Cultuurbewaker van sv De Walde Hendrie de Vries: ‘Ik was de eerlijkste grensrechter van de hele Zuidwesthoek’

HEMELUM - Iedere club kent ze wel. Cultuurbewakers of clubiconen. De een omdat hij clubtopscoorder aller tijden is, de ander vanwege tientallen jaren vrijwilligerswerk, het zijn van ‘aimabele suikeroom’ of ‘gewoon’ een markante supporter. Nog vaker betreft het een combinatie van deze bepalende factoren. Ook s.v. De Walde kent een aantal markante persoonlijkheden die hun sporen op diverse terreinen binnen en buiten de club ruimschoots hebben verdiend. Hendrie de Vries is daar één van. Dat hij door de jaren heen zo’n vijftien wedstrijden in het vlaggenschip geacteerd heeft is slechts een rimpeling in de voetbalhistorie van de geel-groenen.

De begroeting op het fraaie sportpark It Waldstreffen eind juli is allerhartelijkst. De koffie staat al klaar op het al even fraaie terras wanneer fotograaf Douwe Bijlsma en ondergetekende aankomen. Een pakje Zware van Nelle, waaruit met enige regelmaat een greep genomen wordt, ligt binnen handbereik. Voor de journalist is het een weerzien met het sportpark na een periode van een jaar of dertig. Het sportpark waar mijn vader ooit trainer was, in een kruiwagen naar een skûtsje werd gereden na een kampioenschap en erelid is.

Oude SWF-bus als kleedkamer

Hendrie de Vries droeg voor het eerst het groen en geel als ‘welp’. “Zo heette dat toen,” blikt De Vries terug. “Het was nog op het oude veld aan ‘De Mar’. Een oude SWF-bus diende als kleedlokaal en voor de rest was er eigenlijk helemaal niks. Letterlijk werden voor de wedstrijden de schapen verhuisd naar een ander grasveld en voor we konden beginnen. We zijn in 1973 verhuisd naar dit sportpark. Ik heb mijn hele voetballeven hier doorgebracht. Na de welpen kwam de juniorentijd en al redelijk snel deed ik ook vrijwilligerswerk. Ik speelde nog in de A-junioren (tegenwoordig de Onder-19, red.) toen ik de jongste teams trainde.

Het was een prachtige tijd. In de A-junioren was Siep Martens mijn leider. Toen ik eens een penalty mocht nemen, tegen naar ik meen Heerenveense Boys, zei hij ‘gooi eerst maar wat modder in de ogen bij de keeper’. Toen was dat een voorbeeld van de typische voetbalhumor, nu zou daar schande van worden gesproken. Toen ik naar de senioren verkaste was Jelle Feenstra trainer. Hij was de opvolger van jouw vader. Die zag het niet helemaal met mij zitten als voetballer, dus ik speelde mijn wedstrijden in het tweede. Dat zou ook zo blijven. Slechts sporadisch mocht ik optreden in het eerste als er een blessuregolf of veel schorsingen waren. Maar met een wedstrijd of vijftien houdt dat wel op.

Ik was een kopsterke linksbuiten in het gebruikelijke driespitsensysteem. Bij ‘dode spelmomenten’ probeerde ik koppend mijn doelpunten mee te pikken. Ik heb altijd met veel plezier gevoetbald. Dat ik niet standaard in het eerste speelde lag overigens voor een belangrijk deel aan mezelf. Op zaterdag stond ik er altijd wel, maar ik had niks met trainingen. Alleen na afloop in de kantine stond ik mijn mannetje.

Een hersenbloeding maakte een einde aan mijn actieve loopbaan. Gelukkig bleek een en ander operabel en ben ik in het UMCG geopereerd. Zelf vind ik dat ik niet veel veranderd ben. Mijn vrouw denkt dat ik sinds die tijd een korter lontje heb….”

Betrokkenheid bij ‘het eerste’

“Sinds 1992 ben ik betrokken bij het eerste team geweest, tot twee jaar geleden. Ik was grensrechter en dat combineerde ik veelal met het leiderschap. Jelle de Vries regelde alle administratieve zaken en de kleding. Zelf was ik het klankbord van de trainer, vooral op donderdag na de laatste training, maar ook op de zaterdagmiddag. Ik denk dat ik er wel tien heb ‘versleten’. Met vrijwel iedereen heb ik nog contact, uitgezonderd één trainer. Dat mogen we ons overigens ook als club zelf aanrekenen. Ik heb hem mede aangesteld en dat bleek achteraf een behoorlijke inschattingsfout. Maar met alle anderen heb ik prima samengewerkt. Jelle Feenstra mist vrijwel geen wedstrijd en met bijvoorbeeld jongens als Henk van Hes, Martin de jong en Kerst Heide onderhoud ik goede contacten.  

In die dertig jaar heb ik heel wat meegemaakt. Iedere trainer had zo zijn eigenaardigheden. Het valt niet mee om een aantal voorvallen te kiezen, maar ik herinner me bijvoorbeeld nog een scène dat Hendrik Landman en ik op de bank zaten bij Jelle Feenstra en dat Hendrik er op een gegeven moment genoeg van had. Hij zei: ‘trainer ik ben er klaar voor’ en prompt mocht hij invallen. Toen dacht ik: ‘dat lijkt mij ook wel wat’, dus ik naar Jelle en zei: ‘trainer ik ben er ook klaar voor’. Het antwoord was: ‘ga jij maar weer lekker zitten, pipo’.

Kerst Heida was de man van de gekke uitspraken. Daar kunnen we nu nog wel om lachen, maar destijds was het humor die in deze streken nog niet helemaal was ingedaald. Citaten als ‘volgens mij zitten de dozen nog om je schoenen’ en zo, dat was even wennen. Ook kan ik me nog een hele belangrijke wedstrijd herinneren tegen Heerenveense Boys. Het ging om promotie. Ik was druk aan het vlaggen en de trainer zat met de wisselspelers maar wat te ouwehoeren over de wedstrijd Real Madrid- FC Barcelona. Ik dacht dat ik helemaal gek werd. Of dat de trainer de beste spelers wisselde bij een gelijke stand en dat we per ongeluk de wedstrijd toch nog op het nippertje wonnen en hij na de wedstrijd opmerkte dat ‘hij het toch bij het rechte eind had gehad…’ Toen had ik inderdaad een kort lontje.”

Eerlijkste scheidsrechter

“Als grensrechter heb ik in al die jaren heel wat naar mijn hoofd geslingerd gekregen, maar ik moet zeggen dat me dat nooit iets heeft gedaan. Ik was de eerlijkste grensrechter uit de hele Zuidwesthoek. Hoe harder er gescholden werd, hoe beter ik in vorm kwam. Ik weet nog een keer dat we uit bij DWP speelden en een aantal vrouwen op leeftijd echt de hele wedstrijd tekeergingen. Ik kan er nu nog om lachen. Ik ben trouwens wel ooit een keer geschorst geweest door de KNVB. Het was een wedstrijd tegen SC Flamingo en de scheidsrechter gaf een keer voordeel bij een buitenspel gevalletje. In no time stond de hele entourage van SC Flamingo om hem heen en besloot hij tot een afkoelingsperiode.

Toen hij zelf na een kwartier nog niet naar buiten kwam ben ik naar binnen gestapt in de kleedruimte. Meneer bleek onder de douche te staan. Ik heb toen uit de gein geroepen dat ie, wanneer hij naar buiten zou komen, ‘voor mij was’. Op rapport dus, en acht wedstrijden schorsing. Ik denk dat je daar nu niet mee wegkomt. Ook ben ik ooit voor dertien wedstrijden geschorst geweest als speler vanwege ‘valsheid in geschrifte’. Ik had gespeeld onder een valse naam in het tweede. Daar kreeg de toenmalige secretaris van de club lucht van en waar meestal voor de mantel der liefde wordt gekozen, zei deze man dat hij daar niet aan wenste mee te werken: dertien wedstrijden!”

Slagvaardig bestuurder

Ook zat Hendrie de Vries geruime tijd in het bestuur van sv De Walde, waarvan lange tijd onder voorzitterschap van oud- eerste elftalspeler Age Zeldenrust (eveneens een clubicoon, red.). “Met z’n allen hebben we hier veel tot stand gebracht. Als je nu naar onze accommodatie kijkt dan kun je het resultaat zien van al die inspanningen. We hebben hier alles met een grote groep vrijwilligers tot stand gebracht. Daar mogen we trots op zijn.

Ook het feit dat we hier drie jaar in de tweede klasse hebben gespeeld met alleen maar jongens uit de eigen opleiding is zoiets. Er waren hier toen clubs aan de lijn om te scouten, waaronder onze buren van vv Balk. Ook jeugdspelers kozen af en toe voor andere clubs zoals ONS Sneek. Er komen er nu een paar terug die veel voetbal bagage meenemen. Dat is dan weer de andere kant van de zaak. Voor het komende seizoen ben ik niet voor niets optimistisch gestemd. Ik kan niet wachten tot de start van de voorbereiding op 7 augustus. Hoe de voorbereiding eruitziet kan ik je niet meer vertellen. Ik zit niet mee zo dicht op het vuur, haha.

Als bestuurslid kreeg ik ook met de problematiek te maken dat onze club steeds kleiner wordt. Ik hoop dat we zo lang mogelijk zelfstandig blijven. Ik kan me nog een vergadering herinneren van de clubs uit de omgeving op uitnodiging van de toenmalige gemeente Gaasterlân-Sleat. Het ging over de wens om accommodaties te laten samensmelten en er werd gewerkt met die grote flapovers. ‘Dat nooit’ heb ik er toen opgeschreven. Toen men vroeg om een nuancering heb ik gezegd ‘alleen in groen geel en in Oudega’. Daarna hebben we er nooit meer iets van vernomen.

Maar eerlijk gezegd zie ik de toekomst met de nodige angst tegemoet. De reeds gefuseerde scholen hebben gezamenlijk misschien nog vijftig leerlingen. Er wordt hier nauwelijks gebouwd. Ja nu, dertien woningen bij de kerk hier. Maar die worden weggekocht door mensen uit de Randstad. Daar heb je als club niet zoveel aan. Bij de Onder 14 en Onder 15 hebben we een samenwerking met Woudsend. Dat verloopt goed volgens mij. Alleen als we politiek gestuurd mogen bouwen, dus voor de mensen die hier willen doorstromen, zou er weer nieuw leven in kunnen komen. Het zal op den duur niet gemakkelijk worden.”

Tekst Joeri van Leeuwen