Eindelijk oud

Het zal u ontgaan zijn maar afgelopen week was het feest bij uw stukjesschrijver. Al weer voor de 65-ste keer. Ik heb zo maar het idee dat ik over de helft ben, in elk geval al lang uit de garantie. 65 jaar, eindelijk oud, want laten we elkaar geen mietje noemen, 65 jaar is oud. 65 jaar geleden gingen mensen in een bejaardenhuis, tegenwoordig denken ze dat het leven pas bij die leeftijd begint en cruisen ze, kopen een camper en paraderen die oudjes over het strand al waren ze David Hasselhoff in zijn beste jaren.

Zo oud worden heeft nogal wat voordelen. Waar je je vroeger druk over maakte, haalde je nu je schouders over op, ‘zal wel, moeten zij weten, niet mijn pakkie-an’. Het leven is een stuk eenvoudiger. De kinderen zijn de deur uit en wat het oog niet ziet, deert het hart niet. Je hoeft je niet langer een slag in de rondte te werken en geniet van de meest eenvoudige dingen om je heen. Daar had je vroeger geen tijd en geen oog voor. Rust in de tent, dat is het.

Natuurlijk, er komen voorzichtig ook wat slijtageplekken. De trap op rennen bijvoorbeeld doe ik tegenwoordig met een snelheid die past bij mijn leeftijd, de auto gaat door de wasstraat en het onderhoud van de tuin gebeurt in etappes.

O en ik hoor niet alles meer. Dat is misschien wel het grootste voordeel. 'Huh', hoor ik u zeggen. Jazeker, want ik moet er niet aan denken dat ik de kruinen van de bomen hoor kreunen zoals bomenknuffelaars beweren en wist u dat ook gras gevoel heeft. Volgens een Amerikaanse wetenschapper is die fijne geur van vers gemaaid gras niets anders dan een stofje dat gras afscheidt als het in paniek raakt als wij zo nodig moeten maaien. Ben toch zo blij dat ik de daarmee gepaard gaande angstkreten niet hoor. Eindelijk oud, heerlijk. O, en weet je wat erger is dan oud worden? Niet oud worden!