Lieve Stallmann “Ik mag doen wat ik het liefste doe, heerlijk”

SINT NICOLAASGA - In mei is het zover, dan gaat Lieve Stallmann haar examens doen. De 21-jarige Lieve, getogen in Sint Nicolaasga, is er al helemaal klaar voor. Op dit moment volgt ze haar lessen online vanuit Spanje, waar ze een contract heeft bij rugbyclub Les Abelles in Valencia. Dit contract loopt tot eind april, terwijl ze een maand later de geleerde stof op papier moet zetten.

“Het is een hele omweg om uiteindelijk je havo te halen”, begint het op 21 januari 2000 geboren rugbytalent Lieve Stallmann. “Ik ben drie jaar geleden naar Amsterdam gegaan om daar te gaan rugbyen in combinatie met het afronden van een mbo-opleiding. Vervolgens bleek dat dit in de praktijk niet kon op de school in Amsterdam en zodoende ben ik verder gegaan met volwassenenonderwijs. Ondanks alle hobbels ben ik er wel klaar voor en ik heb ook altijd in mijn hoofd gehad dat ik na mijn rugbycarrière ook nog iets anders moet hebben. Als referee wedstrijden fluiten bij hetgeen wat ik het allerliefst zou doen is echt geen optie voor mij.”

Gorredijk en Grutte Pier
Op het moment van dit interview bereidt Lieve zich voor op een interland tussen Nederland en Spanje. Rugby is haar in huize Stallmann met de paplepel ingegoten, volgens Lieve. “Mijn vader en broertjes deden aan rugby en vervolgens ging ik mee naar de trainingen van RC De Wrotters in Gorredijk. Na verloop van tijd kwamen er ook wedstrijden bij, maar als meisje is er geen specifieke wedstrijdoptie in de leeftijd tot zestien jaar. Daardoor ben ik een periode gestopt met spelen. Het begon na verloop van tijd toch weer te kriebelen en ik ben gaan trainen bij Grutte Pier in Leeuwarden. Ik was oud genoeg om mee te mogen doen in een team van alleen maar vrouwen en dat voelde toch wel heel erg goed. Zo goed dat ik uiteindelijk naar Amsterdam ben gegaan om daar te gaan spelen.”

Spelen in de Ereklasse
Stallmann is inmiddels één van de speelsters die vrijwel altijd wordt opgeroepen voor het Nederlands team. “Ooit heb ik mijzelf een paar doelen gesteld. Eén van deze doelen was om bij een rugbyacademie te mogen trainen. Meerdere keren per week heb je dan extra training en uiteindelijk is mij dat vrij snel gelukt. Ik speel bij een club uit Amsterdam en we spelen in de Ereklasse, zeg maar de Eredivisie van het rugby. Bij de club trainen we normaliter ook nog twee keer in de week en heb je in de weekenden nog wedstrijden. Ik trainde in een bepaalde periode dan ook wel een keer of zeven, acht in de week. Op een gegeven ogenblik ben ik ook bij de nationale selectie gekomen en dat was een ander doel. Het spelen in het Nederlands team is toch wel extra speciaal. Het was niet zo dat de dromen in mijn hoofd vervolgens gelijk voorbij zijn of zo, maar als je 21 bent en je speelt op dit niveau, dan is het wel een hele mooie ervaring. Zo zie en ervaar ik het dan ook.”

’Tranquilo’ in Spanje
Het was begin 2021 een verrassende stap. Stallmann ging naar Spanje om te rugbyen. “Heel erg leuk natuurlijk. Een vriendin van mij speelde er al en vertelde mij over de vacature die er was. Vervolgens is dat allemaal in een stroomversnelling geraakt en niet veel later was ik onderweg naar Las Abelles. Vooraf heb ik wel een en ander doorgesproken met familie want een paar maanden naar Spanje is nog wel te doen, maar hoe komt het met school? Zij zeiden eigenlijk allemaal: ‘Pak je kans!’ Inmiddels zit ik hier nu alweer een tijdje en is het toch allemaal wel heel gaaf. Ik mag gewoon doen wat ik het liefste doe, heerlijk. De trainingen zijn heel anders dan ik gewend ben. Het typisch Spaanse ‘tranquilo’ (rustig aan, red.) is niet alleen buiten het veld aan de orde. Een trainingssessie van zes uren is geen uitzondering, maar dat is niet de hele tijd door knallen. We praten tussen de oefeningen door, hebben een lolletje en hebben dan weer een andere vorm. In Nederland is het allemaal veel intensiever in ongeveer anderhalf uur tijd gepropt. Dat was dus wel even wennen.”

“Ik doe aan rugby”
“Als ik eens met onbekende mensen spreek en zij vragen of ik ook sport en ik vertel dat ik aan rugby doe, dan komt er daarna altijd een gesprek uit voort. Eerst vragen ze, bij wijze van, of ze het goed hebben gehoord en daarna willen ze vaak wel weten of het er ook allemaal zo ruig aan toe gaat als dat ze denken in hun hoofd. Regelmatig komen ze dan ook wel een keertje kijken bij een wedstrijd. Rugby is een contactsport en er gebeuren best wel eens wat ongelukken waardoor er blessures ontstaan, maar dat is bij heel veel sporten zo. Gelukkig heb ik zelf nooit een langdurige blessure gehad. Of dat toeval is? Als je zo vaak traint en speelt, dan is je lichaam ook snel gewend aan de tackles en daar anticipeert het ook weer op. Daarnaast is het ook nog eens zo, dat de dokters rondom het team de verantwoordelijkheid hebben om spelers en speelsters niet te snel weer op het veld te laten komen als ze er eigenlijk nog niet fit genoeg voor zijn.”

Professional
Nu Stallmann in Spanje onder contract staat is het besef van ‘professional zijn’ wel bij de rugbyster binnengedrongen. “Ik heb altijd alles stap per stap bekeken, de rugbyacademie, de Ereklasse, het Nederlands team. Ik heb nooit de illusie gehad prof te worden, maar het is wel heel erg leuk. Kosten voor inwoning, de reis heen en terug en boodschappen zijn voor de club en daarnaast krijgen wij, ik woon samen met nog twee Nederlandse meiden in een appartement, nog een klein salaris. Natuurlijk staat dit goed op onze cv en misschien dat het ooit nog eens in ons voordeel gaat werken om ergens anders aan de slag te gaan.

Toch moet je ook realistisch zijn. Rugby speel je tot ongeveer je 35e en daarna moet je ook gewoon geld verdienen. Voor mij zou zoiets heel erg mooi zijn bij bijvoorbeeld defensie of politie. Dat is hoe ik er nu over denk. Mocht er komend jaar weer zo’n kans komen om ergens in het buitenland te spelen, dan weet ik niet zeker of ik het doe, maar gevoelsmatig waarschijnlijk wel. Er was wel een agent die mij daarbij wilde helpen, maar dan moest Amsterdam hem ook gaan betalen als ik ‘gewoon’ weer daar zou gaan spelen. Dat wilde ik niet, want ik kon vanuit Amsterdam ook zo naar Spanje toe. Mede vanwege corona en het stilleggen van de competitie trouwens.”

Tekst: Joeri van Leeuwen