INGEZONDEN: Leven lang profijt van jongs af aan veel en gevarieerd bewegen

Eigen foto

LEMMER - Onlangs was het de 'Week van de Motoriek' met het thema ‘Meer én beter bewegen voor de jeugd’. In het kader van deze themaweek ging Sportbedrijf De Fryske Marren in gesprek met Corina Hoekstra uit Lemmer, eigenaar van OER-onderwijs, leerkracht in het basisonderwijs en projectleider van het Spelenderwijs in Beweging project in gemeente De Fryske Marren.

Wat is het Spelenderwijs in Beweging project is en wat de aanleiding hiervoor?
De motorische vaardigheden van kinderen lopen enorm terug, je ziet dat bijvoorbeeld aan hoe 4 jarigen op school binnenkomen. Recent onderzoek van het Mulier Instituut onderschrijft dit. Ze zijn minder zelfredzaam in bijvoorbeeld het ritsen van jassen dichtdoen en zindelijkheid, er wordt te weinig geoefend met bewegen en er wordt te weinig aangeboden. Daarnaast verandert de maatschappij. Kinderen spenderen veel tijd door voor een scherm te zitten, dat is juist allemaal tijd die kan worden ingezet als speel- en beweegtijd. Er wordt veel minder buiten gespeeld terwijl er daar juist zoveel geleerd en ontdekt wordt. En wat dacht je van de nu ongeveer twee corona jaren? Waarin er veel sport en beweegbeperkingen gelden.

Het is een project waarin wordt gestuurd dat kinderen tot 8 jaar meer en gevarieerd en gerichter spelen en bewegen, thuis op straat op school en georganiseerd sportverband. Spelenderwijs in Beweging is opgezet met als doel dat kinderen in gemeente De Fryske Marren van 2 tot 8 jaar meer, gevarieerder en gerichter gaan spelen en bewegen thuis, op straat, op school en in georganiseerd (sport)verband. Spelenderwijs in Beweging versterkt de samenwerking tussen vele partijen en partners, zoals scholen, ouders fysiotherapeuten, de GGD, gemeente De Fryske Marren, OER Onderwijs, Sportbedrijf De Fryske Marren, Loes Meerman MRT, en lokale sportverenigingen.

Wat maakt deze combinatie van partners zo effectief?
De kracht om lokale partners samen te voegen en met specialisten te werken, dat is wat het project zo sterk maakt. Korte lijntjes onderling en er wordt tijd geïnvesteerd in de relatie. Je kunt van bovenaf wel zeggen hoe het beter kan en moet maar veel effectiever is het om samen met alle betrokkenen te bekijken hoe zo’n verandering bij hun organisatie past. De betrokkenen hebben een breed netwerk die goed ingezet wordt.

Kun je iets meer vertellen over de verschillende onderdelen van het project?
Onderdelen van het project zijn bijvoorbeeld motorische screenings, bewegingslessen op basisscholen, inzet van een beweegkalender en het scholen van pedagogische medewerkers en leerkrachten. We stimuleren ook kind- in oudergym met daarbij de inzet van het nijntje Beweegdiploma, MRT op school, en ontwikkelen een praktische scholing voor het sporttechnisch kader van verenigingen, zodat de trainers voldoende kennis en vaardigheden bezitten om kinderen een breed motorisch aanbod te geven.

Waarom is het essentieel dat dit project nu loopt?
Allereerst is het deze week de week van de motoriek, een goed moment om dit project in de schijnwerpers te zetten. Daarnaast verandert onze maatschappij in een digitale maatschappij, maar ook haast, snelheid, presteren, en stress spelen een rol. Het is van belang dat kinderen opgroeien in een beweegrijke omgeving waarin ze mogen oefenen, proberen en eindeloos herhalen. We merken dat er op basisscholen veel aandacht gaat naar primaire vakken en dat veel en gevarieerd bewegen, goede gymlessen, het liefst gegeven door een vakleerkracht en veel buitenspelen toch nog steeds een ondergeschoven kindje is. Met onder andere dit project wordt het belang van bewegen benadrukt en wordt er heel praktisch gewerkt. Dat is waar behoefte aan is.

Wat hebben jullie tot nu toe bereikt met het project?
Het project zit momenteel nog in de startfase. De basisscholen in Joure, Lemmer en omgeving zijn geïnformeerd en velen zijn aangehaakt. Motorische screenings worden uitgevoerd in groep 2 en er worden al extra motorische trainingen aangeboden aan kinderen die dit nodig hebben. Beweegkalenders die ik zelf heb ontwikkeld worden ook al ingezet op enkele kinderdagverblijven scholen en peuterspeelzalen. Hiermee wordt er dagelijks met een redelijk kleine inspanning van de kind begeleiders al zoveel meer beweging gecreëerd.

De aankomende maanden worden ook de gymnastiekverenigingen betrokken om zo nog meer beweging met behulp van het nijntje Beweegdiploma te creëren. Volgend jaar rolt het project zich uit in de omgeving Balk en Sint Nicolaasga. Het uiteindelijke doel is om een vaardige generatie te bewerkstelligen. Door met plezier veel en gevarieerd te bewegen, zullen er goede motorische vaardigheden ontwikkeld worden.

Wat is de effectiviteit van deze motorische vaardigheden voor het kind?
Allereerst is het belangrijk om preventief zoveel en gevarieerd mogelijk bewegen aan te bieden aan het jonge kind. Hiermee geef je ieder kind gelijke kansen. Ieder kind gaat bijvoorbeeld naar de basisschool, en wanneer daar dagelijks een goed aanbod staat creëer je al veel beweging. En dat treft de grootste groep kinderen. Daarnaast is het van belang om inzicht te krijgen in de beweegvaardigheid en daarop te anticiperen. Zo kun je heel goed aansluiten bij de beweegmogelijkheden en behoeftes van het kind.

Wat maakt het project zo uniek?
De samenwerking tussen de partners zorgt ervoor dat je krachten bundelt. Dit project richt zich niet op één organisatie waar jonge kinderen zijn, maar juist zoveel mogelijk kind organisaties. Je moet het zien als een grote cirkel om het kind heen: ouders, opvang, peuterspeelzalen, scholen, en verenigingen. We willen de kinderfysio’s en de GGD hier ook bij betrekken. Dan is het cirkeltje rond en wijzen de neuzen dezelfde kant op. Allemaal ten goede van de ontwikkeling van het jonge kind. Prachtig toch?

Het project wordt financieel ondersteund door Stichting De Friesland en het Lokaal Sport- en Beweegakkoord De Fryske Marren. Stichting De Friesland steunt innovatieve projecten die zorgen voor verbetering van kwaliteit van zorg én leven. Ze richten zich op projecten die passen bij de thema’s vitaliteit en zelf- en samenredzaamheid.