'Kampioensouders' - interviews met ouders van topsporters "We moeten de lading van topsport afhalen!"

HEERENVEEN - "Wie as earste bij de auto is!" Zijn broers en zus grissen hun tassen van de grond en uitgelaten rennen ze naar buiten. 

Vanachter het raam kijkt de jongste Zonderland hoe de deuren dichtklappen en de auto wegrijdt. Bedenkelijk kijkt hij naar de klok, pas over een half uur komt zijn vriendje spelen. Hij slaat een Donald Duck open, maar na een paar seconden slaat hij het blad ook weer dicht. Hij rent naar buiten en blijft om het huis heen rennen. Hij maakt zich daarna lang en kaarsrecht en springt op en neer. Hij draait zijn handen, zijn polsen en zet ze op de grond om een handstand te maken. Hij rekt, strekt, maakt koprollen, doet de split en de spagaat. Precies zoals hij denkt dat ze dat nu ook in de gymzaal aan het doen zijn. Hij voelt een arm om zijn schouder en zegt wat hem op het hart ligt: "Mem, ik wol graach wer turne."

Bovenstaand geromantiseerd beeld is het verhaal van Epke Zonderland. Toen Epke negen jaar was, vond hij het lastig om te kiezen tussen vriendjes en turnen. In overleg met de trainer besloten zijn ouders dat Epke woensdagsmiddags niet meer zou gaan turnen. Na een halfjaar was Epke uitgespeeld en wilde hij juist weer turnen. Achteraf bleek dat een belangrijk keerpunt in Epkes turncarrière geweest te zijn. "Als jullie toen gezegd hadden dat het niet kon en dat ik moest trainen, dan weet ik niet of ik het wel volgehouden had", zegt hij later tegen zijn ouders.                                                       

Plezier

Plezier. Het is één van de kernwoorden die ik tegenkwam bij de interviews met zeven topsportouders voor het boek 'Kampioensouders'. Zowel de ouders van Epke Zonderland, Suzanne Schulting, Ireen Wüst, Dorian van Rijsselberghe, Dafne Schippers, Pieter van den Hoogenband als Edwin van der Sar benoemden dit als belangrijke voorwaarde om te beginnen met sport én om te blijven sporten.

Als sportliefhebber was ikzelf op vele fronten actief binnen het voetbal. Als beginnend trainer vroeg ik mij af hoe je bij jonge kinderen kunt zien of iemand goed zal worden bij de senioren. Welke fysieke en mentale eigenschappen heb je daar voor nodig? Wat moet je er voor doen en laten? Bij de jeugd van sc Heerenveen zie ik dezelfde vragen. Maar een antwoord? Dat volgt pas na jaren, als iemand de top echt haalt. In 2018 begon ik de weg naar topsport andersom te bekijken: hoe waren topsporters in hun jeugd? Wat moesten zij doen en laten? Welke fysieke en mentale eigenschappen hadden zij of hebben ze juist geleerd? Ik ging op zoek naar de topsporters, of eigenlijk naar hun ouders.

Optimale ontwikkeling

Waarom de ouders van topsporters? Omdat zij de topsporters al van jongs af aan kennen. Zij hebben hun genen én liefde voor de sport meegegeven. Aan hun hand zetten ze hun eerste fysieke en symbolische stappen richting hun glansrijke carrière. De verhalen gaven me meer inzicht in de familiegeschiedenissen. De anekdotes brachten me dichter bij historische sportmomenten en ik leerde steeds meer over de weg naar de top. Een éénzijdig antwoord over wie de top haalt, vond ik niet. Wél vond ik de ingrediënten die nodig zijn om het beste uit jezelf te halen.

Huite en Sophie Zonderland vertelden mij daarover. In hun sportgezin stond naast plezier ook het maximale uit hun talent halen centraal. Dit zorgt er voor dat Epke al zolang op het hoogste niveau acteert, vertelt Huite: "Ik ben nog niet uitontwikkeld", zei Epke. Dát is zijn motor!’

Leer van fouten

Ontwikkeling gaat met vallen en opstaan. Alle sporters maakten tegenslagen mee; de kracht zit hem in hoe zij daar mee omgaan. "Ja, we hebben ook weleens een bar en boos seizoen gehad. Als ze niet viel, dan was het bijzonder", beschrijft Hannie Schulting hoe dit voor olympisch shottrackkampioen Suzanne was. Maar elke valpartij zorgde voor meer motivatie. Suzanne ging op zoek en vond de mogelijkheden voor de mooie inhaalacties die we nu van haar kennen: "Natuurlijk doe je dat op intuïtie, maar ook door het honderdduizend keer te oefenen", zegt Hannie Schulting over de basis van Suzannes geweldige resultaten. "Je moet de grens opzoeken. En met wankele ijzers lig je zomaar op de grond."

Ga in gesprek

Terwijl ik met de verschillende ouders in gesprek was, kwam in 2019 ook de documentaire ‘Turn’ van Esther Pardijs uit. In deze spraakmakende documentaire worden jonge turnouders gevolgd. Net als de meer actuele documentairereeks ‘Voetbaldroom’ lijkt het of de ouders de realiteit en het belang van hun kind uit het oog verliezen. De ouders van de topsporters hadden ook hun twijfels, maar altijd bleven ze in gesprek met hun kind. Zo was dat ook in huize Schulting, Suzanne had als tiener al succes bij  de langebaan en het shorttracken. Haar ouders zagen haar graag de ‘weg van de geleidelijkheid’ bewandelen, want overbelasting lag op de loer. Door het stellen van vragen hielpen ze Suzannes keuzes maken. "Maar," ligt Jan Schulting toe, "het mooiste is wanneer ze het zelf zegt. Jij moet je er zo laat mogelijk mee bemoeien. Als je het vandaag zegt, kan dat net een dag te vroeg zijn. Eigenlijk is ze al bezig om het zelf te ontdekken."

Je bent meer dan je prestatie

Wat is er mooier en krachtiger voor een kind om zelf te ontdekken? Met de ouders in de buurt voor steun, support en goede vragen. Ireen Wüst, de laatste naam van mijn rijtje, maakte ook een enorme ontdekkingstocht mee. Haar ouders vertelden openhartig hoe dit voor hen was. Ireen voelde zich één met haar prestaties; dit zorgde voor een versluiering van haar eigen identiteit. Wie ben je zonder prestaties? Deze vraag hield mij bezig. Ireen heeft deze vraag voor zichzelf kunnen beantwoorden, maar hoe zit dat bij andere (aankomende) topsporters?

Parallel lopend met de afronding van mijn boek startte ik een onderzoek naar de invloed van topsport bij jongeren (15-19 jaar), behorende bij mijn master orthopedagogiek. Bij een betaald voetbal-organisatie ging ik in gesprek met spelers met contract, zonder contract en afgewezen spelers. Deze jongeren geven aan dat zij zichzelf als voetballer zien en doen ze dat zelf niet, dan doet de omgeving dit wel. Ze stijgen op de sociale ladder doordat ze bij een eredivisieclub voetballen. Maar hoogstens tien procent van deze jeugdspelers haalt diezelfde eredivisie. De afgewezen spelers vertellen dat ze het gevoel hebben dat ze gefaald hebben. Niet alleen voor zichzelf, maar sommigen ook voor hun ouders.

Verwachtingen moeten reëel zijn

Terugkijkend naar de lessen uit de interviews, vraag ik me af of falen op zijn plek is. Ik zie voor me hoe Epke zijn fouten analyseert, de verwachtingen tempert en zichzelf reëel beoordeeld. Als je optimaal gepresteerd hebt, faal je dan als anderen beter zijn? De Kampioensouders beschrijven allemaal dat ze willen dat hun kind gelukkig is. Prestaties of niet, zij zijn trots op hoe hun kind als mens is.

Hoofd Jeugdopleiding Michel Jansen is het daar mee eens: "We zouden de lading van topsport af moeten halen", zegt hij. Jansen pleit ervoor om de jeugdopleiding van sc Heerenveen te vergelijken met een vakschool. Extra getalenteerde kinderen kiezen bij sc Heerenveen voor het vak voetbal. Ze krijgen daar extra les in, maar pas op zeventien/achttienjarige leeftijd kun je kijken of jij bij dit vak past en andersom. Na de vakopleiding voetbal kun je profvoetballer worden, maar ook iets anders. "Vooraf moeten de verwachtingen reëel zijn, het grootste gedeelte wordt géén profvoetballer", zegt Jansen. "Maar als het goed is, hebben ze er als voetballer én als mens veel geleerd!" Dit streven wens ik alle (top)sporters en hun ouders toe. Want met plezier, leren van je fouten, om zo je talenten maximaal te ontwikkelen? Daar heb je je hele leven profijt van!

"Nog één keer kijkt hij achterom. Een paar lichte plekken in het grasveld zijn de laatste sporen die hij achter laat op het zo vertrouwde veld. Vele pollen gras nam hij ongewild mee zijn sporttas in, na zijn zoveelste sliding. Op de achtergrond ziet hij de contouren van het stadion dat jaren zijn droom was. De plek waar hij jaren met veel plezier kwam, waar hij inzicht kreeg in zijn verbeterpunten zodat hij zich optimaal kon ontwikkelen. Hij voelt een arm om zijn schouder. "Wat was het een mooie tijd,  hè?" Hij knikt naar zijn vader en met opgeheven hoofd loopt hij het sportpark af."

Door: Harmke van der Werf