Zestig jaar Sybrandy’s Speelpark: “Blij dat het park is blijven bestaan”
OUDEMIRDUM - Het is zestig jaar geleden dat Rients Sijbrandij de deuren opende van Sybrandy’s Vogelpark en Fazanterie. Daarmee ging een lang gekoesterde wens in vervulling want hij was op zijn zachtst nogal gek van gevleugelde wezens. Sterker nog hij was fazantenkweker en genoot in die wereld een groot aanzien. De oplettende lezer ziet een verschil in de achternaam van de grondlegger en de naam van het vogeltjespark. Dit is omdat volgens hem Sybrandy’s beter bekte dan Sijbrandij’s. Samen met Simon Sijbrandij - zoon van de oprichter - en Sjerp Jaarsma - de huidige eigenaar die het park verplaatste naar De Hege Gerzen - blikken we terug.

Naast onderkomens voor vogels, herten en andere dieren was er ook een theehuisje gebouwd, gevolgd door een groter exemplaar dat later een bar-dancing en vervolgens een restaurant werd met onder anderen de bekende Siep Reijenga in de bediening. In 1966 was Rients Sijbrandij de eerste in de verre omtrek met een bar-dancing. “Mijn maten gingen op stap en ik mocht niet mee van mijn vader want ik moest in de kiosk staan’, zegt Simon Sijbrandij. “Maar ik ben ook ober geweest en zelfs een korte tijd kok. Heb alle facetten gedaan, ook wc’s schoonmaken. En dat vond ik niet eens raar werk, want dan was er nog niemand, ook geen personeel. Niet met mijn maten op stap was wel een dingetje. We gingen ook nooit op vakantie, want dat kon niet. We hadden een seizoenbedrijf. Alleen met kerst waren we dicht. Het had een hele grote invloed op het gezinsleven.”
Medefirmant
“Ik kwam op mijn achttiende in de zaak. Na de ulo ben ik naar de horecavakschool in Scheveningen gegaan. Maar dat was niets voor mij. Het studentenleven voldeed me absoluut niet. Ik was ook veel te jong, paste daar niet. Toen mijn moeder haar been brak, was dat een goede reden om naar huis te komen en in de zaak te stappen, eerst als medewerker. Maar ik heb nooit weer ander werk gedaan. Rond mijn 22-ste ben ik medefirmant geworden. Samen met mijn broer Ype. Hij was meer een vogeltjesman, ik de horecaman en mijn vader fladderde daar wat tussendoor”, gooit hij onbedoeld een aardige woordspeling over tafel. Omdat de omzet te laag was om drie gezinnen van te laten eten, begon Ype later een eigen horecazaak.
Niets met de horeca
Tot 1997 werkte hij samen met zijn vader, maar eigenlijk deed hij het al vanaf 1986 alleen. “Maar mijn vader wilde niet stoppen, hij wilde kunnen blijven zeggen dat hij medefirmant was. Hij deed kassawerk en was het gezicht naar buiten, maar je moet niet vergeten dat hij toen 61 was en het best wat rustiger aan mocht doen. Ik heb het een tijd alleen gedaan met mijn vader als sidekick.” Tot zoon Rienk van de MTS kwam en in de zaak kwam. Simon en Rienk hebben achttien jaar samengewerkt. “Rienk was nog maar een jongetje toen hij al meewerkte. We hadden van die radiografisch bestuurbare bootjes, dat was zijn domein. Als er wat mee was kon hij ze vaak wel repareren. Ik heb hem de keus gelaten, hij hoefde niet per se in de zaak, want het was topsport. We hebben de taken verdeeld. Hij had en heeft helemaal niets met horeca, dus deed hij de techniek.”
‘Als heit stopt, stop ik ook’
Op een gegeven moment gaf Simon aan dat hij het wat rustiger aan wilde doen, mettertijd uit de zaak wilde stappen en kwam de vraag of Rienk ook zijn stukje over wilde nemen. “Hij miste de ervaring in de horeca en ook die passie ontbrak. Dat zou inhouden dat hij er een horecamanager op zou moeten zetten. Die zou dan ook over de kassa gaan wat betekent dat de hele financiële stroom via een buitenstaander zou lopen. Dat vond hij lastig en uiteindelijk besloot hij: ‘als heit stopt, stop ik ook’. En toen hebben we een plan gemaakt om de boel te verkopen. Dat is niet gelukt omdat het park te klein was om over te worden genomen door een grote jongen. Dus er kwamen kleine jongens op af, maar die kregen de financiering niet rond.”
Op het park geworteld
Volgens de vader en zoon bleef er nog maar één mogelijkheid over: veilen van de toestellen. Voordeel daarvan was ook dat de twee op het terrein zouden kunnen (blijven) wonen. “We zijn op het park geworteld, ‘het zou fantastisch zijn als we het spul kunnen verkopen en er zelf kunnen blijven wonen’, dachten we. En dat Sybrandy’s Speelpark blijft bestaan, daar ben ik zo blij om. En zo is het gebeurd.”
Toen de voorgenomen veiling bekend werd, kwam dit horecaondernemer Sjerp Jaarsma - uitbater van de Hege Gerzen – ter ore en die zag mogelijkheden. “Probleem was dat de Hege Gerzen niet mijn grond is maar van de gemeente”, zegt Sjerp Jaarsma. “Ik was afhankelijk van De Fryske Marren en van natuurinstanties.” Lang verhaal kort: de natuurinstanties gingen akkoord en de gemeente erkende het belang van Sybrandy’s Speelpark en verstrekte een lening van 450.000 euro.” Dit samen met de opbrengst van 150.000 euro uit de Club van 500 actie zorgde ervoor dat het park kon worden verplaatst.
Te plak
Op zijn top had Sybrandy’s Speelpark twintig personeelsleden op de rol, parttimers. “Het vogeltjespark heeft altijd mijn hart gehad. Het was zwaar werk, vooral mentaal omdat je eigen baas bent en je er altijd maar weer voor moet zorgen dat de boel draait. Maar ik mis het niet”, zegt Simon Sijbrandij. “We zijn vijf jaar bezig geweest om de boel te verkopen. Behalve een paar springkussens hebben we al die jaren niet kunnen investeren omdat dat weggegooid geld zou zijn. We zijn er zo lang mee bezig geweest dat we er op een gegeven moment klaar mee waren. “Toen we ophielden zei mijn vrouw: ‘ik wil je wel wat vaker zien’. Want dat bleef er natuurlijk wel bij in al die jaren. Mijn vrouw zat in het onderwijs, heeft eigenlijk nooit iets met het bedrijf gehad, maar ze heeft me wel altijd gesteund. Ik was altijd aan het werk.”
Wie denkt dat het echtpaar dat dit jaar trouwens achtenveertig jaar getrouwd is, een camper heeft gekocht en de wijde wereld intrekt heeft het bij het verkeerde eind. “We kunnen thuis vakantie vieren.” De twee hebben een prachtig huis gebouwd met de toepasselijke naam ‘Te Plak’, met veel grond. “Daar kan geen bungalowpark tegenop. We wandelen en fietsen graag. Ik heb mijn loods nog en mijn tractors. We vermaken ons prima en genieten volop.”
Helemaal los zijn ze niet van het park. “Toen Sjerp de boel overnam hebben Rienk en ik gezegd ‘we helpen hem op gang’.” Een rekbaar initiatief want nu vijf jaar later hebben ze geholpen met de realisatie van het Blotenvoetenpad, doet Rienk in Sybrandy’s Speelpark 2.0 de techniek en vader Simon helpt bij werkzaamheden waar een kraan of tractor nodig is en is hij zo nu en dan assistent van zoon Rienk.



