernuvert him. Dat is myn ‘stepping stone’, it opstapke nei it komplete ferhaal
Waarvan er overigens één was (Staatsbosbeheer) die dit bos ruilde met dat van omke en tante in Sondel, dat was overgebleven. De overkant van de weg was handiger. Omdat hij in zo’n bos een eigen beleid wilde voeren. Hij deed iets wat in grotere en andere bossen eigenlijk nooit gebeurt. Daarvan laten ze ook om financiële redenen de natuur z’n gang gaan. Sytse Bouwhuis maakte echter ruimte in it Boukeboskje. Tussenstukje waar je kunt zitten. En drie paden lopen er door- of omheen. Toegankelijk.
Kappen
Hij kapte, maar plantte ook nieuwe bomen om wat meer variatie aan te brengen. Diversiteit en transitie noemen ze dat. Sytse Bouwhuis gebruikt zulke woorden niet. Hij vindt slechts het belangrijk dat iedereen die er op een bankje gaat zitten zich thuis, rustig en gelukkig voelt als ze om zich heen kijken of luisteren naar de vogeltjes. “Dan nimme se, at ik ris lâns kom, de tiid om efkes te praten en dan fertel ik wol hokker fûgeltsje at se hearre en wat foar beam at ik plantte ha.”
Dat is zíjn natuureducatie. “At immen op dat bankje sit en dy fernuvert him. Dat is myn ‘stepping stone’, it opstapke nei it komplete ferhaal.” De ‘fernuvering’ zit ook een beetje in de aankleding van it Boukeboskje. Sytse Bouwhuis heeft er allemaal eigenzinnige beelden gebouwd van steen. Of met hout leuke dingen gedaan. Of een mooie entree. Verassingen als je door het bos loopt. “It erfskip fan heit.”
Fernield
Als we er doorheen lopen vertelt Bouwhuis wat hij allemaal gekapt heeft en nieuw gemaakt. En dan spreekt hij ineens een gouden zinnetje uit: “Ik ha in soad fernield om wat moais te meitsjen.”
![]()
Hoe dan ook, de mensen die er op een door hem geconstrueerd bankje gaan zitten zijn er blij mee. Zoals de meeste mensen ook blij zijn als ze net hem op natuurexcursie gaan. Al zijn er nog steeds veel mensen zijn die het nooit zien. “Ik gie mei in skoalleklasse foar in ekskursie nei de Swannepôle. In ûnderwizeres dy’t hjir al har hiele libben wennet sei ynienen dat se dêr noch nea west hie.”
Dus hebben zijn excursies effect. Meer mensen komen zo in aanraking met de natuur. Dus zitten de organisatoren met de bemensing. Er zijn wel cursussen om excursies te leiden, “mar de helte fynt dat al te dreech. Foar guon minsken is it har ding gewoan net.” En hoe moet je stikstof laten zien. Belangrijk is wel zegt Bouwhuis dat meer kinderen via de school met de natuur kennis maken. “En der soe folle mear tiid oan de biologielessen bestege wurde moatte.” Ergens klapt Johan de Jong in zijn handen.
Ik lit se rûke en priuwe oan alles wat der is
En natuurlijk heeft het werk wat de mensen van natuureducatie impact. Vooral als je het op de manier van Sytse Bouwhuis doet. Immers volgens hem zijn planten net mensen. “Sa lis ik it út.” Zijn wetenschap is een soort plantensociologie, ze groeien op hun eigen manier. Vooral als je de verscheidenheid in it Boukeboskje. Daar gaan mensen op een bankje zitten genieten “en dan ik lit se rûke en priuwe oan alles wat der is.” Zegt één van de oprichters van het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid in Gaasterland. Mar en Klif doet ook veel. En Bouwhuis zit ook in de Vroege Vogelexcursies.
Boukeboskje
Merkwaardig als je vraagt naar ‘zijn’ stukje natuur. Dat ligt niet in Gaasterland. Het is zelfs niet it Boukeboskje. Nee, dan noemt hij het Wad. De echte natuurman houdt van verscheidenheid. Die is daar te vinden.
![]()
Nog eens proberen: die Johan de Jong-boom die komt toch in it Boukeboksje te staan? Sytse Bouwhuis weet het nog niet. ”Dêr wurdt dy beam wat wei tusken al dy oare beammen.” Hij wil graag een walnotenboom ergens solitair planten. In november zal dat gebeuren. De echtgenote van Johan de Jong zal er bij aanwezig zijn en heeft al gezegd blij te zijn dat iemand als Bouwhuis die boom krijgt en zal planten.
In gedachten ziet Sytse Bouwhuis die boom al staan. “En hy stiet der noch folle langer as at ik libje. En dat is goed.”
Tekst: Eelke Lok
Foto’s: Johan Brouwer
