Algemeen

Albert Visser: “Ik ha aanst wol de lusten, net de lasten”

In een lekker ochtendzonnetje zit Albert Visser op het zonnedek van de Marita. Dat volgschip van het Lemster skûtsje is zijn eigen schip. Hij is bezig met de renovatie van de stuurhut. Bij een schipper moet alles tiptop voor elkaar zijn. Hij praat over z’n laatste jaar als skûtsjeschipper. Dus gaat z’n blik zo nu en dan eventjes naar de wimpeltjes in de mastjes van de omliggende zeilschepen. De wind die de wimpeltjes doet bewegen is immers de stuurman van z’n hobby.

Skûtsje schipper Albert Visser
Skûtsje schipper Albert Visser johan Brouwer

Zo afficheert hij skûtsjesilen: hobby. Best wel wetend dat het gewoon een heel belangrijk onderdeel van zijn leven is. Ook historisch gezien. Immers, alle voorvaderen van Albert waren schipper. Zij vervoerden vracht, met dank aan de wind. Pake Douwe, later schipper op de Súdwesthoeke, vertelt in het boek Heil om seil van Hylke Speerstra dat schippers het eertijds best zwaar hadden. Maar: “Ophâlde en wat oars begjinne? Jo moat skipper wêze om te begripen hoe beroerd dat wêze soe.” 

Heit Jappie werd dus ook schipper. En skûtsjesiler. Broer Douwe, succesvol op de Sneker Pan, was het ook. En Albert had na drie mavojaartjes genoeg van school en voer vanaf z’n 18e bij heit. Haalde daarna wel z’n beroepsdiploma’s, kwam in de kustvaart terecht, werd daarin stuurman en kocht later een eigen coaster. ”Farre, wat is der nét moai oan.” De kleinzoon heeft nog altijd hetzelfde gevoel als pake eertijds. 


Skûtsje schipper Albert Visser - johan Brouwer

Internaat

Albert Visser werd 62 jaar geleden geboren. Dat was in een tijd dat veel schippersechtparen hun kinderen noodgedwongen naar een schippersinternaat brachten. Albert kwam terecht op het internaat in Leeuwarden. Vooral omdat heit voor de CAF voer en daar moest lossen. De buitenwereld keek altijd met wat vraagtekens naar internaten, maar Albert vond het een plezierige tijd. De drie zoons en een dochter Marita van hem en zijn vrouw Mieke Bakker gingen naar het internaat in Lemmer. “Myn bern bin Lemsters.” 

Vrijheid is het woord wat hij het meest gebruikt als hij het plezier van z’n werk (en hobby) wil beschrijven. Daarom kreeg hij ook wat de schurft aan de nieuwe digitale wereld, die voor een schipper eigenlijk te veel sturend is. “Ik moast mysels kontroleare en at ik wat die, dan moast ik it ek opskriuwe. En dat waard my dan sein troch immen dy’t noch noait fearn hie…”. Dat gedoe om zijn vak heen haalde het plezier weg. 

Dus varen zijn drie zoons, Jasper, Stefan en Douwe nu op de kustvaarder, het familiebedrijf. “En ik bin oandielhâlder…..” en op dat moment belt één van hen om een raadgeving. Albert Visser vaart nog wel, hij doet zo nu en dan in putsje. “Jonge, ik ha fannwike foar it earst fan myn libben op de Moezel fearn, wat is it dêr ek net moai.” Terwijl hij in de jaren als kustvaarder nog veel meer mooi buitenland aandeed, van Scandinavië tot Engeland en Frankrijk. “Dat farren wie moai, mar dat gedoch der omhinne…”


Skûtsje schipper Albert Visser - johan Brouwer

Skûtsjes

Het mooiste blijft toch zeilen op skûtsjes op de Friese meren. Als jongetje van zestien jaar kwam hij al aan boord van het Lemster skûtsje. Peilen bij ‘omke’ Sietse Hobma. Daarna kwam hij als bemanningslid bij een echte omke terecht, Teake Visser op het Halve Maen skûtsje. Daarna heeft hij een paar jaartjes niet aan het skûtsjesilen mee kunnen doen, omdat het ‘echte’ leven gewoon te druk bleek. 

Dat houden skûtsjesilers niet vol. Albert Visser kwam op het Jouster skûtsje bij Anne Tjerkstra weer in de SKS vloot. In 2002 kwam hij als bemanningslid bij neef Douwe Visser op het Drachtster skûtsje. Toen die een transfer kreeg naar It Doarp Grou nam Albert Visser het helmhout van de Twee Gebroeders uit Drachten over. Schipper! 

Hij overtuigde het bestuur van de Drachtster skûtsjecommissie dat het schip, gebouwd van klipper-ijzer, gewoon te zwaar was om echt goed mee te kunnen doen. Dus werd er een afslanktraject ingezet. Daarmee kwam de Twee Gebroeders in de linkerhelft van de skûtsjevloot. Hij was overigens daarmee een voorloper van wat de laatste jaren bijna structureel is geworden. De afgelopen winter zijn meerdere skûtsjes naar de helling geweest, werd de knik er uitgehaald en werd het schip lichter gemaakt, zodat er meer zeil mag worden gezet. 

Aanpassingen

Albert Visser ziet die nieuwe ontwikkeling overigens wat brommend en argwanend aan, hoewel het Lemster skûtsje ook wel wat is aangepast. “At se alle fiif, seis aanst foaroan lizze, dan docht elk it oar jier ek.” Het zou hem juist voor dit komende skûtsje-jaar spijten. Want het is zijn laatste jaar als schipper op het Lemster skûtsje, zo heeft hij aangekondigd. En dat wil hij winnend afsluiten. Omdat dat gevoel van kampioen zijn in 2022 wel heel mooi was. 

Niet alleen voor de bemanning; de Lemster mienskip was er toen ook aan toe. Die kan uiterst scherp en kritisch zijn op de prestaties van het eigen skûtsje. “Je, se lêbje hjir noch wolris wat”, zegt Visser grijnzend. Hij kan er wel tegen. Zo erg was het voor hem immers niet; hij bracht het schip steevast bij de eerste vijf in het klassement. De titel kwam dus in 2022. 

Ambitie

In het SKS skûtsjesilen is kampioen worden mogelijk en kampioen blijven moeilijk. Visser werd vorig jaar tweede achter Grou, dat de ‘operatie’ al had ondergaan. “Mar dat leit dêr net allinnich oan, sy ha in goede bemanning.” Veel belangrijker dan het schip aan te passen. Hij heeft de grote ambities van de Lemster skûtsjecommissie vertaald in het zorgen voor een puike bemanning, onder wie natuurlijk ook zijn drie zoons. Die zijn ook besmet met het virus. 

Een schipper mag nooit verslappen. Hij verwijt zichzelf dat hij vorig jaar zonder adviseur zeilde. En vraagtekens had bij het zeil. De laatste dag haalde hij een adviseur, en zette het oude tuig erop. Op haren en snaren tweede in het klassement. 

Nu is er een nieuw zeil. En een adviseur die kijkt welke slag je het beste kunt doen. Albert Visser kan zich concentreren op het sturen; kijken naar de wimpel. Liefst op weg naar de hoogste trede van het erepodium. Als hij daar aanlegt zit zijn werk erop. Hij vindt hij nog steeds schitterend, maar naast de slijtage aan z’n knieën wordt de organisatie er om heen wat teveel. 

Natuurlijk is hij volgend jaar aan boord te vinden. Bij de hals of zo. Zoon Jasper zit dan aan het helmhout zit. “Bliid om.” Albert Visser kan zich dan ontspannen. In zijn werk en op het skûtsje niet meer al dat gedoe eromheen. Enkel nog maar genieten. “Ik ha aanst wol de lusten, net de lasten.” 

Skûtsje schipper Albert Visser
Skûtsje schipper Albert Visser
Skûtsje schipper Albert Visser
Skûtsje schipper Albert Visser